Klassieker 229: Johnny van Doorn – Een magistrale stralende zon

door Ernst Jan Peters

Meander Klassieker 229

Ernst Jan Peters neemt ons deze maand mee naar de jaren zestig, naar slam poet avant la lettre Johnny van Doorn. Bijzonder hoe deze Johnny the Selfkicker in de loop der tijd salonfähig geworden is: de stad waarin hij opgroeide vernoemde zelfs een plein en winkelcentrum naar hem. ‘Een magistrale stralende zon’ is ook na een halve eeuw nog oogverblindend. Zowel op papier, als in de video die de lezer aan het eind van de bespreking voorgeschoteld krijgt. LEZEN! KIJKEN!

Een magistrale stralende zon

Verdwaald in de duisternis
Is hij terechtgekomen in
Een soort woestenij die
Met dopheide en kleine
Heesters is begroeid &
Aankloppend bij een
Afgelegen boerderij
Waar een flauw lichtje
Hem doet vermoeden
Dat er iets van leven
In aanwezig moet zijn
Wordt hem opengedaan
Door een kleine kale
Scheelogige monnik
Die hem gastvrij en
Onderdanig ontvangt
In zijn stemmig blauw-
Geschilderd vertrek
Dat onder het schenken
Van een chinees kopje
Thee door hem plechtig
Wordt genoemd DE HAL
DER KENNIS die slechts
Toegankelijk is voor
Zij die door de
Stilte zijn gegaan &
Zijn tranen nauwelijks
De baas kunnend weet
Hij terstond dat
Deze oude magiër
Zijn langgezochte
Leermeester moet zijn
Die op zijn weg
Naar het door hem
Begeerde MIDDELPUNT
Zijn toeverlaat zal
Zijn in moeilijke uren &
Als hij na een gerief-
Lijke nachtrust bij
Het kraaien van de haan
Het huisje van zijn dromen
De rug toekeert om met
Zijn zwerftocht verder
Te gaan is er zoveel
Gebeurd dat in tegen-
Stelling met die avond
Tevoren hij gevuld is
Met een nieuwe lading
Levenskracht die hem
Doet jubelen over de
Vol met kwinkelerende
Vogels zijnde Natuur
Die goudgeel beschenen
Wordt door een magi-
Strale stralende ZON


Johnny van Doorn (1944 – 1991)

uit: De heilige huichelaar (1968)
uitgever: De Bezige Bij
Overgenomen uit: Dichters uit de bundel (2016)
uitgever: Marmer (red.: Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens)

Er zijn twee Johnny van Doorns. De eerste is de actieve podiumdichter die in de jaren zestig podiums besteeg en dan een extreme vertolking gaf van zijn zeer expressieve gedichten. Deze Johnny had bijnamen als Electric Goebbels en Johnny the Selfkicker. De tweede is de wat meer bezadigde korte verhalen schrijver. Bescheiden buikje in een stropdasloos pak vertelt, nog steeds met expressie maar minder heftig dan eerder, verhalen over zijn jeugd en over zijn ervaringen in artistiek Amsterdam. Johnny groeide op in Arnhem en het is deze stad die hulde brengt aan zijn pupil door een plein naar hem te vernoemen en meteen ook de winkelverzameling op dat plein. Vlakbij het bekende Musis Sacrum in hartje Arnhem, vlakbij het flatje waar ik, het was de tijd van de examenfeesten, zag hoeveel bierflesjes je kunt stouwen in een bad met koud water… Een jaar later verliet ik Arnhem om te gaan studeren, Johnny was mij vele jaren daarvoor voorgegaan. Hij wilde naar de stad waar alles was wat hij graag wilde, de stad die hij op een berg had gesitueerd: Amsterdam.

Johnny is wel opgegroeid in Arnhem, maar er net niet geboren. In de periode dat de geallieerden probeerden een reeks bruggen te veroveren in 1944, waaronder die over de Rijn in Arnhem, werd de bevolking uit hun huizen gehaald en naar plaatsen ten noorden van Arnhem gedirigeerd zoals Loenen en Apeldoorn. De ouders van Johnny, waaronder zijn zwangere moeder, kwamen terecht in de buurt van Beekbergen en op 12 november werd daar Johnny geboren, de baby-vluchteling.

Het oeuvre van Johnny van Doorn wordt niet veel meer gelezen. In de betere bloemlezing komen we nog slechts een paar gedichten van hem tegen: Komtocheensklaarklootzak (eerder als Klassieker behandeld) en Een magistrale stralende zon. Wel is de faam van Johnny van Doorn als voordrachtskunstenaar nog een flinke periode geëerd toen er een speciale  Johnny van Doornprijs werd uitgereikt aan de auteur die ‘kan bogen op een belangwekkend oeuvre en in zijn of haar voordracht een extra dimensie verleent aan het geschrevene’ – zo luidde het in 1993. In 2012 stierf de prijs een zachte dood. De laatste winnaar van deze prijs was Nico Dijkshoorn, de dichter/columnist die wekelijks in het televisieprogramma De Wereld Draait Door een dichterlijke visie geeft op de gasten. In februari van dit jaar probeerde een gezelschap, waaronder de huidige Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja, de prijs nieuw leven in te blazen tijdens een evenement in, natuurlijk Arnhem.

De kreet ‘magistrale stralende zon’ kom je nog wel eens tegen in artikelen met een sterrenkundige achtergrond. Zonder bronverwijzing maar dat gebeurt vaker met regels die zo zijn ingeburgerd dat de auteur eruit is verdwenen. In zijn verzameld werk staat het gedicht bijna achteraan en vormt daarmee vrijwel het sluitstuk van zijn dichtersloopbaan. Het gedicht staat voor een overgang tussen de explosieve dichter Van Doorn en de meer ingetogen verhalenverteller Van Doorn.

Het gedicht ‘Een magistrale stralende zon’ heeft nauwelijks dichterlijke vormkenmerken: geen rijm, nauwelijks alliteraties. Geen herkenbaar metrum. Korte staccatozinnetjes die achter elkaar gelezen kunnen worden, het verspringen naar de volgende regel voegt geen betekenis toe. In veel van zijn dichtwerk eindigt Van Doorn dichtregels met de ampersand, de ‘&’.

Die korte opeenvolgende regels geven het gedicht vaart. Zo schiet je door het gedicht heen om plots bij het einde aan te komen waar opeens wél sprake is van een uitbundig rijm: magistrale – stralende. De formuleringen in het gedicht zijn wat opgeklopt als in een wat ambtelijk opgesteld reisverslag, zoals de beschrijving van het boerderijtje: ‘Waar een flauw lichtje / Hem doet vermoeden / Dat er iets van leven / In aanwezig moet zijn.’

Bij een dichtwedstrijd eind jaren zeventig van de Arnhemse bibliotheek was er een feestelijke uitslagavond in de Schouwburg en daar kwam ook Johnny voorbij, even terug in de stad waar het ooit begon. De stad waar hij eerst naar het Thorbecke Lyceum ging en later naar het Lorentz, en op die laatste school zat ik ook. Heilige grond. Johnny van Doorn las een verhaal voor waarin hij refereerde aan dit gedicht en liet de zaal een paar keer naar hartenlust mee scanderen met de laatste regels: – ‘door een magistrale stralende zon’! Ook als de verteller van zijn verhalen, zorgde hij ervoor dat er iets gebeurde. Hij articuleerde heel nadrukkelijk en zette hier en daar zinnen aan om zijn gehoor mee te nemen met de emoties.

Die stralende zon openbaart zich aan het einde van een reis. De ‘hij’ uit het gedicht heeft een mystieke ervaring: verdwaald zijn en aankomen bij een boerderij alwaar een monnik (klein, kaal én scheel) hem een kopje thee aanbiedt in de ‘HAL DER KENNIS’. De ‘hij’ herkent een leermeester in deze man en die kan hij goed gebruiken want hij is op weg naar het ‘MIDDELPUNT’. De ontmoeting geeft hem de levenskracht die hij nodig heeft om zijn queeste naar de Heilige Graal voort te zetten. En in de ochtend bij het vertrek beziet hij de natuur waar hij doorheen wandelt met geheel andere ogen. Dat wordt mede veroorzaakt door de gouden gloed die de ochtendzon achterlaat op ‘de Natuur’… De zoekende ‘hij’ zat vast in de duisternis en heeft het licht gezien. Eerst in figuurlijke zin door alles wat er in de nacht in het boerderijtje gebeurde, en daarna in letterlijke zin.

Is hier sprake van ironie? Neemt de dichter een loopje met de verhalen over bekeringen? Ja en nee. Ja, omdat er met veel ironie wordt beschreven over de plek waarin een kamer de plechtige titel ‘de hal der kennis’ heeft gekregen en de daar aanwezige man kwalificaties meekrijgt als ‘oude magiër’ en ‘langgezochte leermeester’. Nee, omdat de ‘ik’ oprecht lijkt te genieten van wat de natuur biedt: vogelgekwetter en een fraaie ochtendzon. Nergens wordt die zon ironisch beschreven. Die zon is er en die schijnt niet alleen magistraal, maar die ís magistraal. De Selfkicker kikkert er helemaal van op.

____

Geplaatst in Klassiekers.