Samen (2)

De Poëzieweek, 28 januari tot en met 3 februari, heeft als thema ‘Samen’. Een woord dat in deze verwarrende tijden een extra lading krijgt. Vijf gedichten die over ‘samen’ spreken: samen dragen, samen drommen, samen liggen, samen slapen en samen zijn.

 

 

 

Nooit hoorden wij
andere stemmen dan de onze.
Nooit waren er handen die doen
wat handen niet kunnen,
nooit andere
goddelozer mensen dan wij.
Maar er was daglicht,
alle dagen, wat ook gebeurde,
alsof wij liepen
over een onzichtbaar weefsel
boven de afgrond gespannen,
dat niet scheurde.

Nooit werd iemand
weggetild uit de tijd.
Maar soms even
wordt lijden opgeschort
of dragen mensen het samen.
Zo zouden wij moeten leven.


© Huub Oosterhuis
Gedroomde God (50), Amboboeken Baarn, 1983
Achter de kas

Het is nu donker genoeg.
Niemand nog, ook wij
verdwijnt zo dadelijk
dromt in een schemer
een ander samen,
haakt ons droge handen ineen.
Voel maar, niets groeit.


© Mischa Andriessen
uit Huisverraad, De Bezige Bij, 2012; opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter), Querido, 2014
Wilt u nu afronden?
u overschrijdt uw tijd

ja, alleen nog even dit
heel kort dan
hoe ze die avond bij me kwam
in die andere stad waar ik doelloos leefde
hoe ze er alles voor over had
om bij me te komen die avond
die donkerblauwe avond
zachte regen in het gouden lamplicht
op het macadam van de straat
hoe we samen lagen
en liefde dat grote woord
waar ik geen ander voor vinden kan
in tijdloosheid ons omhelsde
sindsdien in tiktakkende onrust
verliet ik haar vaak
maar
en dat wou ik nog even zeggen
weggaan deed ik nooit meer bij haar
u heeft uw punt gemaakt


© Remco Campert
uit Een oud geluid (speciaal geschreven voor Gedichtendag 2011), De Bezige Bij, 2013
Wij slapen samen, vouwen in de stilte

wij slapen samen, vouwen in de stilte
ons op, mens aan mens, oog in oog,
het hoge woord der liefde op de lippen
mond op povere mond.
dit is dus alles wat een mens kan zijn;
het hart geleegd, geloogd
brandschoon en waakzaam
in hooft en handen deze zindelijke stilte
van nog niet gevonden een mens
van nog niet een mens verstaan.

dit zal het dan wel zijn
niet als goden geleefd of gestorven
niet gewonnen of verloren,
slechts elkander een tijdlang bedekt
als het ene tekort het ander,
een malversatie die nog wordt bewezen.


© Wim Gijsen
uit Maatstaf, Jaargang 11, 1963-1964
Foto

Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu er rond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.


© Herman de Coninck
uit Met een klank van hobo, Van Oorschot, 1980
Geplaatst in Gedichten.