De Gedichtenwedstrijd

Wij presenteren u de voorkeuren van onze coördinator uit de top 100 van De Gedichtenwedstrijd. Morgen zijn dat misschien weer andere gedichten maar zij wijkt in ieder geval graag af van het oordeel van de jury.

 

het regende veel die tijd

De geur van je jas, iets van kaneel en limoen, ik weet het niet,
een verdwaalde haar op je mouw, je sleutelbos op de tafel,
je schoenen daaronder, de stoel half scheef.
Het regende die dag, zo van die vette druppels vol weemoed.
Je deed je schoenen aan en ging.
Zacht galmden nog je stappen, behendig een plas ontwijkend,
een straat vol tranen, alleen jij zag het niet.

Dagen later zag ik je lopen, aan de overkant van de straat,
alsof je daar schuilde, en je onderwijl los trok van onze kant.
Onze kant, die vanaf nu nooit meer hetzelfde zal zijn,
die mij verraden heeft, die weet dat
dromen niet anders zijn dan verstomde angsten.

Ik dacht dat al wie dromen heeft, fier en oprecht een bondgenoot,
een gelijkgestemde, in het bos zou zijn, wiens nachtelijke
klanken over mij zou waken. Er is mij niets gezegd.
En hoe vaak je mij ook beloofde, dat de weg geen kruisen kent,
geen toortsen van geloof, en alleen maar voert
naar nieuwe huizen, dorpen, steden en nabije landen,
zie ik toch slechts de kiezels op de weg, het ongeluk,
een gebroken wiel, de ster in de ruit, het opgebroken pad.

Elke stap die je zet, vergroot de afstand tussen toen en nu,
tussen jou en mij, tussen nu en ooit. Haast achteloos,
schier oppermachtig, veeg je de druppels van je jas,
en vergeet je het verbond, vergeet je om op te kijken.

En waar ik ook ben, ik neem je mee, trek de kraag omhoog
en schud hef hoof, stop mijn handen in mijn zak:
ik voel de kruimels, een sleutel, jouw briefje met het gestolen woord.
Ik ruik de regen die komen gaat:
het regende veel die tijd.

© Joost Wasser
Ceci n’est pas une pipe

Dit is geen brief. Er kwam geen postbode aan te pas.
dit ligt al jaren in de kledingkast, onder een stapel
truien, te wachten op een tijd die beter is.

Postzegels zijn vleugels en vleugels zijn schaars
in deze tijd. Niets komt tegenwoordig meer aan.
Zelfs iets wat niets is kan dus bestaan.

Ik weet niet wie je bent en andersom en of
dat ooit nog gaat veranderen: ik had ooit
een glazen bol, maar die is stuk. Ik leef
met in mijn zakken de scherven van geluk.

Dit is geen brief aan jou, van hoe je ooit
het wachten waard, van hoe je zacht
en mooi en lief –

dit is geen brief.

© Twan Vet
Een andere zorg

Wie slim is, plant zachte berken rond het lijf en snijdt
de stam flink open. Het sap zou water, honing zijn en wijn.
Je haalt de vloeistof uit de boom. Kracht tap je in gebruikte
blikjes en leid je via pijpjes naar je waterdichte hoofd.

Dat dichte hoofd wordt zoet en licht. Het is een oerrecept,
het geeft je vrijheid en een maandroom, een bibliotheek
van de vele gezichten van een boom. Soms voel je je
bestolen als je wakker wordt; de schors zit je in de weg.

De gordel van de boom gaat niet echt dood, in dunne repen
valt hij naar beneden. Je raapt de stukken op, bewaart ze
in je jaszak voor als het vuur niet start, voor als het houtrot
de leuningstoel heeft aangetast.

© Leen Pil
Geplaatst in Gedichten.