“een nieuwe hobby: aandachtig gedichten lezen, er verliefd op worden en dan uitleggen hoe dat komt.”

Joost Dancet – in een vorig leven leraar Nederlands en Engels in de laatste drie jaar van het middelbaar onderwijs op het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Assebroek – Brugge. Nu gepensioneerd. Passies: computer en smartphone, taal en poëzie-analyse …

foto Marianne Lammens


Kun je iets over jouw werk voor De Klassiekers vertellen? Wat is er leuk aan?
Mijn eerste taak was de laatste zestig Klassiekers van de oude naar de nieuwe site overbrengen. Een geduldig WordPress-werkje – met bijzonder veel repeterende handelingen – dat meer dan een week, een paar uur per dag in beslag nam. Ik zag het als een combinatie van mediteren en mentale denksport: hoe deze digitale klus zo goed en zo snel mogelijk tot een goed einde brengen …
Wat ik nu doe, is op de eerste plaats wachten op kopij. Ik stuurde een warme oproep naar de vorige medewerkers. En zie, er liggen al behoorlijk wat Klassiekers klaar. Als een nieuwe Klassieker wordt aangeleverd, start mijn werk als eerste lezer van het stuk. Ik correspondeer hierover met de bespreker en maak het stuk ten slotte klaar voor de website. Ook dat is een geduldig digitaal werkje waar ik een tijdje zoet mee ben.

Kun je je herinneren hoe je met poëzie in aanraking kwam?  Wat betekent poëzie voor je?
Ik ben een zeer late roeping, zeg maar.
Natuurlijk kreeg ik veel poëzie aan de universiteit en gaf ik daarna (graag) les over een aantal klassiekers. Maar thuis las ik uitsluitend romans, vooral van Nederlandstalige auteurs. Voordat ik vier jaar geleden lid werd van een poëzieleesgroep, kocht ik waarschijnlijk alleen om de drie, vier jaar een of andere verzamelbundel. Een enkele keer kreeg ik ook de affiche met het beste gedicht van de Lage Landen van het voorbije jaar.
Hoe kreeg de poëziemicrobe me dan toch te pakken? Dat gebeurde toen ik in september 2016 lid werd van een poëzieleesgroep die het jaar daarvoor in het leven was geroepen door een vriendin, een oud-collega. Die groep las een viertal bundels per jaar en ik wou er het tweede jaar bij zijn omwille van Anna Enquist, van wie ik enkele romans had gelezen. Haar bundel – Hoor de stad – bleek echter geen eitje, tot ik tijdens een slapeloze nacht ontdekte dat de dichter heel wat van die gedichten had voorgelezen op YouTube. Als je dichters hun werk hoort voorlezen, wordt de betekenis je soms plots geopenbaard. Dat gebeurt ook vaak als je zelf de gedichten hardop leest, weet ik nu. Dat was toen het startmoment van mijn site voor de leesgroep.
Door het werk aan die site, was ik telkens goed voorbereid en nam ik vrij veel het woord tijdens de besprekingen. Het jaar daarop maakte de debuutbundel Binnenplaats van Joost Baars zo’n indruk op me dat ik besloot een bespreking te schrijven van het openingsgedicht ‘Kosmologie van het tapijt’. Ik trok mijn stoute schoenen aan en stuurde de kopij naar Meander. Het werd de start van een nieuwe hobby: aandachtig gedichten lezen, er verliefd op worden en dan uitleggen hoe dat komt. Vrienden aanschrijven die willen meedenken naar wat zij ervan vinden en aan mijn bespreking blijven schaven … Wat ik vroeger in school deed met romans, toneel en films, pas ik nu dus toe op gedichten.
Intussen begeleid ik de poëzieleesgroep. Ik maak daardoor nog meer dan tevoren bijzonder veel tijd vrij om de dichtbundels te lezen en te herlezen die op het programma staan. Ik kies die trouwens niet zelf, dat doet Thomas, de organisator en eigenaar van de boekhandel waar we nu vijfmaal per jaar samenkomen. Ik probeer op die avonden – en door deze bizarre coronatijden ook al op heel wat Zoom-avonden – niet alleen mijn opgedane kennis, maar vooral mijn liefde en enthousiasme voor die gedichten over te brengen. En ik laat mij graag verrassen door wat mijn andere poëzievrienden van die gedichten vinden.

Drie gedichten
Moeilijk. Ik kies dan maar voor gedichten van overleden dichters. Klassiekers, dus. Wie moderne keuzes van me wil lezen, verwijs ik graag naar mijn website.

 

Avond

Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
.    De witte bloesems in de scheemring – ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
.    Een enkele, al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
.    Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet
In teêrheid… Rust – o, wondervreemd genucht!
.    Want alles is bij dag zóó innig niet.

Alle geluid, dat nog van verre sprak,
.   Verstierf – de wind, de wolken, alles gaat
.       Al zacht en zachter – álles wordt zoo stil…

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zoo zwak,
.   Dat al zóó moê is, altijd luider slaat,
.       Altijd maar luider, en niet rusten wil.


(c) Willem Kloos
Je bent zo
mooi
anders
dan ik,
natuurlijk
niet meer of
minder
maar
zo mooi
anders,
ik zou je
nooit
anders dan
anders willen.


(c) Hans Andreus
Een zwemmer is een ruiter

Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.

Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
Want in het water adem ik water, in het water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.

Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.


(c) Paul Snoek
Geplaatst in Interviews.