“En natuurlijk publiceren, dat is een eeuwig voortmeanderend doel.”

Sacha Landkroon is geboren in Groningen in 1984 en getogen in de ongeëvenaarde jaren ’90, op de klanken van de eerste elektronische muziek, toen paars nog slechts de kleur van het kabinet was en de digitalisering amper greep had op de samenleving. Nu resideert hij in Paterswolde (Drenthe) en daar behoort hij tot de redactie van het oudste literaire blad voor streektaalliteratuur in Nederland, met de illustere naam Roet (opgericht vijf en een half jaar voor zijn geboorte). Hij is ook al jaren het jongste lid van de Neie Drentse Schrieverskring. Als belangrijkste literaire wapenfeiten vermeldt hij een jaar huisdichterschap van de Rijksuniversiteit Groningen, het winnen van het Hendrik de Vriesstipendium voor literatuur in 2015 en een finaleplaats op het NK poetry slam in 2018. Hij noemt zichzelf een excentriek personage met voorliefde voor whisky en exotische huisdieren zoals vogelspinnen en hagedissen.
Alja Spaan stelde de ‘jonge dichter’ nog een paar vragen.

foto me, myself & I 😉

 

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? Wat doe je bij Meander? En waarom eigenlijk?
Na publicatie van mijn debuutbundel Terra Incognita in 2016 werd ik daarover geïnterviewd voor Meander, door Alja Spaan. Blijkbaar heb ik destijds goede antwoorden gegeven, want een tijdje later werd ik door haar gevraagd om toe te treden tot de driekoppige redactie die de poëzie-inzendingen voor Meander beoordeelt. Af en toe mag ik naast dat redactiewerk ook een interview met een dichter doen. In die hoedanigheid heb ik al een aantal markante schrijvers en dichters aan de tand kunnen voelen. Vanwege het dagelijks leven en andere drukke dingen ligt de frequentie helaas laag, maar in de literatuur gaat het om kwaliteit en niet om kwantiteit. Ik werk voor Meander omdat ik al sinds het begin van mijn carrière, in 2007, vind dat je poëzie en literatuur zeer actief onder de aandacht van mensen moet brengen. Opdringen bijna, omdat de zalen nu eenmaal niet vanzelf volstromen. Er wordt zoveel gaafs geschreven door dichters in het Nederlands taalgebied, dat van Paramaribo, langs uithoeken als Leeuwarden en Eindhoven doorloopt tot Brussel om uiteindelijk te culmineren aan de voet van de Tafelberg in Kaapstad, waar talige helden als Stef Bos en Tom Lanoye resideren.

Wat vind je van het poëtisch klimaat in ons taalgebied? Is een Dichter des Vaderlands eigenlijk nodig?
Het poëtisch klimaat in ons taalgebied laat te wensen over. Wat ik zeg, het ligt niet aan wat er geschreven wordt, maar wel aan hoe dat wordt uitgedragen in bijvoorbeeld het onderwijs. De rol van poëzie en zelfs literatuur is (ondanks de boekenlijsten) veel te marginaal. De gemiddelde leerling wordt lang niet vaak genoeg geconfronteerd met het belang van de schrijfkunst en ‘de schrijver’ als inspirerend individu. Het gros van de bevolking denkt dat poëzie verheven tijdverdrijf is voor dolende zielen, en gedichten worden al snel gelabeld als onnodig ingewikkeld. De gemiddelde jongere beseft niet hoe dicht de teksten van hun favoriete rappers op de literatuur staan en de gemiddelde oudere lijkt te denken dat alles verklaard moet worden om de zintuigen te kunnen prikkelen. Abstracte taal of een vreemde taal kan net zo hard raken als je goed leest of luistert. Ik luister al drie decennia naar Italiaanse muziek zonder een woord Italiaans te spreken en ik vind het nog steeds fantastisch. Een Dichter des Vaderlands heeft naar mijn idee aan de ene kant de taak om mooie passende teksten bij belangwekkende gebeurtenissen te schrijven, maar zijn of haar rol als taalambassadeur en uitdrager van het Nederlands als rijke uitingsvorm is mijns inziens bijna dubbel zo belangrijk.

Wat voor toekomst zie je voor Meander?
De toekomst voor Meander ligt niet vast, zoals al in de naam van het platform tot uiting komt. Met het heengaan van Rob de Vos is wel de geestelijk vader van Meander komen weg te vallen, maar de koers die sindsdien wordt gevaren is bewonderenswaardig qua inspanning en ambitie. Met elkaar proberen we een toegankelijk platform met kwalitatieve inhoud te realiseren zonder te vervallen in verhevenheid of quasi-elitair geneuzel. Er wordt wekelijks een variëteit aan nieuwe poëzie ingestuurd die soms de wenkbrauwen doet fronsen of tranen spontaan laat vloeien. Sommige inzenders moeten nog rijpen, maar er ligt zoveel moois voor het oprapen dat daar nog ontelbaar veel interviews en recensies aan te koppelen zijn. Als een rivier door het landschap zoekt dat gewoon zijn eigen loop in de tijd.

En wat betreft je eigen werk?
Ondanks het feit dat ik al twaalf jaar bezig ben, word ik nog steeds een jonge dichter genoemd. Ik heb me in grofweg een decennium ontwikkeld van een hermetische jongeling tot een meer tastbare dichter die graag het podium betreedt en daarbij de controverse niet schuwt. Via Urban House Groningen ben ik aan spoken word en poetry slam gaan doen, naast mijn gebruikelijke ‘leespoëzie’ en dat heeft de deur geopend naar meer gedurfde, soms politiek geladen performances waarin bijvoorbeeld ook het lichaam zelf wordt ingezet als communicatiemiddel. Daarnaast ben ik druk met het zoeken van samenwerkingen met beeldend kunstenaars zoals een keramiste en een kunstschilder en recentelijk zelfs een paar danseressen. Veel daarvan gaat over maatschappelijke thema’s als gelijkheid of tolerantie. Wie het podium krijgt, dient iets zinvols te zeggen. Dat is zowel het voorrecht als de tragiek van de kunstenaar. Ik denk zelf bijna nooit in losse gedichten of teksten maar altijd in series en hele bundels. Maar 5% van al die ideeën wordt ook daadwerkelijk gerealiseerd. Wat betreft de toekomst: ik wil doorgaan met het zoeken van verbindingen en het actief uitdragen van de gedachte dat poëzie geen suf fenomeen is maar een kleurrijke wereld waar voor iedereen die open staat iets te halen valt. En natuurlijk publiceren, dat is een eeuwig voortmeanderend doel.

Drie gedichten:

 

Tanden en gekamde haren

Zegt ze nou net dat ze maanden wil slapen
in mijn eenpersoonsbed zonder laken?

Even de duizend deeltjes dakleer
van het matras blazen – kat maak dat je
wegkomt met je gore poten! –

sommeert me en passant dat als je beter
in de slappe was zit, een bredere slaapplaats
wel praktisch uit zou kunnen pakken

maar ze behelpt zich zo graag met het doel
in gedachten; vrolijk nazomeren
zorgeloos het volgende vrijaf naderen

tot er op mijn gelaat een grijns verschijnt
ik zeg haar dat ik hou van mensen
die denken in oplossingen

zij zegt ik heb een dna-test laten doen
100% kans dat ik het kind van iemand ben.

 

Arlecchino

Achter imaginaire coulissen hangt
het potsierlijke pak
op zijn drager te wachten.
Geduldig – alsof het zo
uit Renaissancistisch Florence is gekomen.

Scenario voor de tranen van een joker
– door haar zorgvuldig uitgedacht –
een hoveling maar evengoed buitenstaander
buitenbeentje, meestal boven de wet verheven
maar soms toch gebonden aan regels.
Schouders licht naar voren gebogen:
schoolarts constateerde hyperkyfose
maar verder ook

.            BEST EEN MOOI LICHAAM

buurvrouw stelde voor
een nieuwe houding aan te nemen;
bezemsteel tegen de ruggengraat binden
en gaan

hoe vaak werd in de jaren daarna
de stok van de riem genomen
hoe vaak sloeg men hem
met eigen attributen om de oren
commedia dell’arte met tragische afloop
waarin Colombina door een heel stel
potentere kerels bruut wordt genomen
– en ondergespoten –
terwijl jij moet kijken en achter archetypisch masker
je venijnige mond nog je enige realiteit weet.

Hij weet dat hij zal sterven in dit lichaam
bekleed met notenhouten ledematen
dienaar van meesters maar meestal
levend naar zijn eigen regels
alleen nog te porren voor wijven en eten
liefst beide.

Kort droomt hij een alternatief scenario:
een vette pruim bij het ontbijt op zondagmorgen
als uitslapen geen zonde is
er andere lijfstraffen volgen op luiheid
dan anders.

Dan ziet hij het doek vallen
en als slechts applaus en gejuich volgt
voor al zijn guitige streken
kan hij toch niets anders dan buigen.

 

Primus inter pares

Zonder ingreep was het bos in het foeterend
groen van de poolnacht, in dat sakkerend
licht van de goden gaan krimpen noch tanen
maar eindeloos langs vlakten uitgedijd.

Waarom moesten bleke wilgjes een leider
aanwijzen? Zijn zij van handel en wandel
van reilen en zeilen op de hoogte gekomen
alvorens zij houten besluiten namen?

Vreesden zij van een wassende maan aanzien?

De bijl bleek pienter en van eigen vaardigheden
overtuigd. Hoor nog de echo van zijn roep
om aandacht; hoe hij hen overtuigde dat hij
door zijn houten handvat één van hen was.
Gestapeld treurt thans het landschap.
Geplaatst in Interviews.