Cor

door Karel Wasch

foto Hansje de Reuver

Nadat Cornelis Bastiaan Vaandrager ‘Wollt Ihr die totalische Poesie???’ de zaal in had geschreeuwd, volgde een radeloos, redeloos en onsamenhangend optreden. Het was zijn oude roem uit een vervlogen tijd, waar hij nog op teerde. Hij was na diverse opnames in inrichtingen al lang niet meer in staat tot coherente teksten. Was dit de schrijver van Leve Joop Massaker of van De Reus van Rotterdam? De schrijver, die met Reve werd vergeleken. Zijn gedichten werden gebundeld en ‘De croquetten in het restaurant, zijn wat aan de kleine kant’ was zo’n zinnetje dat bleef hangen. Het gedicht speelt in Madurodam. Dat verklaart veel.
Maar hij was ook een dichter met krachtige verstilde verzen:

1962

Er is iets gebeurd
met mijn dromen.
Was er van 1935-1962
voornamelijk een chaos van rupsbanden,
.      bagagedragers
(spitsuren?) zodra ik mijn ogen sloot,
nu kijk ik, zodra ik mijn ogen sluit, uit
over een boulevard,
waar zo goed als geen hond te zien is.
Ik vermoed mensen in de huizen
die hun redenen zullen hebben
om niet op straat te verschijnen.

 

Hij vormde samen met Armando, Hans Verhagen en Hans Sleutelaar de redactie van Gard Sivik. De heren hadden het tijdschrift geënterd van de Vlaamse redactie. Gard Sivik was genoemd naar een jazzcafé in Antwerpen. Een literair blad dat adverteerde met: ‘Wij zijn die jongens van de nieuwe poëzie, de Zestigers kortom. De Nieuwe Stijl!’

met Sleutelaar, foto Hans de Boek

In de jaren ’80 leerde ik Hans Sleutelaar kennen. Of ik eens mee wilde naar Rotterdam om Cor, voor vrienden, te ontmoeten. Ik had zoveel over de ‘Reus Van Rotterdam,’ gehoord, dat ik onmiddellijk ja zei. Bovendien had hij in 1981 de Anna Blaman-prijs gekregen voor zijn gehele oeuvre. Sleutelaar was een van Cors oudste vrienden, maar die vriendschap was niet over rozen gegaan. Nadat vooral Verhagen en Sleutelaar zich wilden losmaken van De Nieuwe Stijl, voelde Cor zich verraden. Bovendien was Sleutelaar journalist geworden en redacteur. Verhagen had zelfs zijn eigen televisieprogramma bij de VPRO. Cor had daar geen zin in, zogenaamd. In werkelijkheid durfde niemand hem meer te vragen voor iets. Overigens liet hij in zijn roman De Hef zijn principes van De Nieuwe Stijl zelf ook deels los. Het waren geen ’readymades,’ meer. Het boek is chaotisch, delirerend. ‘Speedproza’ vond Hans Verhagen. De meningen liepen uiteen. Johnny van Doorn vond het een ‘meesterwerk’. Anderen zagen het als een groteske mislukking. Een blindganger. Sleutelaar krijgt er in het werk stevig van langs.

Martin Bril had zich bij ons gevoegd. Hij was een soort verbindingsman geworden tussen de uitgeverij en Vaandrager. Een trait-d’union. Cor had hem een schoenendoos met teksten meegegeven met het verzoek om daar een bundel van te maken. Al gauw bleek dat Cor niet over een vast adres kon beschikken. ‘Hij leeft wat losjes’ zei Bril, maar we kwamen aan bij het adres van een vriendin van Cor. Een bordje op de deur had als tekst: ‘In alle staten, tot alles in staat. C.B. Vaandrager!’ De dichter had een vreemde belangstelling voor naambordjes. Toen hij bij Simon Vinkenoog logeerde in Amsterdam, had hij ’s nachts minstens dertig bordjes van deuren en muren geschroefd. Ze lagen de volgende morgen op tafel en Vaandrager mompelde: ‘Pure poëzie, Simon.’

Dat de dichter ‘tot alles in staat’ was, zoals op de deur stond, durfde ik te betwijfelen. Hij was haveloos gekleed en liep zonder zijn voeten op te tillen, een shuffle zoals hij het zelf noemde. Kwam dat door de drugs of de antidepressiva? Sleutelaar noemde hij ‘Sleut’ en dat werd door Hans beantwoord met ‘Vaan.’  Ewald Vanvugt was eens op visite geweest bij Vaan. Hij kreeg een bord met pillen voorgezet. ‘Van de blauwe ga je up, van de gele weer down!’ Vanvugt had niets genomen.
Ik durfde niets te vragen; hij leek me te negeren en stamelde af en toe: ‘Het is me wat. Aan Martin Bril vroeg hij geld. Zijn voorschot op de schoenendoos, die een gedichtenbundel moest worden was al op. We zaten in de troosteloze stationsrestauratie van Rotterdam Centraal. Toen ik naar de trein liep riep hij plotseling: ‘We zien elkaar nog, vriend!’

We kwamen elkaar inderdaad weer tegen in Het Paard van Troje in Den Haag. Dichter Murk Popma en ondergetekende traden op en Vaandrager zou ook komen. Hij verscheen veel te laat en zag er nu wel heel belabberd uit. Maar ‘Het is me wat!’ kwam nog met enige regelmaat uit zijn mond. Verder bestond zijn optreden uit het verstrekken van willekeurige visitekaartjes aan het publiek.

Zijn geboortehuis aan de Pretorialaan in Rotterdam zou een museum worden. In januari had voor de deur van datzelfde huis een schietpartij plaats. Typisch Vaandrager om dat vanuit de hemel nog even te regelen. Het is me wat!

foto Hansje de Reuver

Geplaatst in Column.