Marc Tritsmans – Alles is hier nog

Lamentatie en troost

door Kamiel Choi




In de poëzie gaat het er niet zozeer om wat je zegt, maar hoe je het zegt, luidt een bekend credo. Er zijn maar een beperkt aantal mogelijke boodschappen die in een gedicht met oneindige schakeringen kunnen worden uitgedrukt.

In de nieuwe bundel van Marc Tritsmans gaat het over grote thema’s als sterfelijkheid, herinnering en identiteit, dus we hopen als lezer getrakteerd te worden op nieuwe inzichten of doorkijkjes in oude inzichten. Zijn observaties zijn voor iemand die de filosofiegeschiedenis en de ontwikkelingen van de moderne fysica een beetje kent, echter behoorlijk triviaal. Zo observeert hij dat, omdat er informatie tussen deeltjes sneller dan het licht lijkt te kunnen worden overgedragen, dit ook in de liefde geldt (p. 57). Deeltjesfysica is een smeltkroes van poëtisch potentieel, maar hier wordt het naar mijn smaak te gemakkelijk omwille van wat troost ontgonnen.

In zijn bekroonde dichtbundel Studie van de schaduw uit 2010, waarmee hij in 2011 de Herman de Coninck-prijs voor beste dichtbundel won, schreef hij:

hoe van achter een kast een plots verrezen
kindertekening je hart met precisie doorboort
een verweerde voetbal uit een verre zomer
bijna ontilbaar uit de haag tevoorschijn valt

Prachtige concrete poëzie over herinnering en tijd, die ik in deze nieuwe bundel een beetje mis. Er zijn wel ervaringen uit de kindertijd en zelfs gedichten geïnspireerd door muziek (Brahms en J.S. Bach) maar doordat dit er expliciet bij is vermeld en de beschouwingen tamelijk theoretisch zijn, komt het vreemd over: ‘(…) het uitzicht / was voortdurend nieuw en indrukwekkend / nooit waren we alleen, nee, altijd samen / met die zo vertrouwde onmisbare mensen.’ Ik hoor het niet in de Courante van de Partita nr. 1 (BWV 825) van J.S. Bach.

Een enkele keer weet de bundel me wel te raken, wanneer Tritstmans gedachten beheerst en met doorleefde metaforen beschrijft, zoals in het gedicht ‘De merel in het tuinhuis’ (p. 22) over een merelpaar en een noodlottige kat. En het slot (p. 17) van de elfdelige openingscyclus ‘Beginnen’, dat een lofzang op het leven is:

(…) maar bij nader inzien ook wel vreselijk saaie
eeuwigdurende niets waaruit in nu steeds vaker
met een gevoel van vrolijke opwinding ontwaak.

De wereld rondom mij stopt niet met groeien
wordt almaar spannender, steeds meer moet
worden ontdekt: nooit wil ik hier nog vandaan.

Er valt meer te waarderen, zo deed me het gedicht ‘tenhemelopneming bij dag’ vreemd genoeg aan Jules Deelder denken: ‘de oude dame die opnieuw gezeten // in haar vertrouwde stoel voor haar vertrouwde raam minzaam / met een gelukzalige glimlach en waardig als een koningin / langdurig naar de omstanders zat te wuiven zodat het leek / of zij zonet bij leven op klaarlichte dag ten hemel was opgenomen.’ (p. 26).

Bij het lezen van deze bundel moest ik aan de Nobelprijswinnares van 1996 denken, Wisława Szymborska. Voor de Poolse dichteres was reflectie over tijd en eindigheid een belangrijk motief voor haar schrijven. Ze schrijft in een gedicht over Plato:

Om onduidelijke redenen
onder onbekende omstandigheden
is het Ideale Wezen ermee opgehouden, zichzelf genoeg te zijn.
(…)
Waarom had het waardeloze
namakers nodig, ongelukkige wezens
zonder uitzicht op eeuwigheid? (…)

(‘Plato or why?’ uit: Chwila, Kraków 2002, vertaling KC)

In het gedicht ‘Geen psalm’ van Tritsmans lezen we:

Grazige weiden, rivieren en bossen met machtige bomen
en dieren alom: dat alles had U ons in Uw wijsheid
toevertrouwd. Om zo veel hoogmoed, zo’n misrekening

slaat U zichzelf nu vast voor het hoofd want in Uw alwetendheid
had U niet eens in het oog hoe wij in duistere kelders zaten
te rotzooien met Uw atomen. (…)

Het enige wat wij nu nog kunnen, ja, U met ons
is deemoedig samen schamen voor de rest van onze dagen
waarbij de onze zijn geteld maar de Uwe eindeloos gaan duren (p. 51)

Beide gedichten zijn een reflectie op de menselijke conditie. Tritsmans is expliciet christelijk en draagt het motief van de schaamte aan, waarmee eindige wezens hun dagen slijten, in de statige zin ‘deemoedig samen schamen voor de rest van onze dagen’. Ik heb de indruk dat Tritsmans in deze bundel iets zonder opsmuk en direct wil zeggen, maar ik vind ook bij herlezing van deze eerste eenvoud geen diepere lagen of verbanden.

Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Schrödingers kat’ (p. 56), een gedicht dat exemplarisch is voor de huidige werkwijze van de auteur. Het motief van Schrödingers kat van het gedachtenexperiment waarin de kat tegelijkertijd leeft en niet leeft, zolang de doos natuurlijk niet wordt geopend, is heel vaak gebruikt in de literatuur (De Engelse Wikipedia verwijst naar drie vermakelijke gedichten). In het gedicht van Tritsmans gaat het om herinneringen aan zijn ouders en grootouders, die in de derde strofe uitmonden in de passage waarin de titel van de bundel voorkomt:

(…) terwijl op een zomerse dag als deze
onvermijdelijk, van een eindje verderop
het vrolijke ploppen van tennisballen

weerklinkt, het onbekommerd lachen en
roepen: alles is er, ja alles is hier nog
samen tot ik het ten slotte niet kan
laten om naar binnen te gaan.

De ik nadert ‘de plek waar zij ooit / allen samen waren’ en dit roept zeer precieze herinneringen in hem op. Die precisie van herinneringen (impuls) sluit volgens de poëtische wet van Schrödinger de nauwkeurigheid van de positie uit: hoe dichter de dichter de ‘plek’ nadert (‘tot ik het ten slotte’) hoe minder exact die herinneringen worden. Op de spiegelbladzijde wordt de kwantummechanica nog eens summier uit de doeken gedaan en wild maar vrij precies geassocieerd met liefhebben: ‘Je hoort soms dat mensen / die elkaar lang hebben / liefgehad op precies hetzelfde / ogenblik sterven (…)’( p. 57).

Zoiets vind ik aardig in elkaar gezette poëzie, maar weinig vernieuwend. Soortgelijke observaties vinden we in ‘De paradox van verlies’ (p. 59) over de scherpe herinneringen aan overleden vrienden/geliefden. Maar: ‘Alleen een nieuwe grap, ons / nog eens versteld doen staan // dat lukt hun niet langer.’ Helaas lukt het deze bundel ook niet om mij als lezer versteld te doen staan.

Alles is hier nog is het werk van een ervaren dichter die zijn vak beheerst maar naar mijn smaak ontbreekt hier de poëtische verstilling van zijn eerdere werk, wellicht omdat er te veel moet worden gezegd.
____

Mark Tritsmans (2020). Alles is hier nog. Nieuw Amsterdam, 72 blz. € 20,00. ISBN 9789046827710

Geplaatst in Recensies.