Bloemlezingen – Een tweeluik

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat

door Martijn Benders




Afgelopen eeuw verscheen met grote regelmaat de bloemlezing Domweg gelukkig in de Dapperstraat, de bekendste gedichten verzameld door C. J. Aarts en M.C. van Etten. Elke nieuwe druk wordt opnieuw onder de aandacht gebracht, dit is de 33e en het verschil met de vorige versie is eigenlijk enkel de opname van een matig versje van Heytze over corona. De eerste strofe van ‘Vogels, vissen.’:

Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af.
Vouw de krant dicht. Hij was oud voor hij was gedrukt.
Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet[1].
Zet eindelijk het scherm op zwart.

Het noopte mij ertoe te gaan googelen wie die C. J. Aarts nu eigenlijk is, want niemand leek van hem te hebben gehoord. Ik kwam terecht in een groezelige huiskamer vol rook, vanuit welke het leek dat Koos Koets me meewarig aanstaart, de afdruk van de chillum nog op de linkerwang. Het moet deze huiskamer zijn geweest waar Koos / C. J. Aarts op het ‘geniale’ idee kwam de rest van zijn leven te wijden aan het opsommen van het bekendste van het bekendste.

(Dat is bij cannabis een bekend verschijnsel. De bedwelmende substantie lokt je geest een soort ‘parkeerplaats’ in en ‘de zichtbare wereld’ lijkt in die conditie al heel wat, zo lezen de ‘Rastafari’ apestoned de bijbel voor en menen ze daadwerkelijk dat dit dan een alternatieve religie is.)

Aarts toog in zijn spijkerjas naar de 10e editie van de Nacht van de Poëzie en vroeg wat bezoekers aan de uitgang ‘welke gedichten ze kenden’. Daarna heeft hij nog ‘zitten turven’ in de drie bloemlezingen die ons land rijk is. Tja. Wie een hoge pet op heeft van dit soort ‘bekendheid’ zal ongetwijfeld naar de winkel snellen om dit gedicht van Heytze te kopen, die overigens tijdens de enquête nog in de luiers zat, maar toen al aan de uitgang uit de kinderwagen zijn eigen naam wist te brabbelen.

Van M.C. van Etten kon ik enkel een vrolijk boek over Here Jezus terugvinden, en niets over de persoon.

Hou je iets minder van bekende Nederlanders en ben je eerder net als ik de mening toegedaan dat cannabisgebruik een soort psychotische obsessie met ‘bekendheid’ veroorzaakt die zich enkel vermomt als high dan doe je er beter aan een echte bloemlezing te kopen.

Daarop zal het nog even wachten zijn want Komrij is dood en Pfeijffer te zeer grootverdiener om nog interesse te hebben in die edele kunst om bij iedereen een wit voetje te halen. Wel past de vrolijke confetti-omslag uitstekend bij deze coronatijd en de McDonalds Kinderboekenweek. Op naar de volgende beroemdheid, over precies een jaar!

[1]: Over Koets gesproken, ‘duim niet tot je vierkant ziet’ lijkt me precies zo’n stereotypische stoner-eureka. Niet alle duimen zijn vierkant!
____

Bloemlezing (2020). Domweg gelukkig, in de Dapperstraat. Prometeus, 384 blz. € 22,50. ISBN 9789044646047


Lockdown

door Martijn Benders




Poetry International heeft een naam hoog te houden als het gaat om misrepresentatie en uitsluiten van politiek andere meningen: Gerard Reve was er ooit al niet welkom, want niet van het juiste signatuur. Ook de zojuist overleden stoïcijns-postmoderne dichter Koenraad Goudeseune is nooit op het festival uitgenodigd: kennelijk vond iemand daar dat het niet de taak van een poëziefestival is om iedereen te vertegenwoordigen, maar moesten er ‘politieke keuzes’ worden gemaakt.

Zo’n keuze ligt nu voor me. De stichting droom en daad uit Rotterdam gaf in samenwerking met Poetry International Lockdown uit. Het is een verzameling enkelvoudige gedichten van mensen die zich voornamelijk presenteren als spoken word artists (zoals bijvoorbeeld Dean Bowen, Derk Otten en Elfie Tromp) alsof de Rotterdamse dichter plots massaal uit wist te sterven. Heeft dat met de lockdown te maken? Zijn alle papierdichters die Rotterdam rijk is door corona geveld? Nee, het heeft iets te maken met dat wat poortwachters menen dat het aanhaken op deze dertig jaar oude modegril uit Amerika iets van doen heeft met eigentijds zijn. Dat is grotesk –een onverdroten fan van dit soort stand up comedy ben ik niet, maar vind het prima dat er een of twee spoken word artists in een boek staan, maar alle dichters ermee vervangen? Bizar.

Helemaal als je bedenkt dat Poetry nog geen jaar geleden een flinke uitbrander mocht ontvangen van de Raad van Cultuur: de subsidie werd zelfs stopgezet, omdat de vertrekkende tekenleraar/communicatiemanager Bas Kwakman niet genoeg werk had gemaakt van – jawel – die representatie. Maar ook nu staan er zes witte mensen opgesomd als de curatoren, onder leiding van de semi-boomer Jan Baeke, zelf erg wit, erg vierkant, en niet helemaal op zijn sociale vaardigheden surfende op die plek terechtgekomen.

Goed, goed, maar de selectie dan? Hier zie ik een nog groter probleem. Bij elke dichter wordt een paginagrote kleurenfoto afgedrukt, alsof de organisatie wil laten zien dat je in crisistijd toch vooral geld moet laten rollen in plaats van ingetogen zijn, en erger nog, juist die foto werkt erg stigmatiserend: schijnbaar draait het bij spoken word toch vooral om een soort tienerachtige reputatie, en zijn deze mensen de tekst zo weinig toegenegen dat ze Instagram zelfs mee de dichtbundel in moeten slepen. Het stigmatiseert, omdat juist spoken word artists vaak wordt ingewreven dat ze op papier niets waard zijn, maar aan de (witte) vergadertafel dachten ze dat gedichten zonder zulke enorme foto’s schijnbaar niet uit de verf zouden komen. Daar zit een geringschatting van het genre in, en deze mensen verdienen beter – al behoor je zelf tot de uitverkorenen van de witte tafel, dan nog.

Een fragment uit ‘Buiten!!!’van Simone Atangana Bekono:

(Zie het ook vooral niet als met spetterende
spuugdeeltjes uitgesproken wanhoop)
(Zie het vooral niet als de desintegratie die het is)
(Ik bedoel te zeggen: kijk vanachter een raam naar de
eenzaam opengaande lente en zwijg daarover
tegen de mensen die je niet ziet.)

Negaties genoeg in dit stemmige zwartboek, en heel veel tell, don’t show.

Met zoveel nadruk op de tell zit je al snel als in een nachtelijke tell-sell knel. Schijnbaar heeft Rotterdam geen enkele gesproken woord artiest laat staan dichter die ouder dan 35 is meer. Zouden de samenstellers echt nooit van leeftijdsdiscriminatie gehoord hebben?
____

Bloemlezing (2020) Lockdown -gedichten voor een ongewone tijd. Poetry International, 45 blz. Gratis. ISBN 9789072546364

Geplaatst in Recensies.