Kamiel & Miru Choi – In onze rivier

Ieder woord is wel een toverspreuk

door Herbert Mouwen




Kamiel Choi heeft samen met zijn dochter Miru (8) de dichtbundel In onze rivier uitgebracht. Kamiel heeft de teksten geschreven, Miru heeft de illustraties bij de gedichten verzorgd. Zij valt in de leeftijdscategorie van de kinderen voor wie deze gedichten bedoeld zijn. Het is overigens aan te bevelen dat volwassenen deze gedichten ook eens lezen. De kinderpoëzie is geen bloeiend genre in het land der letteren. Ouders hebben bij het kiezen van gedichten voor hun kinderen – als ze er al voor kiezen! – de neiging te putten uit de poëzie van hun eigen jeugd, verzen die ze door en door kennen en waaraan ze goede herinneringen hebben. Dat leidt tot veel poëzie van Annie M. G. Schmidt, Han G. Hoekstra en Daan Zonderland, want naast een grappige inhoud lijken creatief woordspel, een strak metrum en een streng toegepast eindrijm een voorwaarde. Kiezen voor kindergedichten die moderner ogen, blijkt moeilijker te zijn. Veel ouders laten de poëzie van Leendert Witvliet, Remco Ekkers (de ‘Blauwgeruitekielgeneratie’ in Vrij Nederland), Theo Olthuis, Karel Eykman, Hans Dorrestijn en Willem Wilmink links liggen. Ted van Lieshout is een grootheid in de jeugdliteratuur, maar wie leest zijn gedichten? Volwassenen prefereren ook liever bloemlezingen met gedichten van verschillende dichters, kinderpoëzieprentenboeken of bundels rond specifieke thema’s. En dan is er nog de vraag of de kinderen voldoende zelf mogen kiezen of dat ze gedichten thuis of in het onderwijs teveel door volwassen opgedrongen krijgen.

Maar nu is er In onze rivier, een gezamenlijke stroom gedichten en illustraties van vader en dochter, die dartel kronkelt door het kinderpoëzielandschap en daar onbekommerd zijn weg zoekt. De bundel bevat ook liedteksten. Twee daarvan, waaronder het titelgedicht, zijn voorzien van een notenbalk. De vraag die ik mijzelf stel bij het lezen van of het luisteren naar hun kinderpoëzie is of kinderen deze gedichten leuk vinden. Zijn ze gevoelig voor het taalspel, de humor en fantasie die uit de inhoud van In onze rivier zijn af te leiden? Het antwoord is positief: de bundel van Kamiel & Miru Choi heeft een speels karakter, toont aantrekkelijke vormen van taalspel en bevat veelvuldig een serieuze inhoud die kinderen aan het denken zet. De gedichten zijn voorzien van kleurrijke illustraties, die passen in de wereld van jonge kinderen. Dit fragment uit ‘De golktamoer’ is een representatief voorbeeld van bovenstaande opvattingen:

Welk dier kruidigt daar achter in de wei
Wat gikkelt aan de overkant van het ploer
Wat rakelt zijn iggels van zuiver parelmoer
Waar begint zijn staart, waar eindigt zijn dij?

Nou, de kruzen krobbelden gisteren voorbij
En de gierderkadee, spot er maar niet mee
Droeg een flekel en een boldrop met zich mee
Om in de stille zee te vluchten bij laag tij.

O, dan vrees ik dat er geen twijfel bestaat
Een golktamoer is hier in de buurt gezien
En een hele grote hongerige bovendien
Mensen, staakt uw werk, het is tijd voor beraad.

Het gedicht ‘Plastic’ dat begint met de openingszin ‘Ik wil van alles plastic maken / alles vormen naar mijn ideetje’ krijgt een ironische ondertoon vanwege de absurdistische overdrijving. Het ritme en rijmspel in het ballade-achtige ‘Een oud en gammel bootje’ met zijn parallelismen brengt de lezer in een lichte trance. Oriëntatie in tijd en ruimte, het leren tellen, de magie van de taal, lezen en schrijven, dieren, voedsel, het weer, de evolutie, een mensenbeen, een gum en kaalheid, de meest uiteenlopende onderwerpen komen aan bod. Zelfs een gedicht, waarvan elke versregel eindigt in welluidend potjeslatijn, ontbreekt niet. De eerste strofe van ‘Nonnus sensus’ luidt als volgt:

Pater seam in actu sid est hopsa kee
Pro quod pacem ut est libet illu minee
Per quint et inter alia halle ki dee
Pereunt talis sed crocus idem okee

Een paar gedichten zijn geschreven in een lettertype van een andere grootte. Dit is zo weinig toegepast dat het idee ontstaat dat het hier om een zetfout gaat. Veruit de meeste gedichten hebben dezelfde grootte. Hier liggen nog wel mogelijkheden om dit grafische vormgevingsprincipe – bijvoorbeeld ook met andere lettertypen – voor een hele bundel uit te werken. Dat de bundel eindigt met tekstparodieën op klassieke popsongs is niet sterk. Ineens krijgt de bundel een eenzijdige voorspelbaarheid: de lezer krijgt achtereenvolgens acht grappige teksten op bekende melodieën voorgeschoteld, die een klankovereenkomst hebben met de originele Engelse tekst. ‘M’n kleine teen’ als parodie op ‘Penny Lane’ van de Beatles en ‘De saus van de hete zon’ naar ‘House of the rising sun’ van de Animals springen er in positieve zin uit. Toch was twee à drie gedichten verspreid over de bundel voldoende geweest.

Het laatste gedicht van de bundel ‘De kangoeroe-dj’ is een speelse uitsmijter, associatief als klankspel opgebouwd, een taalkunststukje. De dynamiek van dit springerige dier spat ervan af! Zo wil de lezer het lezen of de luisteraar horen! De dj wordt eerst aangemoedigd met ‘Hip hop kangoeroe, kom op met je beat / leg je platen op de tafel en turn around / hip hop, hop, hop, hop en je ziet / dat niemand stil blijft staan bij je sound.’ en dan gaat het los. Een fragment:

ik rock het huis iedere avond tot de morgenstond
als de zon opkomt, een discobol met een feloranje gloed er rond
mijn beats trillen door het beton, door een cordon trollen alsof
het niet bestond, ik straal feller en dieper dan de zon in je afgrond,
laaf me aan de lichten als Diogenes in zijn ton, die het van
Alexander de Grote won, mijn stijl is bon ton, mijn bassen zijn
intens als Dik Trom, ik vlieg om je heen als een hommel, stommel
op je zolder, neem al je platen mee in mijn bolder-kar, (…)

____

Kamiel & Miru Choi (2021). In onze rivier. Eigen beheer, 68 blz. € 15,00. Te bestellen bij creativechoice.org

Geplaatst in Recensies.