Klassieker 254: K. Schippers – Opening van het visseizoen

door Herbert Mouwen

Meander Klassieker 254

Op 12 augustus jl. overleed K. Schippers (1936-2021), alias Gerard Stigter. Herbert Mouwen bespreekt als eresaluut ‘Opening van het visseizoen’ uit de bundel Een klok en profil (1965), een poëticaal gedicht dat de spot drijft met de vorige generatie dichters, de Vijftigers.


Opening van het visseizoen


Eindelijk buiten.
Water is water.
Riet is riet.
Een eend lijkt op een eend.

Maar nu begint mijn vader (62) weer.

Hij noemt waterhoentjes strijkbouten
en vindt dat de maan
ondergaat
als
de
zon.



K. Schippers (1936-2021)

Uit: Een klok en profil (1965)
Querido, Amsterdam

Op 12 augustus jl. overleed K. Schippers (1936-2021), alias Gerard Stigter. ‘Beeldend kunstenaar onder de schrijvers’ was een van zijn bijnamen, omdat hij veel essays over beeldende kunst publiceerde. Daarnaast schreef hij meer dan veertig romans en poëziebundels. Schippers introduceerde de readymade in de poëzie en ontving in 1996 de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn ‘Opening van het visseizoen’ uit de bundel Een klok en profil (1965) is een poëticaal gedicht. Het zet belangrijke kenmerken van de Zestigers, de generatie dichters waartoe hij behoort, en die van de vorige generatie, de Vijftigers onder en tegen elkaar met als scharnierzin: ‘Maar nu begint mijn vader (62) weer.’ De vader van het verborgen lyrische ik (‘mijn vader’) heeft de leeftijd van 62 jaar en wil (‘weer’) terug naar de oude situatie van voor de vernieuwingen van de nieuwe generatie dichters. Kortom, het lyrische ik ziet hem als een oude man die niet met de tijd meegaat. De eerste strofe geeft in ultrakorte vorm de kenmerken van de Zestigers weer. De tweede strofe spot met de opvattingen van de Vijftigers.

 

Barbarber

De principes van de Zestigers zijn goed duidelijk te maken aan de hand van het tijdschrift Barbarber. In 1959 richtten G. Brands, J. Bernlef en K. Schippers dit tijdschrift op dat de poëzie van de Vijftigers en van de Forum-traditie niet zozeer bestreed als wel negeerde. In zijn Altijd weer vogels die nesten beginnen stelt Hugo Brems dat het tijdschrift in de beginjaren ‘een werkelijkheidsgerichte literatuuropvatting’ had. Vanaf 1964 verscheen het in een grotere oplage van zogenaamde  Barbarber-boeken. De ondertitel was Tijdschrift voor teksten. Brems geeft een bonte opsomming van teksten die daarin verschenen: ‘gedichten en stukjes proza, lijstjes, briefkaarten, stukjes uit de krant en allerhande gevonden soorten teksten. Maar daarnaast ook foto’s, schema’s, rekensommen. Er was zelfs een aflevering die helemaal bestond uit stalen behangpapier.’ Deze teksten werden zonder commentaar gepresenteerd. Het zijn readymades, die kunnen leiden tot zelfgemaakte collages die een nieuwe werkelijkheid representeren. De toon van de poëzie is relativerend, ook vanwege het gebruik van humor. De taal is de directe gewone spreektaal. Inspiratie vonden de neorealistische dichters van Barbarber bij Marcel Duchamps, Kurt Schwitters en bij het dadaïsme. De grenzen tussen werkelijkheid en kunst en die tussen de verschillende kunstdisciplines vervaagden. Vooral in de poëzie van Schippers is ‘een extreme vorm van verwondering’ te zien. Voorwaarde is wel om speels te observeren en onbevangen te kijken. Hij streeft uiteindelijk naar ‘een anonieme objectieve poëzie’, zoals Brems stelt.

 

De eerste strofe

In de eerste strofe is geen ruimte voor beeldspraak: ‘Water is water. / Riet is riet. / Een eend lijkt op een eend.’ De woorden water, riet en eend – alle drie begrippen uit de natuur – worden niet metaforisch met een ander begrip vergeleken of op ornamentele wijze omschreven. De woorden water, riet en eend betekenen wat ze betekenen. De openingsmededeling ‘Eindelijk buiten.’ suggereert dat tot dan toe de poëzie binnenshuis geschreven werd, achter een bureau, op de schrijfmachine of handmatig. De taal van het gedicht wordt dan door de dichter in gedachten opgeroepen en ontstaat niet door een persoonlijke visuele waarneming en een beschrijving daarvan. De Zestigers gingen naar buiten, verwonderden zich over de werkelijkheid en gaven die direct op papier weer. De centrale gedachte in hun poëzie is dat de werkelijkheid is zoals die is. Beeldspraak om grip te krijgen op de werkelijkheid is niet nodig, zelfs niet wenselijk.

De ondertitel van de bundel Een klok en profil (1965) is veelzeggend als het gaat om de waarneming van de werkelijkheid. Deze is ontleend aan Marcel Duchamp: ‘When a clock is seen from the side (in profile) it no longer tells the time’. Elke verandering van perspectief geeft een andere waarneming. Wat gewoon is wordt nieuw, als je het vanuit een andere gezichtshoek bekijkt. Het overbekende gedicht ‘De ontdekking’ van K. Schippers, dat we vooral als titelloos gedicht kennen, wijst ons erop hoe we moeten kijken, meer nog dan hoe we moeten lezen:

De ontdekking

Als je goed om
je heen kijkt
zie je dat alles

gekleurd is.

We moeten nauwkeurig observeren en ons laten verwonderen door de alledaagse dingen. En wat is er nu gewoner dan de ‘Opening van het visseizoen’. De titel heeft iets van een soort toestemming, iets van: we mogen weer aan de slag. Overigens heeft de titel wel degelijk een metaforische betekenis, omdat deze verwijst naar een nieuwe manier van dichten.


De Vijftigers

De reeks uitgangspunten die de poëzie van de Vijftigers kenmerkt is groot. De poëzie van dichters als Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan G. Elburg, Remco Campert en Simon Vinkenoog laat de interpunctie, de grammatica en de vaste versvormen los. Deze dichters noemen hun poëzie experimenteel en gaan proefondervindelijk te werk. Beeldende kunstenaars en dichters werkten samen in ‘de Experimentele Groep in Holland’, die later opging in de internationale Cobra-beweging. De ervaring van het dichtproces zelf is voor de dichters wezenlijker dan het eindproduct; hun poëzie is fysiek, zintuiglijk, irrationeel, dynamisch en spontaan. Terugkomende thema’s zijn: existentiële eenzaamheid, engagement, erotiek en seksualiteit, absurdisme en zwarte humor. In alles willen deze dichters de waanzin van de Tweede Wereldoorlog achter zich laten en niet terug naar de vroegere, in politieke en religieuze zuilen verdeelde samenleving. Lucebert wil ‘de ruimte van het volledig leven / tot uitdrukking brengen’, waarbij in feite de poëtische werkelijkheid samenvalt met de werkelijkheid zelf. Sterker nog: de poëtische werkelijkheid ís de werkelijkheid! Dat heeft consequenties voor het taalgebruik van de experimentele dichters. Bij Lucebert en Kouwenaar zien we dat het duidelijkst terug in hun omgaan met het autonome woord. Neologismen, het klank- en letterspel, dubbelzinnigheden, onverwachte taalverbanden en betekenisverschuivingen, het komt erop neer om de afstand tussen taal en (poëtische) werkelijkheid zo klein mogelijk te houden. Vormen waarin de Vijftigers de metafoor toepassen vallen op, zoals het eindeloos stapelen van beelden en het consequent kiezen van metaforen die geen enkele overeenkomst hebben met het afgebeelde.

 

De tweede strofe

In het tweede deel van het gedicht is de strofe, die bestaat uit één doorlopende versregel, voor een klein deel als visuele poëzie weergegeven of ideoplastisch, wat zoveel betekent als de tekst vormgeven volgens de gedachte die de tekst in zich bevat, zoals o.a. te zien is in het werk van Paul van Ostayen. In ‘Opening van het visseizoen’ wordt het ondergaan van de maan met de verticaal gedrukte woorden ‘als / de / zon’ afgebeeld. De betekenis van het woord ‘ondergaan’ is op deze wijze gevisualiseerd.

In deze tweede strofe gebruikt Schippers twee vergezochte, ridicule metaforen, namelijk ‘strijkbouten’ voor het afgebeelde ‘waterhoentjes’ en ‘maan’ voor het begrip ‘zon’. Bij de eerste metafoor is tussen ‘strijkbouten’ en ‘waterhoentjes’ geen overeenkomst te vinden, hoewel sommigen wellicht een vormovereenkomst zien tussen beeld en afgebeelde. De dichter vergelijkt een dier met een huishoudelijk voorwerp en neemt de verkleiningsuitgang -tjes niet over in zijn gekozen beeld. Let wel, hij ‘noemt’ de waterhoentjes strijkbouten, maar hij zegt niet dat het strijkbouten zijn. Bij de tweede metafoor gaat hij nog verder. Het begrip ‘maan’ wordt aan het beeld ‘zon’ gekoppeld. Beeld (‘zon’) en afgebeelde (‘maan’) vormen een in betekenis tegengesteld begrippenpaar. Hij laat de twee begrippen samenvallen door te stellen dat beide op dezelfde manier ondergaan. Het woord ‘vindt’ is op dezelfde manier te zien als het woord ‘noemt’.

 

Tot slot

‘Opening van het visseizoen’ van K. Schippers is niet alleen een kleine dubbelpoëtica, maar het is tevens een gedicht dat geschreven is in de tijd dat de poëziegeschiedenis in historisch gemarkeerde generaties werd ingedeeld. Keurig netjes in perioden van tien jaar. Terecht worden op de dag van vandaag bij een dergelijke indeling vraagtekens gezet. Wel kan deze wijze van classificeren de belangstellende en beginnende poëzielezer behulpzaam zijn bij het groeperen van dichters, van wie hun gedichten inhoudelijke en formele overeenkomsten vertonen. Zo simpel en afgemeten steekt de geschiedenis van de Nederlandse poëzie niet in elkaar.  Echter, dat maakt het wel tot een fascinerend gebied waarin je eindeloos kan ronddwalen, op zoek naar wat dichters bindt en waarin ze van elkaar verschillen.

 

Literatuur

Schippers, Een klok en profil. Amsterdam 1965.
R.L.K. Fokkema, Het complot der vijftigers. Een literair-historische documentaire. Amsterdam 1979.
Bernlef, G. Brands & K. Schippers, Barbarber-alfabet. Amsterdam 1990.
Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005. Amsterdam 2006.
Tine van Buul & Bianca Stigter, met een inleiding van Kees Fens, Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is. Gedichten voor kinderen van alle leeftijden. Amsterdam 2006.

 

Herbert Mouwen

Meander Klassiekers

In deze rubriek bespreken we elke maand een bijzonder gedicht, dat de tand des tijds heeft doorstaan. Of zal doorstaan. Sinds 2000 zijn in deze reeks ruim 200 analyses verschenen. Klik hier voor recente klassiekers, en hier voor een overzicht van de klassiekers vanaf 2000 – heden.

Reageren op deze bespreking?

Neem contact op met de redactie: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Zelf een bijdrage leveren?

Mocht u zelf ideeën hebben voor een bespreking, neem dan tijdig contact met ons op: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Joost Dancet, redacteur Meander Klassiekers

Geplaatst in klassieker, Klassiekers.