Ali Şerik – De stem die baart

Het woord dat bloot is

door Herbert Mouwen

De stem die baart van de Amersfoortse dichter Ali Şerik is zijn derde dichtbundel in het Nederlands. Hiervoor verschenen drie bundels in het Turks, zijn moedertaal. Het is een markante bundel geworden met een diversiteit aan actuele onderwerpen. Scherpe observaties, direct taalgebruik en een hoge toegankelijkheid van zijn gedichten zijn kenmerkend voor zijn anekdotische manier van schrijven. De dichtbundel is verdeeld in drie afdelingen, die achtereenvolgens de titels ‘Alles is zo mooi’, ‘Dagelijks brood’ en ‘Brood voor de ziel’ meegekregen hebben. Vrijwel alle gedichten zijn opgebouwd uit strofen, die in lengte met elkaar overeenkomen. Het herhalen van openingszinnen van de strofen wordt enkele malen al dan niet in varianten toegepast. Soms is het herhaalde gebruik van de gebiedende wijs, waarin de dichter zich streng tot de lezer richt, het bepalende structuurelement van een gedicht. Eindrijm en metrum ontbreken in Şerik poëzie, het taalgebruik is zakelijk, soms beschouwend. Bij wijze van voorwoord en nawoord zijn twee gedichten van Hanneke Verbeek opgenomen die betrekking hebben op het dichterschap van Ali Şerik. In haar ‘Haan op plat vlak’ lees ik: ‘maar hij, de snoeshaan / in dit kakelhok / krabt diepte open’.

Het gedicht ‘De parade van de geboorteakte’ gaat over eenzaamheid en heeft een cynische ondertoon. De inhoud van de openingszin is nietsontziend, daarna maakt de dichter duidelijk dat al die praatprogramma’s op de televisie slechts lege gesprekken opleveren. Het ‘lijk’ dat ‘wacht’ is er in ieder geval niet mee geholpen. De eerste strofe luidt aldus:

Op het zitmeubel wacht al maanden een lijk.
De televisie staat aan. Heel wat dialogen
zijn de revue gepasseerd. Niemand bouwt
meer zandkastelen voor de golven.

Wat bijzonder is aan de poëzie van Şerik is het pamfletachtige karakter van de meeste gedichten, met name in de eerste en tweede afdeling van de bundel. De dichter lijkt er niet op uit te zijn fraaie gedichten te schrijven, die rijkelijk voorzien zijn van symboliek en metaforen. Hij wil situaties aan de orde stellen die hem opvallen, persoonlijk raken en in veel gevallen irriteren. De lezer herkent ogenblikkelijk het onderwerp dat hij aanroert en voelt zich daar al heel vlug ongemakkelijk bij. Herkenning en het gevoel oproepen dat ook jij als lezer in gebreke bent gebleven en aan de bestaan van de wantoestand niets gedaan hebt, zijn de poëtische wapens die hij inzet. Zelden heb ik de eenzaamheid in een moderne samenleving zo krachtig verwoord gezien als in de derde strofe van ‘De parade van de geboorteakte’:

Waren de huizen maar niet zo goed
geïsoleerd. Je hoort niet wanneer iemand doodgaat.
Alleen het gefluister van geesten.

De zorg voor een verantwoord energiegebruik in relatie tot de vereenzaming. Voor de dichter is er een causaal verband tussen beide. Hij koppelt de isolatie van huizen aan de vereenzaming en – hoe kan het ook anders? – hij geeft de voorkeur aan de opvatting dat niemand in eenzaamheid mag sterven. Na het lezen van het gedicht werd me het wrange karakter van de titel ‘De parade van de geboorteakte’ echt duidelijk. Je krijgt zoals iedereen een papiertje bij je geboorte en de rest van je leven loop je de kans alleen op de wereld te zijn en te blijven. De afsluitende strofe is het summum van eenzaamheid:

De parade van de geboorteakte is ten einde,
geen getuige te vinden die het verleden overdraagt
aan de geschiedenis, toekomst was tijdelijk.

Het gedicht als pamflet. Voor Şerik is een pamflet een tekst die geschreven is naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis, waarin niet alleen de lezer geïnformeerd wordt, maar ook de dichter stelling neemt ten opzichte van die gebeurtenis. Soms draait het niet om een concrete gebeurtenis, maar om een niet direct waarneembaar verschijnsel dat al langer aan de gang is. Onderwerpen die in zijn pamfletachtige gedichten langskomen zijn verwarde mensen, terrorisme, het plegen van een aanslag, persvrijheid, pyromanie, leiderschap, straatprostitutie, armoede, Mosul en de gesneuvelde soldaat. Daarnaast zijn er de alledaagse onderwerpen (‘Dagelijks brood’), zoals de natuur, de jaargetijden, de liefde, vrouwen, de dood, de tijd, het kind, verjaardagen, vriendschap en het verleden. Vanuit het gezichtspunt van de dichter is het gedicht ‘Kleine vrouwen’ generaliserend, maar tegelijkertijd o zo aandoenlijk (‘Kleine vrouwen hebben kleine tranen / maar hun tranen zijn diep.’) en met liefde en openhartigheid geschreven: ‘Maar hun benen zijn sterk / om hun bezopen mannen naar huis te dragen.’ En altijd komt het motief van je een vreemde voelen in het land waar je nu woont bovendrijven. ‘In de auto’ opent met de veelzeggende versregel ‘Ik rij door een streek die mij vreemd is.’ En het gedicht ‘Framboos op het ijs’ bevat de zin ‘Vriendschap is het vruchtvlees van onze soort’. Als lezer herken je bovenstaande thema’s moeiteloos, maar elke keer word je verrast door het openlijke karakter en de onverwachte invalshoeken van zijn gedichten. Opmerkelijk is daarbij dat Şerik van de hak op de tak springt met het aanbieden van zijn thema’s. De variatie van onderwerpen is groot. Ik wil – wellicht ten overvloede – benadrukken dat het bij Şerik gaat om het gedicht-als-pamflet en niet om een pamflet in de vorm van een gedicht. Ali Şerik is bovenal dichter.

De gedichten van de laatste afdeling zijn geïnspireerd door en gebaseerd op een aantal kunstwerken. De titel van deze afdeling is veelzeggend: ‘Brood voor de ziel’. De dichter noemt aan het begin van de afdeling een tiental namen van de kunstenaars, niet van de werken zelf. De precieze koppeling tussen gedicht en kunstwerk blijft daarom onduidelijk. Het is mogelijk om deze poëzie bij het lezen als autonoom te beschouwen, maar enkele van deze gedichten bevatten veel verwijzingen naar zaken buiten de tekst van het gedicht, zoals ‘Tussen hoofdweg en gebouw staat een stenen / kunstwerk.’, ‘Daar staat hij dan, als de gemetselde muur / van een ruïne’ en ‘Daar staat ze dan, uit tin en koper gegoten’. Het lezen ervan leidt mij af, want ik wil graag de inspiratiebron weten om een vergelijking te kunnen maken. De tegenstelling in het gedicht ‘Schaal met vissen’ is fraai. De eerste strofe:

Een vrouw met kind loopt ergens naar toe,
van de markt naar haar huis, naar de buren,
naar iemand die haar na aan het hart ligt. Zulke dingen
doen vrouwen dagelijks. In haar hand een hand,
haar eigen kind of een kind van iemand anders.
Hoelang je ook naar vrouwen kijkt,
op een gegeven moment verdwijnen ze
om de hoek van een straat, door een deur,
in een winkel, achter de horizon. Ergens waar de regenboog
verdwijnt of weer tevoorschijn komt.

Na de eerste vijf versregels, waarin het bewegend beeld van een lopende ‘vrouw met kind’ wordt gepresenteerd, gaat de tijdsduur van het kijken een rol spelen. De observatie is nauwkeurig: eerst het lopen, daarin hoe het ‘hand aan hand’-beeld van de vrouw eruit ziet en van wie het kind kan zijn, daarna de overweging van het uiteindelijk verdwijnen van de ‘vrouw met kind’ als je lang blijft kijken. Na deze strofe wordt in de tweede strofe in de eerste drie versregels een andere type vrouw tegenover de ‘vrouw met kind’ gezet:

Maar er zijn weinig vrouwen die op hun hoofd
een schaal met vissen dragen, hun vruchtbaarheid
zo openlijk aan iedereen laten zien.

De schaal met vissen als vruchtbaarheidssymbool, de vis als verwijzing naar de vrouw die verleidt of te verleiden is. Ook aan de verwijzing naar het Ichthus-motief en het Bijbelse verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging valt niet te ontkomen. In deze prozaïsche gedichten valt heel wat te ontdekken. Wanneer aan dit gedicht een tekst of een beeld (prent, schilderij) ten grondslag ligt, zou ik graag weten welke tekst of welk beeld dat is.

De taal die Şerik hanteert in De stem die baart is ontdaan van versieringen. In het poëticale gedicht ‘Als een woord / daar is’ verwoordt hij dat aldus: ‘Het woord dat bloot is / heeft dorst in zijn schaduw’. Het hele gedicht is een weergave van de persoonlijke betekenis die de dichter geeft aan het woord en welke functie het kan krijgen in een gedicht. In dit gedicht komt een grote afwisseling van typen woorden langs. Zo zijn er woorden van zorgen, nostalgie, vriendschap, thuis, een kind, vlam en bloot zijn. In de laatste strofe maakt hij duidelijk dat hij een authentiek – maar wel alledaags! – woordgebruik in de gedichten wil hanteren, want ‘Het woord dat niet gelezen wordt / zondert zich af / het woord dat geronseld is / blaast zichzelf op in een gedicht.’ Bovendien is de houding van deze dichter bijzonder, omdat hij absoluut geen blad voor de mond neemt. Beter nog, hij neemt helemaal niets voor de mond. Hij zorgt ervoor dat de lezer zijn gedichten goed verstaat, dat deze zijn stem goed hoort. De stem van Ali Şerik spreekt volkomen vrijuit, zonder scrupules en klinkt welluidend. Die stem baart poëzie, brengt gedichten ter wereld en die zijn de moeite van het lezen waard.
____

Ali Şerik (2018). De stem die baart. Uitgeverij Lipari, 96 blz. € 19,90. ISBN 9789082058833

Geplaatst in Recensies.