De favorieten van Christina Vanderhaeghe

In de serie Favorieten van Meandermedewerkers de drie lievelingsgedichten van Christina Vanderhaeghe.

 

Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.

En Venus gaf de vogels opdracht
hun lied te zingen, niet te zwijgen:
de rauwe roepstem van de zwanen
lawaait rumoerig op de vijvers;
als echo klinkt het lied van Tereus’
liefje, de nachtegaal, gezeten
onder het lommer van een peppel.

Maar zij blijft zingen, ik blijf zwijgen.
Wanneer komt eindelijk mijn lente?
Wanneer zal ik zoals de zwaluw
zijn, zal ik ophouden met zwijgen?

Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.

Anoniem, gepubliceerd in Een lek in het zwijgen,
Poëziezomer Watou 07, een publicatie van vzw Poëziezomers-Kunstzomers Watou, 2007
Van het eigengereide
naar het merkbare gaat
de beschouwing.

Woorden,
gekleurd of niet
worden sleutels.

Hugo Claus, uit: De Oostakkerse gedichten (De Bezige Bij, Amsterdam 1985)
De verstekeling

Bij ieder schepsel dat geboren wordt
zijn reis begint, scheept in het ruim de dood
zich in. En maakt zich met het schip vertrouwd,
dringt door tot iedre vezel van het hout
de romp, de mast, de kabels en de touwen
de zeilen hurkend in de reddingsboot.

Het zijn de kleine kindren die hem kennen
en hem niet vrezen: zij zijn nog pas zo kort
geleden uitgevaren uit hun nacht
ze moeten aan het daglicht nog zo wennen.
Zoals schaduw bij het licht behoort
zo leeft de dood binnen het leven voort.

M. Vasalis, uit: De oude kustlijn (G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2002)
Geplaatst in Gedichten.