“hamsterwielen voor een dystopie”

Martijn Benders is dichter, filosoof en sage. Naast een verzameld werk Traktaat van de Zon is hij momenteel bezig met de Microdose Bijbel, een filosofieboek dat middels gebruik van stoffen en entiteiten het Universum verkent.
Alja Spaan stelde hem een paar vragen.

 

foto (c) Maarten Boenders, Leidsch Dagblad

 

Hoe ben je bij Meander terecht gekomen? En wat doe je bij Meander? En waarom eigenlijk?
Ik ben betrokken bij de Kaneelfabriek en een mede-auteur, Kamiel Choi, schrijft vaak mooie recensies voor Meander. Het begon mij op te vallen dat Meander, hoewel een hutspot, toch tegenwoordig vaak betere kritieken publiceert dan zgn. vakbladen of reguliere media. Dat vond ik opvallend, en ik dacht, waarom daar niet een steentje aan bijdragen.

Wat vind je van het poëtisch klimaat in ons taalgebied? Is een Dichter des Vaderlands eigenlijk nodig?
Mijn mening in deze is dat alle ‘wereldjes’, of het nu kunst, literatuur of dans of architectuur is – ze zijn allemaal tot een soort hamsterwielen geworden voor een dystopie, en je kunt niet echt zeggen dat de een nu vervelender is dan de andere, wat moet je ervan zeggen, het is een hamsterwiel, het draait rond om een dystopie in stand te houden. De poëzie wordt vooral aangestuurd vanuit de netwerkpyramiden van de Universiteiten, door mensen die menen dat ze de overheid een handje moeten helpen om ‘het juiste geluid’ boven te laten drijven en dus voor de overheid het narratief te bepalen, als belangrijke expert. Ik vind zulke figuren de ergste soort uitvreters, maar daarover kunnen de meningen natuurlijk verschillen.

Ik zou de titel ‘Dichter des Vaderlands’ wijzigen in ‘Dominee des Vaderlands’ dat beschrijft beter wat de functie precies behelst. Het is een handige tool om bijvoorbeeld mee duidelijk te maken dat de Russen achter de MH17 aanval zaten naar NRC lezers.

Kun je je herinneren hoe je met poëzie in aanraking kwam?
Via Carlos Castaneda. De Yaqui indiaan Don Juan die ik toch ietwat als een leermeester zie gaf hoog op van de poezie en het vermogen van de poëzie om magische momenten te beschrijven en vatten. Voor hem was de dichter iemand die de tovenaar heel nabij stond. Dat wekte mijn interesse voor deze kunstvorm. Niet iets wat ik tijdens de Nederlandse les voor de kiezen kreeg, hoewel ik me dat kangoeroe-gedicht van Rodenko nog kan heugen.

Wat voor toekomst zie je voor Meander?
Profeten zijn al snel valse entiteiten, maar ik hoop dat Meander bij kan dragen aan een kritischer maar ook opener klimaat, want ik mis in de gangbare literatuur vaak het open literaire debat – het nadeel van de boel aansturen is natuurlijk dat je de zaakjes onder controle dient te houden, en die controle laat zich niet zo goed rijmen met open debat, want daar kunnen ook geluiden gaan domineren die politiek ongewenst zijn.

Drie eigen gedichten
(afkomstig uit Nachtefteling, nu in revisie verkrijgbaar als Traktaat van de Zon)

 

Door een piepklein gaatje
loert het monster maar het ziet de hemel niet.


De kousenband van regen niet
die tijd rekt in de plassen.

De kleuren niet, toepend door de velden of
de zwaankleefaan van kuikenmolentjes.

De strooptocht van wat hars op een bast.
De pierlalala van de wind verterend tot een laken van tocht
langs de verwaten plinten van een leeg kot.

De merzbau van ijs tussen het riet.
Niet de aderlating van zwervende liefde
waarnaar bloemen happen in het donker.
Of het kringen van verstrooid kroos
wanneer de mot op de lelie kwikt.
Niet ~

het biggelen van sterren
door in tongen krauwende katjestakken.

De poef eekhoorntjesbrood
waarop de deegroller van de maan
netelig licht platwalst.

 

Geplaatst in Interviews.