Ann van Dessel – Als de lucht valt

Wat vastgehouden wordt

door Marc Eyck




Bij het lezen van een nieuwe dichtbundel maak ik gebruik van een mapje met groene en rode stickers. Gedichten die er voor mij bijzonder gunstig uitspringen krijgen een groene sticker. De rode zijn voorbehouden aan: u raadt het vast. De onbestickerde gedichten zijn in mijn beleving neutraal of gewoon goed van kwaliteit. Zo te werken geeft houvast bij het herlezen en de uiteindelijke keuze welke ik opneem binnen de recensie. In de bundel Als de lucht valt, van Ann van Dessel (1961), zaten alleen maar groene stickers en dat is een unicum.

De gedichten in deze bundel gaan, onder andere, over het klimaat, haar vader en corona. Qua thematiek blijven ze dus dicht bij de ervaringswereld van de lezer. Op de binnenflap van haar bundel lezen we: ‘Als dichter zoekt Ann voortdurend naar vormen om poëzie van haar voetstuk te halen en terug aan de mensen te geven. Want poëzie is van iedereen, en iedereen is poëzie.’ Dat laatste is een mooie intentie die gelukkig geschraagd wordt door gedichten van hoge kwaliteit.

archief

ik heb van bijna alles foto’s gemaakt
vastgelegd wat nooit meer niet kan zijn geweest
om later vrolijk doorheen de kleuren
van mijn geschiedenis te kunnen scharrelen

sommige foto’s zijn nooit genomen. ze vallen
buiten het spectrum van zichtbaar licht, doen pijn
aan de ogen en zijn te groot voor het album
vergeefs probeer ik ze niet te bewaren

ze hebben zich stiekem toegang verschaft
tot de kruipkelder van mijn geheugen
waar zelfs vergeten wordt te vergeten
met de jaren worden ze scherper

zoals de laatste keer dat vader verticaal
van me weg strompelt. zijn trillende handen
kunnen niet kiezen: pyjamabroek ophouden
of steun zoeken bij de verre witte muren

Bovenstaand gedicht is invoelbaar. Het gaat over een zeer kwetsbaar wordende vader en het proces van herinneren. De schrijfwijze is associatief of moet ik zeggen impressionistisch? In ieder geval wordt er met taal geschilderd zonder dat dit gedicht losgeweekt raakt van de werkelijkheid. Ondanks het ‘schilderachtige’ gebruikt Ann juist het beeld van de foto als synoniem voor de (verborgen) herinneringen. Er zijn beelden die zich niet op de gevoelige plaat van de ziel laten vastleggen, daarvoor zijn ze te lucide en subtiel. Of misschien toch? Blijkt het ontwikkelproces juist een proces van jaren? De laatste strofe is meer een polaroid foto, een instant krachtig beeld van onttakeling en de naderende dood. Een ontroerend eind die de lezer met beide voeten op de grond zet.

dans de dag

vedermuggen doen het
ons al eeuwen voor:
opstaan uit de modder
geen tijd steken

in wat er niet toe doet
een leven van een god
ganse dag lang luchttrappelen
dansen met elkaar

om de zon die morgen
voor de kroost zal schijnen
dan vrolijk sterven
op het water

Bij mijn eerste lezing van Als de lucht valt, dacht ik met een filosofe te maken te hebben die de spiritualiteit angehaucht is. Te ‘Idealistische’ filosofie of te veel naar binnengekeerde beleving is voor de meesten van ons moeilijk te begrijpen of in te voelen. Gelukkig is daar bij Ann van Dessel geen sprake van. Ze weet diepgaande waarheden of thema’s, bedrieglijk eenvoudig neer te zetten zoals in bovenstaand gedicht ‘dans de dag’. Hetzelfde geldt voor de spirituele auteurs wiens stukje tekst de vijf afdelingen van de bundel openen. Denk aan William Blake, Tijn Touber, Peter Matthiessen. Van wie Blake dan de meest gnostisch en hermetische is. Een mooie zin in bovenstaand gedicht vind ik: ‘opstaan uit de modder / geen tijd steken / in wat er niet toe doet’. Het lijkt een levensles om je te bevrijden van ballast die je verhindert op te stijgen. Mooi dat Ann voor die ballast het beeld van modder gebruikt. Immers muggen zijn vaak te vinden bij modderpoelen. Maar ook het woord ‘steken’ heeft hier in het licht van de muggen een mooie dubbele betekenis gekregen. Wie zijn ballast laat varen kan luchttrappelen, dansen en vrolijk sterven. We leven immers voort in ons kroost voor wie morgen de zon opgaat.

op de kermis

zat de vis in een plastic zakje
nu zit een overdosis plastic
in de vis. plastic is big business
geld de nieuwe goudvis

en wij wildwatervallen
in een kolkende klimaatcrisis
aan het eind van de geschiedenis
zijn wij de vis die gevangenis

Bovenstaand gedicht is een geëngageerd gedicht met betrekking tot het milieu. Dat is bijna vragen om gemeenplaatsen of gepreek. Zo niet in dit gedicht. Die verraadt een creatieve geest en beheersing van de taal. Ook hier, als bij het vorige gedicht, het ogenschijnlijk, speels gemak waarmee zinnen op papier zijn gezet. Het allitereert en zal zich op een podium staccato laten voordragen. Maar pas op, het gedicht heeft iets apocalyptisch! Dat zit hem in de zin: ‘aan het eind van de geschiedenis’. Het betreft niet een apocalyptiek waarin bovenwereld en het ondermaanse samen komen. Nee, het is geheel immanent en door eigen hand gefabriceerd. Daarmee is het dystopisch. Wijzelf zijn uiteindelijk de vis die gevangen is. De dichter gebruikt bewust het woord ‘gevangenis’, in plaats van de twee woorden ‘gevangen is’ om het dystopische te benadrukken. Een creatieve taalvondst.

De gedichten van Ann van Dessel hebben opvallend weinig woorden nodig om tot de kern te komen. Dat maakt de gedichten prettig om te lezen en zorgt voor een rustige bladspiegel. Om het, een en ander, zo op papier te kunnen zetten, verraadt vakmanschap en zelfreflectie. Het verbaasde me dan ook niets dat ze naast fulltime schrijver ook schrijfcoach blijkt te zijn. En wie wel eens op een schrijfcursus heeft gezeten, weet dat een goede schrijfcoach ook over agogische kwaliteiten dient te beschikken. Al deze kwaliteiten weerspiegelen zich en komen mooi samen in deze jongste bundel van Ann van Dessel. Als er al iets is waar ik een vraagteken bij zet dan is het het ontbreken van hoofdletters bij de start van een zin. In ieder geval is dat consequent doorgevoerd en doet niets af aan de bundel als geheel. Die is dik in orde en een aanrader.
____

Ann van Dessel (2021). Als de lucht valt. Uitgeverij P, 64 blz. € 17,00. ISBN 9789493138636

Geplaatst in Recensies.