Steeds op reis en altijd thuis. De 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd 2018

Turing 2018

door Lennert Ras

Steeds op reis en altijd thuis is de bundeling van de honderd beste gedichten van de tiende Turing Nationale Gedichtenwedstrijd met een voorwoord van juryvoorzitter en Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja. Daarmee viert Turing haar tinnen bruiloft. Turing was een initiatief van Gerrit Komrij. In het voorwoord een gedicht van deze grote dichter, waarin het volgende fragment: (ik ben) ‘ / Een sukkel in sukkeldraf / Op weg naar het avondrood / Op mensenliefde staat straf / En de sukkels moeten dood’.

De bundel Steeds op reis en altijd thuis is een bonte verzameling gedichten. Een paar dichters hebben met twee gedichten de bundel gehaald. Zoals onze eigen Alja Spaan. Buiten Alja om ken ik geen enkele dichter van naam, die in de bundel staat. Terwijl ik redelijk wat dichters ken. Het bewijst maar weer eens hoeveel dichters er zijn. Bijna verzucht ik weer, er zijn meer dichters dan lezers van poëzie.

Steeds op reis en altijd thuis bevat goede gedichten, die allen iets hermetisch hebben. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht van Meity Völke, ‘Onder water’: “soms voert men jonge muizen aan een zwangere / kat om haar kittens in een emmer te verzuipen / ‘Daarom dus’ zei de man ‘geef ik jou een goede kans’ / en veegde met een natte vinger een hoekje van de kubus af.” Als ik de gedichten in deze bundel lees, vind ik mijn eigen gedichten eigenlijk kinderlijk eenvoudig en niet zo interessant.

De dood speelt meerdere keren een rol. Zoals in het gedicht van Nadine Ancher, ‘Pointe’. Met daarin de zeer filosofische regels: ‘Ik meende dat / je verdriet kon delen zoals je samen de lijkkist draagt. / maar droefheid moet je toch echt zelf torsen.’ Ook weer filosofisch te noemen is het gedicht van Fleur Bodt, ‘timmerman’, waarbij het timmeren symbool staat voor het leven zelf. Ook filosofisch bij Patrick Cornillie, ‘Op een kier’: ‘Lees maar, het is niet wat er staat. / Het is wat er niet staat.’

Weer heel anders, ik zei al, het is een bonte verzameling gedichten, is het gedicht ‘interimkracht’ van Sasscha Beernaert. Erg grappig. Het gaat over iemand die eigenlijk kutbaantjes heeft, maar dan ontdekt wordt als dichter en dan vreemde gedichten gaat schrijven over dingen die ze in die kutbaantjes (als interimkracht) heeft meegemaakt. Ook grappig is het gedicht ‘Inburgering voor gevorderden – toets (extract)’ van Tom Collingridge. Een fragment:

38) Mensen lezen kranten omdat:
.       a) ze willen lezen wat ze al weten
.       a) ze niet voldoende tijd hebben voor sociale media*
.       a) dat doen zij niet

Bijzonder is ook ‘De winkel van de kunst’ door Natasja Kraijer, waar kunst zich ontpopt als een glazen pot met stuiterballen die leeg wordt gekiept. Op de vraag hoeveel dat dan kost wordt geantwoord met: ‘Ik kan het niet minder maken dan het is.’

Enigszins absurdistisch weer is ‘rabarberlimonade’ van Wout Waanders, waarin een meisje in rabarberlimonade springt en die hij redt door snel het glas leeg te drinken. Een beetje vreemd weer, dat ‘Grote componisten alfabetisch / 3’ van John Wambacq de bundel heeft gehaald, want het is alleen een opsomming van aandoeningen.

Wrang maar daardoor ook mooi is het gedicht ‘Olijfboom’ van Marco Martens over een abortus. Ook wrang is het gedicht van Willemijn Kranendonk, ‘Je kan rekenen op verandering’, over een feministe die onderaan de bangalijst van de jongens staat: ‘naast mijn naam onderaan stond: ze heeft overal een mening over.’

Al met al is Steeds op reis en altijd thuis een boeiende, nogmaals bonte verzameling. Er zitten veel pareltjes tussen. Alle dichters in Nederland kunnen er inspiratie uit halen en leren wat de kenners onder een goed gedicht verstaan.

____

Steeds op reis en altijd thuis, De 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd 2018. (2019). PoezieCentrum in samenwerking met Turing Foundation en POeZIECLUB, 128 blz. € 7,50. ISBN 9789056551278

Geplaatst in Recensies.