Advent (3)

De advent is in het christendom de benaming voor de aanloopperiode naar kerst. De naam advent komt van het Latijnse woord adventus, dat komst betekent. In de adventsperiode bereiden christenen zich voor op het kerstfeest: dit is het feest waarbij de geboorte van Jezus wordt herdacht.
In de encyclopedie zijn nog negentien definities van advent. Invulling is natuurlijk geheel naar uw eigen keuze. Wij wensen u in ieder geval een warme tijd van bezinning en vreugde, samenzijn en introspectie, al dan niet met sneeuw, glitterpak of rendier. Met zorg kozen wij een aantal gedichten die deze donkere maand van licht voorzien.

 

 

 

Een roos

Wie verlangt mag hopen

wie hoopt wacht evengoed de dood

wie denkt mankeert iets aan zijn ogen

die ene roos die in december bloeit
alsof het altijd zomer blijft

dat is genoeg

© Paul Roelofsen
uit Een roos in december (Kontrast, 2015)

 

Sneeuw

Een schuine muur van sneeuwen
komt leunen aan mijn schouder,
geduwd door broeder winter
en zuster stilte, – zou er
nog tijding wezen, ginter
achter het witte scherm, dan vlokken,
sneeuwvlokken, klokken, koele kilte
over de wereld en een hart,
elkaar gelijk in den winternacht.

© Gerrit Achterberg
uit Voorbij de laatste stad (Bert Bakker, 1976)

 

Kerstnacht

I

Kerstnacht – het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren – op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.

Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en
het opgaan van de ster, een lichtend teken.

Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en verstuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij ongestild bewaarden.

© Ida Gerhardt
uit Het levend monogram,
opgenomen in Verzamelde gedichten (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2010)

afbeeldingen Pixabay

Geplaatst in Gedichten.