Eric Schneider – Waar weg weg is en stilte stiller nog

Oud zeer

door Hettie Marzak




Eric Schneider is beter bekend als toneelspeler dan als schrijver en dichter. In 57 jaar – hij is inmiddels 86 jaar oud – speelde hij meer dan 150 verschillende rollen bij diverse toneelgezelschappen, waaronder Hamlet van Shakespeare (waarvoor hij met de Louis d’Or bekroond werd), Oom Wanja van Tsjechov en Faust van Goethe. Hij schreef zelf ook een aantal toneelstukken en hoorspelen en in 2013 werden twee novellen van hem gepubliceerd. De gedichtenbundel Waar weg weg is en stilte stiller nog is zijn late debuut. De fraaie en fijnzinnige pentekeningen die de bundel illustreren, zijn van de hand van Schneider zelf.

De bundel is niet in afdelingen verdeeld, maar de gedichten laten zich op het oog al gauw onderbrengen in drie thema’s: de gedichten die handelen over karakters uit toneelstukken die al dan niet door Schneider zelf vertolkt zijn, zoals ‘Hippolytos en Phaedra’, ‘Marcus Antonius en Cleopatra’, maar ook ‘Drie zusters’, vervolgens gedichten die gaan over zijn familie en zijn verleden en de gedichten die spelen in de tegenwoordige tijd. In de gedichten die de titel dragen van een toneelpersonage geeft Schneider de invulling van die rol weer zoals hij die ziet, maar ook kan de rol of de mythologische figuur aanleiding zijn tot uitdrukking van een gevoel dat niet rechtstreeks met de mythe te maken hoeft te hebben:

Eurydike I
(voor W.)

Zijn lichaam is naar haar
gaan staan in vorm en geuren
haar borsten en haar buik
de plooien van haar huis
voorzichtig en dan ruwer
de nacht in van haar schoot
naar diepten ook van dood
ontslapen in haar mond
ontstijgen aan de nood
van ademen en hijgen
dan rustig worden in die zee van tijd
waar weg weg is en stilte stiller nog

waarin zijn denken
lengten aflegt
speurend naar haar ziel

Dit mooie gedicht heeft een ritme dat de lezer mee stuwt met de stroom, die in korte zinnen steeds sterker wordt opgezweept om te eindigen in de climax en dan uit te vloeien in langere regels, waarin rust en stilte eindelijk drijven zonder doel. Ademen, hijgen, stil worden. Het rijm dat gehanteerd wordt, is onnadrukkelijk, onvolkomen en functioneel. Dat valt op, omdat in veel andere gedichten door de dichter gekozen wordt voor omarmend rijm of gepaard rijm, dat werkt als een keurslijf waarin het gedicht geperst wordt ten koste van de inhoud. Het maakt sommige gedichten een beetje houterig en onbeholpen. Af en toe lijkt de dichter te lijden aan rijmdwang en is het alsof het gedicht wordt opgeofferd aan het vinden van een rijmwoord, zoals in de derde strofe van ‘Kind’:

Weer tot mijzelf hervond ik de gewoonte
van koffiedrinken en gesprek en onze blikken
kruisten elkaar voorbij het Haags geboomte
waar ruimte genoeg was voor beider ikken

Schneider is op zijn best als hij het rijm loslaat of als het rijmwoord zich als vanzelf aandient zonder geforceerd aan te doen:

Hotel
(voor S.)

Wie waren voor ons hier
Stemmen vluchtten voor de onze
Geuren losten door de onze op
Onze haastig uitgetrokken kleren
vormden sporen op de grond
Een nieuwe taal ontstond
We werden stil om die te leren

De gedichten over de toneelkarakters komen samen in het gedicht ‘Eindspel’. De titel is die van een apocalyptisch en absurdistisch toneelstuk van Samuel Beckett, waarin Scheider de hoofdrol gespeeld heeft tijdens zijn tijd bij de toneelgroep De Appel. Daarin wachten mensen op het onvermijdelijke einde dat ze niet kunnen afwenden omdat ze daardoor zelf moeten veranderen, iets wat ze pas in de gaten hebben als het te laat is. Het gedicht van Schneider echoot die onmogelijkheid om greep te hebben op de gebeurtenissen, als de dichter het verhaal vertelt van een jongen, Ioshi Oida, die ontsnapte aan de gruwelijke gebeurtenissen in Hiroshima. In diezelfde periode zat de dichter met zijn moeder in een Japans interneringskamp op Java. Vijfenveertig jaar later speelt Schneider de hoofdrol in Eindspel van Beckett, dat geregisseerd wordt door Oida: ‘Doodgaan is een uiterst / gelukkig iets / spreekt hij Beckett na’.

Dit gedicht vormt de overgang van het toneel en de diverse rollen naar de gedichten over de biografische werkelijkheid en het verleden van de dichter. Schneider werd in 1934 geboren in Nederlands-Indië in Batavia, dat nu Jakarta heet. In 1947 kwam hij naar Nederland. Hij vertelt in de gedichten over zijn afstandelijke ouders, die nog meer van elkaar en hun kinderen vervreemdden door de Tweede Wereldoorlog. Moeder en de twee jongste zoontjes brachten de oorlog door in een interneringskamp voor vrouwen, terwijl de oudste zoon in een mannenkamp zat en vader tewerkgesteld werd aan de Birma-spoorlijn. Omdat geen van beide ouders in staat was om hun ervaringen te delen door erover te spreken, werden de kinderen op afstand gehouden en gedwongen om ook te zwijgen over alles wat ze hadden meegemaakt. Uit het gedicht ‘Zoon’ blijkt bovendien dat vader twijfelde of Eric wel echt een kind van hem was, wat het aangaan van een goede relatie tussen vader en zoon helemaal onmogelijk maakte. Deze gedichten gaan over Schneiders ouders, broers (onder wie de latere schrijver F. Springer), over zijn scheidingen, maar ook over hoe onbegrip, verwarring en stilzwijgen van generatie op generatie worden doorgegeven, zoals in het onderstaande gedicht over Schneiders’ twee zoontjes:

Kleine zonen sussen zacht
(voor B.)

Kleine zonen sussen onze wanhoop zacht
als de teddyberen op hun bed
Zij poetsen onze tranen weg en denken
dat we eventjes niet hebben opgelet

bij het oversteken op de paden
die wij al te volwassen gingen
Ons hart zit klem tussen herinneringen
aan nacht en liefdesdaden

Voor hen geldt nog het spel der dingen
Zij weten zich nog niet verraden
Ik hoor ze in hun bedden zingen
eentonig als een oud gebed

De overige gedichten zijn onder te brengen bij het persoonlijke leven van de dichter, zijn herinneringen uit het verleden, maar ook het leven in het hier en nu. Toneelspelen hoeft nu niet meer, maar ervan afscheid nemen is ook niet mogelijk, omdat de gespeelde rollen zich tussen het leven van alledag wringen, tot in de dromen en nachtmerries van de dichter aan toe.
Veel gedichten gaan over afscheid nemen, van zowel levende mensen als van de dode, wat niet verwonderlijk is gezien de leeftijd van de dichter. Een oude man kijkt terug op zijn lange leven. Er zijn weinig illusies overeind gebleven, maar vergeten kan hij niet. Het maakt de gedichten af en toe een beetje bitter, maar invoelbaar. De dichter heeft zijn hart binnenstebuiten gekeerd en zichzelf daarbij niet gespaard. Het is de nietsontziende oprechtheid die deze gedichten indrukwekkend maakt. De maskers van het toneel zijn afgerukt en het naakte gezicht van de dichter kijkt ons aan.
____

Eric Schneider (2021). Waar weg weg is en stilte stiller nog. In de knipscheer, 52 blz. € 17,50. ISBN 9789493214286

Geplaatst in Recensies.