In de finale van de Turing!

Is het onstuimige weer een voorbode? Het is eerder een frisse natte herfst dan een krakende winter als we in de Rode Hoed aankomen. ‘Seizoenen voor de dichter’ zou Tsead Bruinja, dichter des vaderlands, later op de avond zeggen.
Er heerst een gemoedelijke stemming. De jury heeft net de afhaalmaaltijd naar binnen gewerkt, alubakjes worden opgeruimd. Dichters met familieleden en vrienden klitten wat bij elkaar. Van enige spanning is nog weinig te merken. Het gaat toch wel om een paar serieuze prijzen en wedstrijden vanavond. Naast de Turing Gedichtenwedstrijd worden ook de genomineerden voor de Grote Poëziewedstrijd bekendgemaakt en de Awater-prijs voor de beste dichtbundel.
De zaal loopt langzaam vol. Overal staat techniek. Camera’s, microfoons, een regie-set voor beeld en geluid en op het podium de tafel voor ‘Met het oog op morgen’.
Het wordt serieus aangepakt. Ook op het podium staat DJ Shirley Hart. Ze draait muziek die bij de avond past. Vast wat anders dan vorig jaar op Mysteryland.
Andrea van Pol neemt het woord en een stevige hartslag wordt hoorbaar. Een rustige hartslag nog. Ik schat 65 bpm. Nog geen opwinding dus.
Andrea zal ons met verve door de avond heen loodsen. Dat is fijn want het wordt een hele zit. Tegen 23.30 uur is pas bekend wie er met de Turingprijzen naar huis zal gaan.
Voor de Turingwinnaars bekend zijn krijgen we een programma waarin tien Turinggedichten, prijzen, winnaars, gasten, getallen en juryrapporten in afwisseling voorbijtrekken. De tien Turinggedichten worden aangekondigd als een mooie dwarsdoorsnede van alle inzendingen.

Mocht ik al denken dat het een avondje gapen wordt, dat is snel de kop ingedrukt. Andrea heeft de avond helemaal in de vingers, slaat zich met een kwinkslag door de obstakels heen en rijgt het programma soepel aan elkaar. De avond begint met een terugblik op tien jaar Turing Gedichtenwedstrijd. De aanstichter van dit alles, Gerrit Komrij wordt postuum nog even in het zonnetje gezet. Dat hij het naar Engels model had opgepakt doet er niets aan af. Prachtig zoals hij de poëzie in alle facetten een warm hart toe droeg.
Dan de getallen, die zijn wel het vermelden waard. Ruim 7000 gedichten kregen de juryleden Tsead Bruinja, Radna Fabias, Neske Beks en Jeroen van Kan te verwerken. Zo’n 25% komt uit Vlaanderen; zo’n 30% van het totaal is door een vouw geschreven. De veelinzender bleek de Belg Alain. Alain is een Belg met een missie. Vanaf november heeft hij zijn geschreven gedichten geselecteerd en dit jaar waren het er weer meer dan honderd. In de afgelopen drie jaar heeft Alain een kleine vierhonderd gedichten ingezonden en nu zit ook hij bij de laatste honderd.
Dat de jury het niet eenvoudig had bleek in de uitzending van ‘Met het oog op morgen’. Ze stelden zichzelf ten doel een eigen shortlist te maken van de beste tien gedichten. Geen enkele shortlist gaf een overlapping te zien. Ik kreeg de indruk dat het vinden van de winnaar geen eenvoudige opgave was.

Als intermezzo is er de bekendmaking van de shortlist van de beste dichtbundel voor de Grote Poëzieprijs 2019 die wordt uitgereikt op 16 juni aanstaande tijdens de 50e Poetry International. De jury is eigengereid in de keuze van zes bundels in plaats van de gevraagde vijf. Wat opvalt is dat geen enkele bundel die in eigen beheer is uitgegeven de longlist haalt. ‘Dan zie je toch dat je een goede redacteur nodig hebt’, was het commentaar. Is de Turingprijs open voor iedereen, professional of niet, bij de Grote Poëzieprijs wordt het spel kennelijk anders gespeeld.

Shirley zet de hartslag weer in. Nog steeds de rustige 65 bpm. De tien geselecteerde gedichten worden afwisselend voorgedragen door een van de juryleden of de schrijver zelf. Enkele zijn te zien in een geprojecteerde video, met de schrijver in zijn of haar eigen omgeving. Die afwisseling is goed gevonden en ik ervaar dat de voorgedragen gedichten vooral door de eigen makers goed tot hun recht komen. Het vijfde gedicht ‘Kleinen nullen van Celcius’ is buiten opgenomen, onder een stads viaduct, ergens in België. Truus Roeygens draagt het voor uit haar hoofd. Haar voordracht maakt indruk. Het contrast in beeld, het stadse, de geluiden, haar kleding en verschijning met de scherpe inhoud van haar werk was prachtig.
Heel anders dan de video met Willemijn Cranendonk. Zij had zichzelf bijna in een Billy boekenkast gewurmd. Haar gedicht ‘Je kan rekenen op verandering’ stond in vreemd contrast met haar achtergrond. De zelfbewuste kritische jonge vrouw in een klassieke setting.
En de dichters zelf die voordragen: zoveel dichters, zoveel verschillen. De flamboyante verschijning Wart Waanders, met een wilde blonde haardos, komt van het balkon gesneld en draagt uit het hoofd met verve zijn gedicht ‘Rabarberlimonade’ voor. Dat is lachen.
Daarvoor was het de beurt aan Peter van de Walle, doctoraal student neurobiologie aan de Universiteit van Leuven. Hij heeft het gedicht op zijn werk geschreven en ik krijg er direct zo’n beeld bij van de schriele man die eenzaam in een te kleine propvolle werkkamer zijn gedicht maakt, zoals hij daar achter de katheder staat.
Met alle afwisseling in het programma is het een hele aangename avond en we worden het luisteren naar al dat mooie werk niet moe.
Tsead maakt een opmaat naar de prijsuitreiking door nogmaals de breedte van het ingezonden materiaal samen te vatten en nogmaals Gerrit Komrij te danken. Maar eerst kondigt Andrea kondigt de borrel aan. Even ontspannen met bier en bitterballen. Dichters zijn net gewone mensen.
De zaal wordt in gereedheid gebracht voor de uitzending van ‘Het oog op morgen’ en voor een optreden van de band Johan.
‘Buiten is het zes graden, binnen zit Rob Trip in de Rode Hoed met de actualiteiten van vandaag…’
Na interviews met Dolf Jansen en twee scholieren die de volgende dag in Den Haag zullen zijn volgt de langverwachte prijsuitreiking. Daar zijn we wel aan toe.
En dan blijkt dat de bloemlezing van de jury niet echt een bloemlezing is geweest. De drie prijswinnaars zaten al in de serie van tien eerder deze avond.
Willemijn Cranendonk (derde prijs) is even eerder met een taxi uit Arnhem gehaald en is net op tijd met moeder gearriveerd. Ze waren wel benieuwd natuurlijk, daar in Arnhem. Ze zaten samen in pyjama op de bank te kijken. Een telefoontje, of ze direct met de taxi naar Amsterdam wilden komen. Van zo’n verhaal word je plaatsvervangend gelukkig.
De Belgische Truus Roeygens is gelukkig wel in de zaal en ontvangt de tweede prijs.
En de blij verraste Meity Völke wint de wedstrijd met haar bijzonder geconstrueerde gedicht ‘Onderwater’.
Alle overige deelnemers zijn natuurlijk teleurgesteld, Alain druipt droogjes af na het interview met Rob Trip en wij gaan toch wel tevreden weer de regen in, met de top honderd gedichten in de tas. Een mooie avond, een werkelijke promotie voor de poëzie.
Na afloop realiseerden we ons dat de prijswinnaars allemaal vrouwen zijn, terwijl zij toch de minderheid vormden onder de deelnemers. Zijn de vrouwen gewoon betere dichters? Zijn ze kritischer op wat ze maken en inzenden? Ligt het soms nog dieper? In denk weer aan Alain met zijn meer dan honderd inzendingen en zijn quote in het interview, dat hij nog ‘wedstrijdritme op moet doen’. Ik weet het niet.

(c) tekst en foto’s Jan Brinkman

Geplaatst in column.