10 uit de 100 van de Turing (1)

Uit de top 100 van de Turing kozen Meandermedewerkers Sacha Landkroon, Tijs van Bragt en Inge Boulonois hun favorieten, hierbij uit hun top 10 (in alfabethische volgorde) de eerste 5.
Niet alle hierin voorkomende dichters reageerden op onze vermelding (en ook de Turing deed dat niet) maar de top 100 van de Turing is openbaar en we gaan ervan uit dat het een eer is in de top 10 van Meander te staan.
Ook waren wij zo vrij om de spelfouten te verbeteren die de Turing en de dichter had laten staan.
Van twee dichters vroegen wij een analyse van het gekozen gedicht.
Sommige gedichten kunt u terughoren op de site van het radioprogramma Met het Oog op Morgen.

 

Pointe

Ze leerde me spotten.
Mijn balletjuf, die kanker heeft.

Het is uitgezaaid, ze is uitgedraaid. In een kist
past geen split. Doodgaan is wellicht zwaarder
voor dansers. Het aldoor willen weten waar ze staan.

Ooit moest ik van haar een matroosje zijn. Een jongetje
met open armen, een havenhoofd. Weldra droeg ik helmen
en schelpen, kalkpetjes van heimwee en ruis. Rust niet.

Denk aan de schaduw van coyotes aan je voeten. Ik denk aan je
spitzen van satijn en hoe je al tijden een punt wilde maken.
Je liep zelfs even op je tenen. Die linten om onze enkels

verlengen enkel de benen, niet dit leven. Ik meende dat
je verdriet kon delen zoals je samen de lijkkist draagt,
maar droefheid moet je toch echt zelf torsen.

Bij een perfecte pirouette past er een opblaasbal in je armen.
Om rond te komen richt je je ogen non-stop op de nooduitgang.

© Nadine Ancher

Nadine Ancher (Luxemburg, 1974) werkt als journalist, redacteur, vertaler en fotograaf. Ze trad op bij verschillende (literaire) festivals; o.a. Huis van de Poëzie, Dichters in de Prinsentuin, Onbederf’lijk Vers, Literaire Meesters, City2Cities, Manuscripta en Lowlands. Ze werkte bij de Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, Het Literatuurhuis en het Poëziecircus. Ze vertaalt poëzie uit Latijns-Amerika en (literaire) documentaires/films uit het Spaans (Federico García Lorca, Jorge Luis Borges) en met Stelletje Druktemakers initieert ze kleine, literaire projecten zoals de jaarlijkse estafettelezing Lees Mei. Haar debuutbundel zal verschijnen bij Nijgh & Van Ditmar.

 

 

Ik heb nooit geleerd mezelf te hechten

Toen ik nog geloofde dat genezen
een door Hippocrates gegeven zegen was
leerden ze me hoe je een arm afzet
met een vlakke hand en geveinsde compassie

Ze leerden me de kunst van het helen:
Het hechten van een kipfilet
Het verbinden van plastic been

Ik bleek vaardig met naald en draad
Ik was in staat om mooie littekens te maken
van weidse wonden met rafelranden
(Mijn handen ruiken nog steeds naar bloed)

Toen ik na maanden oefenen een hele kip in elkaar had gehecht
was ik klaar voor het echte werk
Ik hechtte mijn ouders, mijn vrienden, de buren
en als laatste de hond

Na een jaar was er haast niks meer te zien van hun leed
Enkel wat lijntjes littekenweefsel
onzichtbaar als er nooit aan de korst was gekrabd

Ze bedankten mij voor mijn kundigheid
Ik zei dat de tijd zijn werk wel deed
en keek naar mijn zwaargehavende lijf
terwijl ik wazig werd door bloedverlies.

© Demi Baltus

Demi Baltus (1998) verwoordt eerlijk en oprecht wat wordt gedacht, maar niet gezegd. Ze droeg voor op o.a. Onbederf’lijk Vers en het Wintertuinfestival, leerde slammen van de groten en ging met de Poëziebus mee op tour. Vorig jaar verscheen haar eerste bundeltje genaamd Uitgedokterd. Demi studeert Creative Writing aan de kunstacademie in Arnhem. Ze is een van de dichters van het project dichtdruk in Alkmaar.

 

Koningin van de erven

met het afkolven van één zeug haal je de winter niet sprak vader
dus maakte moeder melk van de kaktussen op de vensterbank

tante Odette spaarde in het geheim zegeltjes voor een grof wit gesneden
bruin was voor losers, mongolen en de mannen van de andere kant

alles lag aan de wijze waarop de tweeling de aftandse tractor manoeuvreerde:
het met uitwerpselen vermengde gewas voedde de vlinders in hun buik

opa’s banksaldo voor een gebit was deze zomer weer ontoereikend en
de luiers uit het winkelcentrum maakten van de oogst stadskankers

naast het veld stonden de achterkleinkinderen als vogelschrikkers te wachten
ergens op het erf gaven twee neerhofdieren hun instant peter- en meterschap

op de hooizolder dronk oma vluchtig van een in havermout gedrenkte borst
zoals ieder jaar om ons voor een nieuwe vorst te behoeden

© Sascha Beernaert

Een profiel van Sascha Beernaert staat op de Turingsite. In 2017 deed hij mee aan de wedstrijd voor de Meander Dichtersprijs.

 

Quarantaine

Want er was niets dat nog kon gebeuren.
Alle bloed was vergoten, alle waanzin verzonnen.
Alle onzin was geleefd, alle pillen bestonden.

Er waren woorden als:
Liefde. .           Waarheid.
Wachten. .      Werk.

En alle gradaties daartussen.
Want alles was werkelijk doorzien.
Er was geen hoop meer.

Of de gesel van talmende nabijheid.
Of de stormloop van kritische massa’s.
En verder: niets doen. Of eenzaam

mens en woord betichten: van onvolkomenheid,
van mogelijke grootheid. En huiveren: voor cynisme,
als gezaghebbend wachtwoord. Het kreunen

en de ingepompte vrolijkheid.
Er was niets meer.
Of doen alsof beginnen vanzelfsprak.

 

(24.10.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: BIEZON (1972-2019)

           

.         “Van gedichten wordt gezegd dat je ze niet helemaal mag (kunnen) uitleggen. En van dichters (of kunstenaars in het algemeen) wordt soms gezegd dat hun bedoelingen er eigenlijk niet veel toe doen.
Nu wil ik mij wel eens verzetten tegen die opvattingen. Ik heb wel degelijk een ‘bedoeling’ als ik schrijf – ook als die nog niet altijd helemaal duidelijk is van in het begin. En wie wat dan ook van een gedicht zegt: als het een goed gedicht is, blijft het overeind. Ik zou zelfs zeggen: het wordt er beter van.

           Bovendien is dit een ‘oud’ gedicht (2002). Dat maakt dat ook ik de interpretator van mijn eigen gedicht ben. Ik ben blij dat een gedicht dat zolang geleden geschreven is, alsnog komt bovendrijven. (Dat is ook de reden waarom er altijd een datum bij mijn gedichten staat: ze zijn en blijven nu eenmaal gebonden aan een context (ook waar ze die in het beste geval overstijgen) en ze worden niet altijd ontdekt of gelezen op het moment dat ik ze ‘af’ verklaar.)
Daarom permitteer ik mij een kleine ‘exegese’ van dit gedicht. Ik probeer het kort te houden, maar dat is niet gemakkelijk…

           Want er was niets dat nog kon gebeuren

           We leven in een tijd waarin alles tot in het absurde wordt gecontroleerd. En tegelijk – des te meer als we terugkijken op ‘de waanzinnige 20ste eeuw’ (om Barbara Tuchman te parafraseren) – zien we de gruwelijkste uitspattingen. Misschien is er een verband tussen controle en uitspatting? En alle absurditeiten (het ‘pillendenken’ reken ik daar ook toe) waarmee we ons leven zin proberen geven.

           Er waren woorden als: Liefde. Waarheid.

           In groot contrast tot die realiteit staan de ‘waarden’ die we desalniettemin hoog in het vaandel dragen. Voor wie er aan zou twijfelen: ik gebruik die ‘slagwoorden’ hier cynisch: omdat ze een ‘beeld’ belichamen waarin we onszelf (en onze ingebeelde waarde) projecteren. Waarmee we onszelf geweld aandoen.

           Er was geen hoop meer.’

           Dit gedicht gaat over wanhoop – dat zou toch duidelijk moeten zijn. En meer bepaald: de wanhoop die wordt ingegeven door begrip (van de tijdsgeest, van hoe een mens wordt opgevoed enz…).
Het einde van de 20ste eeuw leek veelbelovend (val van de Berlijnse Muur, afschaffing van apartheid…). Maar de aanslagen van 09.11 hebben dat optimisme snel de kop ingedrukt. Het eerste wat ik dacht, was: dit gaat veel tot nu toe geblokkeerde budgetten voor wapens vrijmaken… En inderdaad… (De cynici onder ons herschikten hun beleggingsportefeuille…) Het is ook in die context dat dit gedicht gelezen moet worden.

           Van ‘kritische massa’s’ wordt gezegd dat ze voldoende zijn om een verandering te bewerkstelligen. Nu wil ik zelf niet cynisch zijn, maar ik stel vast: dat er met de regelmaat van een klok kritische bewegingen opstaan (‘Save the climate’ als laatste) die wel de bruidegom lijken van een extreem destructieve kapitalistische loverboy. Dat (weliswaar bedrieglijke) huwelijk wordt steeds opnieuw bekrachtigd en… fundamentele (structurele, op internationale schaal) veranderingen blijven uit…
(Uiteraard hoop ik op het tegendeel. En juich ik elke verandering – hoe minimaal ook – toe.)

           En verder: niets doen.’

.         Er zijn twee vormen van ‘niets doen’: noodzakelijk, en verlammend. Noodzakelijk: als tegengewicht tegen de doedwang van deze tijd, het non-stop presteren, functioneren, beheersen, controleren… ‘Niets doen’ is een recht: op verbeelding, vertraging, verstilling, ontspanning. Op ‘zijn’.
           In dit gedicht gaat het eerder over verlamming. “Het komt er op aan de wereld te veranderen, niet hem te interpreteren.” Ja, en we hebben gezien tot wat die ‘veranderingen’ allemaal geleid hebben. Welke vorm van ‘doen’ is zinvol? Hoeveel problemen die we hebben zijn eigenlijk het gevolg van nefaste vormen van doen? Gaan we die dan ‘oplossen’ met nog meer en andere vormen van doen?

           De kloof tussen het mogelijke (technologie als ‘bevrijding’, mogelijke gelijkheid, meer vrije tijd, einde van armoede en oorlog…) en het reële (recuperatie door een destructief, ‘kapitalistisch’ systeem, altijd nieuwe excuses voor oorlog en gigantische wapenbudgetten, toenemende ongelijkheid…) blijft buitensporig groot. Wat hebben we nodig om die kloof te dichten?

           En huiveren: voor cynisme

.          Cynisme: weten wat beter of wenselijk is, maar uit ‘realiteitszin’ (al dan niet onder geweld, fysisch of economisch) kiezen voor ‘aanpassing’.
Het spreekt vanzelf dat ‘liefde’ en ‘waarheid’ (in hun ‘authentieke’ betekenis) daarbij het eerst het gelag betalen…

           Het doet er verder weinig toe (om met dit gedicht iets aan te vangen), maar: de lectuur van Peter Sloterdijks ‘Kritiek van de cynische rede’ kan geen kwaad om te begrijpen wat ‘cynisme’ precies betekent. En wat ‘kunisme’ is als alternatief. (Het spreekt vanzelf dat poëzie voor een vorm van kunisme is.)

           Of doen alsof beginnen vanzelfsprak.’

           Ook hier staan deze simpele woorden bol van filosofie. ‘Beginnen’ is een sleutelwoord in de filosofie van Hannah Arendt. Zij heeft ‘nataliteit’ als thema op de filosofische agenda geplaatst. Geboren worden is ook en altijd: de belofte van een nieuw begin. Het geboorteproces anders inrichten op maatschappelijke schaal is: de collectíeve belofte van een ander begin – dat zegt Arendt niet, dat zeg ik. En dat heb ik onder meer verder uitgewerkt in latere poëzie. ”

 

Vijf pogingen tot overwinteren

1. In takoksel rusten met tanden tot blaadjes
ontpoppen. Een moeder had je achteloos
op de grond kunnen werpen.

2. Tussen herfstblad een schuilplaats
spinnen of losjes oprollen en
naschuivers intrekken.

3. Met lotgenoten rondhangen onder
vensterbank tot exact zonlicht
door sarcofagen schijnt.

4. Aderen vullen met antivries verstoppen
in kruipruimte of op zolder hangen aan
hanenbalken opwarmen kan dodelijk zijn.

5. Naar zachte winters trekken het doel
met afgevlogen schubben bereiken
foute ansichten sturen naar achterblijvers.

Ofwel:
rouw duurt langer dan de diapauze
van een dagpauwoog

© Marianne Geboers

Marianne Geboers (Asten-Heusden, 1962) woont in Den Haag en maakt beelden in de ruimste zin van het woord: beelden in steen, foto’s, illustraties en collages. Vrij recentelijk is daar het schrijven van gedichten bij gekomen. Aanvankelijk met vlagen, maar vanaf eind 2015 is voor haar de noodzaak om te schrijven groter geworden en ruimt ze daar structureel tijd voor in.
Met een agrarische afkomst en opleiding zit het buitenleven als het ware in haar DNA gebakken en vormt, samen met haar persoonlijke ervaringen, een belangrijke inspiratiebron.
In 2017 won ze met twee gedichten de VUmc-poëzieprijs (nu AUmc-poëzieprijs).

Geplaatst in Gedichten.