“Neem een grote stap, en land”

Een regel uit een gedicht van Adriaan Jaeggi (1963-2008) opent deze bloemlezing nieuwjaarsgedichten waarbij we nog even in het onzekere verkeren van wat de tijd ons zal brengen. Geen leegte hopelijk maar een nieuw begin of een voortdurend doorgaan, een herhaalde poging, met veel mooie zinnen.

 

afbeelding Pixabay

 

Einde

Neem een grote stap, en land
Met je tenen op deze zinnen
Ze veren op en liggen stil
Jij staat alweer bij deze rand

Een smalle leegte zonder taal
Kijk er niet in, verlies je niet
Waag nog een stap, voor je het weet
Sta je veilig aan de overkant

En als je hier bent aangeland
Huiver dan bij het vergezicht
De leegte achter deze zin:
Er is niets buiten dit gedicht

© Adriaan Jaeggi
uit Tweelinggedicht
opgenomen in Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten (Prometheus, 2002)
De tijd vloog

Alsof de tijd voorbij vloog
Als zand dat door mijn handen gleed
Alsof de tijd steeds haast had

Als ik liep over de straten van mijn leven
Onderweg naar iemand aan wie
Ik alles wilde geven

Dan stond alles stil
Ging er geen minuut voorbij
Ik had het leven in de hand

Hoe ouder mijn leven werd
Hoe rustiger alles was
Hoe minder ik aan het einde dacht

© Ronald M. Offerman
uit Niets te lachen
opgenomen in de verzamelbundel De Dikke van Offerman (2017)
Vervulling

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, eg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van de oneindigheid.

© Gerrit Achterberg
uit Voorbij de laatste stad (Bert Bakker, 1976)
het afgelopen jaar is boek geworden
en trommelt een bekende klank
op mijn beslagen ruit;
de dagen gaan vrij-uit
want ik was mank.

jij en het jaar en ik zijn boek geworden.

© Neeltje Maria Min
uit voor wie ik liefheb wil ik heten (Bert Bakker, 1966)
Mettertijd

Wie zal zeggen waarvandaan en uit welk verleden
de geuren en geluiden een enkele keer
’s nachts komen overgewaaid, alsof ze ook buiten je om
moesten worden bewaard

wanneer er achter de dingen die je vooral
bij zullen blijven, bijgebleven zijn
niet louter willekeur schuilt, god, wat dan wel?

onmetelijk scheen je de reikwijdte van de tijd, de in het vooruitzicht
gestelde beloften, zoveel nauwelijks
te doorgronden verlangens, gebeurtenissen
die je zekerheden ondergroeven

je kent het, dit landschap dat tot in alle windstreken
werd geschonden, maar moeiteloos
vind je toch sommige vertrouwde plekken terug

na een verlegd stuk klinkerweg, kaalslag en bos, rijpende
bramen opent zich toch opeens weer
die vallei met zijn scheefgegroeide zeedennen
waar jullie ooit samen lagen –

zichzelf, het zinnelijke, weten te ontraadselen, misschien is dat het
wat herinneringen willen

© Hans Tentije
uit Mettertijd
opgenomen in de bundel Om en nabij (De Harmonie, 2016)
Merelman

Kopschuwe merelman. Het is winter.
Zijn gele bek gloeit wat minder.
Hij verbergt zich in de altijdgroene haag.
Denkt hij aan het lied dat hij dit voorjaar
Ten gehore zal brengen? Fluit hij reeds
Wat frases heel zacht voor zich uit?
Een buur slaat alarm: sperwer!
De lente is nog ver…

© Marnix Raes
Geplaatst in Gedichten.