Dagboek van een redacteur (7)

door Eric van Loo

In zijn column van 22 december jl. ging Hans Puper in op de rol van kennis over de biografie van de dichter bij het lezen van diens gedichten. Soms nuttig, maar veelal wordt ervoor gepleit een gedicht te lezen als een zelfstandige tekst en de interpretatie niet te laten sturen door biografische duidingen. Ik wil vandaag nog een stapje verder gaan: zou het niet goed zijn vaker een gedicht te lezen zonder überhaupt te weten wie het geschreven heeft?

In zijn bespreking van 111 Hopla’s van Judith Herzberg schreef Marc van Oostendorp: “Ik ken geen subtieler gedicht van zes woorden in de Nederlandse taal dan ‘Na afloop’: ‘De cake is voor / de levenden.’” Op zich een briljante opmerking. Ik ken überhaupt geen andere gedichten van zes woorden in de Nederlandse taal, dus ik neem zonder meer aan dat ‘Na afloop’ hoge ogen gooit in deze categorie. Het is een korte, enigszins ironische opmerking/observatie. Maar wat nu wanneer dit gedichtje in de goed verkochte bundel van Tim Hofman had gestaan? Of een berichtje was geweest van een ‘Instagramdichter’ als Merel Morre of Siel Verhanneman (#vijftiendeverdieping)? Zou Van Oostendorp deze zes woorden dan nog steeds zo hoog aanslaan?

Twee jaar geleden plaatste ik bovenstaande foto op Facebook: ‘De nieuwe bundel van Campert is uit. Ik kan niet wachten!’ Het bericht werd een aantal keren geliket, en ook gedeeld. Een instinkertje. De drie regeltjes vormen de eerste strofe uit het lied/gedicht ‘Zon’ van Frank Boeijen. Boeijen heeft al een aantal jaren de gewoonte om zijn cd’s in boekvorm uit te brengen. Dat was voor mij de aanleiding zijn cd/boek als poëziebundel te recenseren voor Meander. Nee, Boeijen kan zich niet meten met Nobelprijswinnaar Bob Dylan, en ook niet met de gelauwerde Remco Campert. Maar blijkbaar waren deze regeltjes licht genoeg om verwarring te zaaien. En werden ze met andere ogen gelezen doordat de suggestie werd gewekt dat ze door Campert waren neergepend.

Nog één voorbeeldje dan. Meulenhoff gaf jarenlang een Dagkalender van de Poëzie uit. De laatste verscheen in 2012, maar uitgevers als Van Oorschot en Plint hebben het stokje overgenomen. Wat ik vaak jammer vind: de naam van de dichter staat op poëziekalenders altijd direct onder of boven het betreffende gedicht. Onbewust word je gestuurd in je interpretatie, wanneer je weet dat een gedicht bijvoorbeeld van Joke van Leeuwen, Jannah Loontjens of juist van een onbekende dichter als Jan van Helsdingen is. Zou je niet anders kijken, wanneer dit niet vermeld werd? Vergt het lezen van poëzie niet juist een onbevangen, frisse blik? U kunt het vandaag een keertje uitproberen. Bovengenoemde gedichten zijn –geanonimiseerd en in willekeurige volgorde– hier en hier en hier te lezen.

Ik sluit af met een variatie op misschien wel het allermooiste gedicht van acht woorden dat de Nederlandse taal rijk is:

Bij een debuut

Als dit Kopland was,
zou ik beter lezen.
Geplaatst in Column.