Jan van der Haar – Eerst de bries, daarna de bomen

Glans met vlekjes

door Paul Roelofsen




Poëziebundels krijgen een extra dimensie wanneer deze smaakvol en informatief worden uitgegeven. Bij Eerst de bries, daarna de bomen van Jan van der Haar, is dit het geval. Het voorplat toont ons de Narcissus van Caravaggio, een schilderij dat je wel moet raken om haar schoonheid en de roerselen die het oproept. De twee motto’s voor de bundel – een van Giorgio Bassani , de ander van Chris van Geel – zijn al even opwarmend. Hier die van Bassani: ‘Ik ga als de wind langs de linkeroever / van de Magra waar de wind de kruinen / van de wilgen in de war maakt waar de witte / armen van de populieren stilzwijgend roepen / in het licht’.
Op het achterplat geen goedkoop geronk maar twee geestige en welgemeende aanbevelingen van Tom Lanoye en Ingmar Heytze.
De gedichten worden ook nog eens afgesloten met een verantwoording alsmede een dankwoord aan de stoet van vrienden die met hun opmerkingen, adviezen en kritieken mede de vorm en inhoud van deze bundel bepaalden.
‘Wat kan ik hier als recensent nog aan toevoegen’, vroeg ik mij verontrust af maar dat valt mee. Zeker in de marge kan er nog wel wat over gezegd.

Het openingsgedicht:

Gewicht

De geest lijkt allengs uit te dijen
heelalgelijk, al is dat lastig na te gaan.

Ervaringen slachten zich halal.
Veelal snijdt een mens in eigen vlees

als het moet – en meestal moet het.
Wat bij hem is weggesneden

wordt in de geest weer bijgevuld.
Spiritueel blijf je aankomen.

Het gedicht stelt niet teleur maar wel vallen enkele vlekjes op; ‘heelalgelijk’ en ‘al’ in de tweede regel, ‘halal’ in de derde en ‘Veelal’ in de vierde, is wel erg veel van het goede en dat het verlies aan vlees in de geest zou worden gecompenseerd met spiritualiteit, lijkt me eerder wishful thinking dan overtuigende troost.
In het tweede gedicht ‘Thebe’ een hinderlijke afbreking van de voorlaatste naar de laatste regel (‘De tijd waait slechte adem over hem / uit. De elementen laten hem barsten.’).
In de hierop volgende verzen wordt van de lezer verwacht thuis te zijn in de Bijbel, de Klassieke Oudheid en de Italiaanse cultuur of zich daar alsnog in te verdiepen. Is dat het geval dan valt er zeker van de gedichten te genieten, maar ook hier en daar nog over te struikelen. Zoals gezegd wordt de poëzie goed aangevuld met adequate informatie, maar een verklarende woordenlijst ontbreekt en deze zou de toegankelijkheid ervan zeker ten goede komen.

Wat de gedichten verlevendigt, is dat Van der Haar naast Italiaans en Latijn zich van Nederlandse woorden bedient die helaas in onbruik geraken zoals nabauen, gekonkelefoes, vermeien en stiefelen. En in één gedicht schuwt de dichter ook het Zuid-Afrikaans niet. Heerlijk.

Zinsbegoocheling

(…)

Lekker is Antjie Krog, de dochter van Jefta
Die mij ontuchtige lachkrampen heeft bezorgd
Gelijk ik haar, zodat zij piepte: O, ek bars!
Proestend verenigden wij ons in gelach
Om de serveerster met de orangepiele.

(…)

Vermakelijk; poëzie als taalspel, en Van der Haar speelt dit spel behendig. Maar je zou zo graag willen dat hij meer kan dan dat.
En dat kan hij! Met name in het tweede deel van de bundel – deze bestaat uit drie delen – komt hij op stoom met een sterk persoonlijke lyriek.

Mijn zoon III

Ik kan niet teleurgesteld raken
door mijn nooit geboren zoon.

Al evenmin gedood worden
door mijn nooit geboren zoon.

Ik kan geen grootvader worden
door mijn nooit geboren zoon.

Al evenmin de wereld verbeteren
door mijn nooit geboren zoon.

Het joch is noorden- westen-,
zuiden-, oostenwind en ademt.

Het lijkt uit onyx gesneden als
een loper die zijn weg weet.

Ik schaak mijn zoon, die houdt
van mij, Mishima, Malaparte.

Hij zet het mes in Mandarijn
en ik moet hem begrijpen.

Het derde deel vind ik dan weer minder; hier en daar te gezochte vondsten ( ‘open-ramenweer’, ‘schaamlappend’) en nogal schreeuwerig.

Maar afgezien van mijn kanttekeningen, staan er prachtige en boeiende gedichten in deze bundel.
Ik ga straks lezen in Epitaaf, de door Jan van der Haar vertaalde poëziepil van voornoemde Giorgio Bassani.
Van der Haar is thuis in de Italiaanse literatuur; ben benieuwd of de vertalingen het niveau van zijn eigen werk evenaren.
____

Jan van der Haar (2019). Eerst de bries, daarna de bomen. Uitgeverij IJzer, 64 blz. 16,50 euro. ISBN 9789086841905

Geplaatst in Recensies.