René Smeets (samenstelling) – Lavend de liefde, de mooiste boezemverzen uit de wereldliteratuur

Boezem

door Hans Franse

In een van de boeken van meesterverteller Antoon Coolen komt een plattelandspostbode voor, die, wanneer hij op de fiets zijn post rondbrengt, soms in zichzelf een woord mompelt dat voor hem het summum van erotiek betekent, alles wat schoon aan vrouwen is passeert dan zijn wat simpele geest. Mompelend in zichzelf zegt hij ‘Boezem’, en dat is het.
Het is een andere ervaring dan die Boudewijn de Groot bezingt als hij op zondagmiddag zijn oma en tante Julia bezoekt. Met enige afkeer zingt hij : ‘Ja, tante Julia, / ik lijk alweer wat ouder / ik speel piano als u wilt / maar haal uw borsten van mijn schouder’. We brulden dit, in tegenstelling tot de in zichzelf pratende postbode op zijn eenzame rondes uit volle borst mee. Waarom nu deze herinneringen? Klaarblijkelijk is een boezem, weliswaar in al haar maagdelijke blanke onschuld, de twee hertenjongen uit het Hooglied, een bron van inspiratie. René Smeets, meestervertaler die zoveel aandacht aan de recente Poolse poëzie besteedde, verzamelde een groot aantal gedichten, klassieke, moderne, recente, Nederlandstalige en uit veel talen vertaalde waarin deze sieraden van de vrouwelijke kunne het onderwerp vormen. Hij ‘streelde ze bijeen’. Hij verzamelde ook gedichten over wijn (Met jou open ik oude nachten) en over bier (Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten). De door mij reeds zo vaak gecomplimenteerde avontuurlijke uitgeverij P uit Leuven gaf ze uit, een prachtig verzorgd boek met illustraties, echt een sieraad in de kast en buitengewoon leuk om te lezen. Niet alleen leuk, maar ook leerzaam: een overzicht van wereldliteratuur over twee mooie, zachte, voedzame, uitdagende en verleidelijke elementen die de vrouw tot een soms te veel gewaardeerd object maakt van mannelijk begeren.

Smeets zegt in zijn voorwoord dat dit een werk van lange adem was ( lang strelen, zou je dus zeggen). Hij heeft in vijf of zes jaar meer dan 1500 borstgedichten gelezen (en misschien voor zichzelf gepreveld) die hij eerst thematisch wilde ordenen. Uiteindelijk ordende hij een honderdvijftigtal ‘talig’. Zo paraderen dus: ‘ 150 … ‘Borsten. Met een grote of kleine b? Brave en stoute, harde en zachte, gehoorzame en rebelse, opdringerige en steelse [toch komt tante Julia niet voor, HF], serieuze en speelse, volkse en geleerde, begeerde en genegeerde, passionele en onverschillige, poeslieve en manipulatieve, plagende en uitdagende. Borsten die wél en borsten die niet hebben gezoogd, borsten die niet alleen kinderdorst, maar ook volwassen lusten wisten te lessen. Nooit genoeg bloemen om volmondig, de simpele schoonheid van borsten te roemen’.

Het is voor mij moeilijk om iets te zeggen over de vertaling daar de oorspronkelijke tekst niet opgenomen is, wat het boek overigens twee maal zo dik zou hebben gemaakt. Wel staat er een zorgvuldige bronvermelding bij die het mogelijk maakt de oertekst op te zoeken. Ik ken sommige Franse, Engelse, Duitse en Italiaanse gedichten, maar de kwaliteit van de vertaling van de Spaanstalige, de Portugese en gedichten uit de Baltische talen, het Vietnamees, Japans, Syrisch, Grieks, Pools kan ik niet beoordelen. De naam van de samensteller en zijn keuze moet ik vertrouwen en gezien zijn mooie keuze van Nederlandstalige poëzie moet ik van hoge kwaliteit uitgaan. Daarnaast betreft het vaak zeer gerenommeerde vertalers. Veel Spaanse gedichten zijn vertaald door Stefan Van den Bremt. Mijn opmerkingen over de kwaliteit van de vertalingen zijn dus volstrekt arbitrair, maar ik zou als samensteller niet gekozen hebben voor de vertaling van Brave Margot (George Brassens) door Stefaan Van den Bremt. Ik zou liever de tekst van Ernst van Altena hebben gekozen. Die is zingbaar, volgt de ritmiek van het chanson en komt dus dichterbij de bedoeling van een te zingen tekst. Dat is ook te zien aan de vertaling van de stanza’s van Pierre de Ronsard op p. 160, waarin Van Altena (die ook Jacques Brel prachtige Nederlandse teksten leverde: ’Le plat pays / Mijn vlakke land’) de melodie volgt, die ook door Guy Béart is gezongen op zijn verrukkelijke LP Vive la Rose, waarin hij de oorspronkelijke tekst en melodie ten gehore brengt. Het knappe van deze vertaling van Van Altena is ook dat hij de sfeer van de Pléiade heeft weergegeven door zijn woordkeus. Ik citeer:

Quand au temple nous serons
Agenouillés, nous ferons
Les dévots selon la guise
De ceux qui pour louer Dieu
Humbles se courbent au lieu
Le plus secret de l’église.

Mais quand au lit nous serons
Entrelacés, nous ferons
Les lascifs selon les guises
Des amants qui librement
Pratiquent folâtrement
Dans les draps cent mignardise…….

Als wij in het Gods huis zijn
Samen knielend voor de schrijn
Doen wij vroom naar exempel
Van hen die tot eer van God
Nederig het hoofd er nijgen tot
’t Tabernakel van de tempel.

Maar zijn wij in het slaapsalet
Warm omstrengeld op het bed
Dan doen wij wulps als de vele
Minnaars die steeds vrank en vrij
In hun dartele vrijerij
Honderdvoudig strelen spelen…..

Ik zou – en het is volgens mij een groot compliment-, aan vertaler en uitgeverij P, iets willen voorstellen. De meest recente reeks publicaties over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur is nu voltooid. Het zijn prachtige boeken geworden, één ervan is, dankzij het schrijftalent van Frits van Oostrom, zelfs door zeer velen gelezen en gekocht. Wat ik mis is een adequate, eigentijdse bloemlezing samengesteld vanuit de meest moderne opvattingen. Ik voel me soms heel onthand als ik, proberend een beetje mijn vak bij te houden, de nog steeds indrukwekkende bloemlezing van Victor van Vriesland Spiegel van de Nederlandse poëzie gebruik. Ik zou zo graag een nieuwere hebben. Weliswaar zijn de bloemlezingen van Komrij heel plezierig en uitvoerig, maar een mooie, wetenschappelijke uitgave ontbreekt. Zou een dergelijk project, samen met de Nederlandstalige overheden, niet iets voor uitgeverij en samensteller René Smeets zijn?
Ik vraag dit omdat ik de bloemlezing van Nederlandse gedichten die taalstrelend over de borsten gaan zo mooi is. Hoofdstuk 1 (Aafjes, Anna Blaman, Elly de Waard, Hoornik, Kopland, Louis Paul Boon, Snoek, Wilmink) verzamelt de wat modernere gedichten terwijl de laatste afdeling, hoofdstuk VIII, vanaf Van Focquenbroch, via Bilderdijk en Jacobus Bellamy (wat een verrukking dat gedicht te lezen), Hendrik Tollens en Jacob van Lennep tot en met Hein Boeken en J.H. Leopold een (m.i. veel te) klein aantal fraaie gedichten bundelt die literair-historisch interessant zijn.

Kortom: ik heb wederom genoten en neem dit boek mee naar mijn buitenlandse woon- en werkplek om daar in de hete zomer weg te kunnen dromen bij deze prachtige bloemlezing die ook mooi is om te zien.

___

René Smeets (sam.) (2019), Lavend de liefde, de mooiste boezemverzen uit de wereldliteratuur. Uitgeverij P, 220 blz. € 29,50. ISBN 9789491455483

Geplaatst in Recensies.