“Ik bezit een oude ziel, denk ik”

‘Ik hou van het gedicht dat zich als een enveloppe voordoet. Je leest erin de brief’.

Marieke Eggermont is geboren in 1975 in Tiegem (West-Vlaanderen) maar ze woont intussen in Gent. Dankzij haar gezin en haar job ervaart ze veel vrijheid om mensen en plaatsen te ontdekken.
Elly Woltjes stelde haar een aantal vragen.

 

Hoe lang schrijf je al poёzie?
Ik begon al vroeg poëzie te lezen. Ik vond die thuis maar ook in bibliotheken.
Mijn grootvader aan vaders kant had, lang geleden, een boek uitgegeven in eigen beheer. Hij had het geld en de teksten daarvoor bij elkaar gespaard. Ik heb dat sparen voor een boek altijd een mooie gedachte gevonden.

Poëzie schrijven deed ik tussen mijn twaalfde en mijn veertigste maar daar is niks meer van over. Ik nam mijn werk pas ernstig vanaf 2017, het jaar waarin ik mijn basisjaar literaire creatie had afgerond en besefte dat poëzie me nog meer boeide dan proza. In 2018 schreef ik me in voor de schrijversacademie van creatief schrijven in de afdeling poëzie. Vanaf toen werd ik productief en voelde ik me zelfverzekerder worden bij wat ik schreef.

 

je bent de aanleiding om mij
naar achter te doen kijken de
hoge boom met links en rechts
de ruimte om te spelen

je spelt met nadruk op het kind
mijn kindertijd in grepen van
welp naar leeuw en zonder kooi
waarin je mij bewaarde

mijn klein zijn hangt voor altijd
vast aan takken van jouw stam
ik vond mijn vrijheid in het loof
waarbinnen vogels trokken
maar nu ik bij die boom ga
staan het loof raakt aan de
wolken mis ik treden in de
kruin en vliegen vogels uit

Heb je ook gepubliceerd? En waar?
Recent werd ik genomineerd door uitgeverij De Zeef. Uit 92 bundels werden 20 kwalitatieve inzendingen geselecteerd. Eerder werd mijn enige inzending geselecteerd voor Het gezeefde gedicht.  Omdat ik nauwelijks deelneem aan wedstrijden en nooit werk opstuurde naar tijdschriften zijn de publicaties beperkt gebleven.

Heb je ook opgetreden met je poëzie?
Ik ben zeer gevoelig voor de omgeving en ik voel me er afhankelijk van. Misschien mis ik die concrete ervaring om goed te beoordelen. In de meest comfortabele vorm exposeer ik op een event zoals het Kunstenfestival in Watou.
Een breed publiek maar geen onmiddellijke betrokkenheid. Een context waar beeldende kunst deel van uitmaakt vind ik boeiend.
Ik hou niet van de manier waarop dichters vandaag een podium krijgen. Het kan voor mij allemaal veel poëtischer. Als ik zie wat andere culturen met poëzie doen dan voel ik mij niet meteen trots op Vlaanderen. Ik durf het, op uitzonderingen na, zelfs een elitair circuit te noemen.

De interactie blijft beperkt en dat kan eigenlijk veel beter. Ik vind dat poëzie perfect geïntegreerd kan worden in audiovisuele media of beeldende kunst of onderwijs en dat wordt nog te weinig gedaan.
Ik ben wel zeer positief over een aantal ambassadeurs van verbreding: Joke Van Leeuwen, Paul Demets, Peter Holvoet-Hanssen en Christophe Vekeman. Ze dagen op hun manier de context wat uit met winst voor inclusie.

 

geef me met het blauwe
laken de illusie van de zee
strooi wat zand in beide ogen
scheep me in en neem me
mee

als ik droom, daar op het
water van mijn hangmat in de
wind zing het lied dat ik wil
horen schommel mij gelijk
een kind

is het tijd om te ontwaken
blaas het zand dan uit mijn
zicht trek de zee over mijn
ogen maar hou het schip in
evenwicht

Hoe omschrijf je de kern en de aard van je poëzie?
Mijn poëzie wil toegankelijk zijn. Zowel in inhoud als in vorm moet het voor mij eenvoudig blijven.
Ik vind mijn gedichten geslaagd als ze ontroering oproepen. Dat doe ik door omschrijvingen van lichaamstaal of door letterlijk te schrijven: ‘er werd aan jou gedacht’ of ‘ik wil er jou graag bij’.
Ik wil graag mensen betrekken op elkaar met eenvoudige beelden die lieflijk aandoen maar die meteen ook relaties tot anderen reflecteren. Poëzie mag voor mij mysterieus zijn maar als ik iets meerdere malen herlees en ik snap het niet, dan haak ik af. Zo heb ik het niet gemakkelijk met de actuele abstracte poëzie.

Met plezier lees ik gedichten die al enigszins belegen zijn, die de tijd hebben doorstaan. Ik lees bijvoorbeeld graag Jan Van Nijlen, Rilke of Prévert en hun tijdgenoten. Ik bezit een oude ziel, denk ik. Dat maakt mijn gedichten vaak traditioneel want in de uitvoering kies ik ook klassieke tradities en rijm, iets wat ik wil verbreden. Mijn interesse voor actuele poëzie werd recent ook aangewakkerd door mijn opleiding. Het blijft belangrijk om open te staan voor vernieuwing en actualiteit, vind ik.
Ik neem de tijd om te rijpen, om te experimenteren en ik wil me niet laten opjagen of trends opvoeren ter wille van succes. Het liefst ben ik de toevallige ontvanger van verhalen die, bij voorkeur écht gebeurd zijn en belegen. Ik hou veel minder dan iemand anders van nieuwe dingen of hypes. Voor mij mag de tijd er lang zijn overgegaan, dan wordt het schijnbaar beter.
Dat heb ik met spullen en met mensen én met kunst. Bij alles wat iets ouder is krijg ik interesse. Oude schriften, oude dichters en dan vooral, de context waarin ze stonden of leefden. 
Verder bewaak ik graag de focus op mijn werk en niet op mijn persoon.

de ochtend wordt steeds blauwer
nu we tijd laten passeren
buiten onze kamer valt het
koude morgenlicht
de bus vertraagt de halte
een auto steekt voorbij
en voor het venster zit een kind
te wachten naast de kat
daar is de glimlach van dat kind
de vader is in zicht
met in zijn haar de buitengeur
en manen voor ontbijt

Heb je een beroep of ben je anderszins bezig?
Ik ben afgestudeerd als sociaal werker. Daarvoor had ik voor kunstonderwijs gekozen.
Tijdens mijn bacheloropleiding ambieerde ik een job in een cultureel centrum maar onderweg evolueerde dat naar een job in de dienstverlening. Vandaag probeer ik de kloof tussen werkzoekenden en de arbeidsmarkt te dichten Door middel van concrete acties op de werkvloer sleutel ik aan instapprocedures.
Er is vandaag schaarste op de arbeidsmarkt, een gevecht voor geschoolde talenten. Het meedenken over innovatieve werkvormen bij deze realiteit is niet alleen economisch zeer nuttig maar ook maatschappelijk/ sociaal zijn er grote winsten te halen.
Een baan maakt mensen zelfredzaam, geeft structuur. Mensen worden soms letterlijk mooier als ze vast werk hebben.

Wat zijn je toekomstplannen?
Ik wil een week lang niks anders doen dan schrijven en wandelen.
Daar is planning, geld en tijd voor nodig want ik kan met dat doel niet thuisblijven. Daar is téveel om voor te zorgen en het leidt me af.
Mijn ambitie ligt voorlopig niet bij een bundel waar enkel gedichten in zijn opgenomen. Ik wil graag ook met foto’s en met tekeningen werken en voor mij moet het resultaat geen boek zijn, tenzij het passend is. Persoonlijk vind ik dat ideeën te snel een kaft krijgen.
Als lezer is het moeilijk geworden om kaf van koren te scheiden en ik ben bezorgd dat er teveel boeken ongelezen worden vernietigd door uitgeverijen of door mensen die ze in hun bezit hebben. Het teveel doet mij, om kwalitatieve en ook ecologische redenen overwegen om in een andere richting te kijken.
Ik wil blijven schrijven, blijven tekenen maar ook vooral blijven lezen.
Het siert een schrijver dat hij kennis maakt met anderen en dat hij blijft bewegen en dat het blijft wringen ook.

 

Geplaatst in Interviews.