Aurora Guds

Aurora Guds schreef als kind al gedichten en verhalen en is dat blijven doen. Ze treedt regelmatig op op diverse podia en vorig jaar was zij deelnemer van de poëziebus.
In 2011 publiceerde zij de Eijlders-bundel Droomschoot. Ze won in 2013 de juryprijs bij Festina Lente. Meander publiceerde eerder werk van haar.

 

foto Groot

 

 

 

Indruk

in het oude kussen op de lege stoel
zit nog de kromming van een rug
gevouwen – kuil in het midden,
punten iets naar buiten, op de bijzit
het spinnen van genestelde kuiten
de leuning gehouwen uit generaties
geleden hout –

op de muren staat eenzelfde verhaal
geschreven, in een baan van barsten
tot ver achter de kastenwand – in het gebroken wit
is enkel de somber gebleven, hier en daar
de contouren van een vette hand –
in dit huis staakt ieder uur
tegen het licht dat aarzelend landing zoekt
op kussen en muur – het verhaal
van de lach op je gezicht die verloopt
met de gedachte aan hoe vroeger kussens
geliefde ruggen droegen
Werktuigelijk

ik was de hoeder van iets
een abstracte moeder zonder schouders
om een arm omheen te leggen – een vrouw
met borsten zonder tieten
om haar lichaam tot lekker te lusten –

ik was een aardappelschilmesje
in een van de veelvoorkomende kleuren
altijd wel iets te snijden, niets
om op de fleuren: wat telde was snijden –

ik trok door kamers als een soevereine
stofdoek die in nietsontziende spiegels
ogen meed omdat die er niet waren –
het wemelt van huizen met vergeten bronnen
waar levendig en onbezonnen
jonge loten groeien –

om te wennen
aan onzichtbaarheid moet je leren
de zon te vergeten, echtgenoot
en kind te nemen, jezelf
leren snijden, een vaatdoek
tot vriendschap kronen –
Nergens aan zee

met het moment kijk ik uit
op de zee en ik hink
tussen twee uren totdat
de avond valt en gaapt
naar de nacht –

kijken naar wat water
doet, dwingt ogen
landinwaarts, de spin in haar web
laat zich wiegen en beperkt zich
tot de eigen draden –

ergens dichtbij ontspringt een licht
en ik kan goed zien tot waar
het donker drijft – dat wolken zoveel groter
zijn dan ik zo rauw
als de steen in mijn hand –

aanmerend water klotst en schommelt
een kleed van eenvoud over de dingen
uit; om te vervolgen moeten golven
eventjes schaduw zijn – de steen
op mijn maag verlaat me voor altijd
met een worp uit de losse pols –

Kijken naar wat water
doet, dwingt ogen
landinwaarts, de spin in haar web
laat zich wiegen en beperkt zich
tot de eigen draden –
Geplaatst in Gedichten.