Jan Baeke – Het verkeerde hart

Poëzie gedestilleerd uit een vuistdikke roman

door Kamiel Choi




Toen ik de nieuwe bundel van Jan Baeke opensloeg op blz. 50 las ik een gedicht dat, niet in de laatste plaats vanwege de actuele wereldpolitiek, door merg en been gaat.

Ik bel mijn moeder

Ik hoor gerommel in de keuken
artillerievuur, zwaar verkeer vanuit het centrum.

Ik bel mijn moeder op het nummer
waarop ze voor haar dood bereikbaar was en
ze neemt op.

Hoe gaat het? Het gaat goed, zegt ze.
Ik wil haar vragen of ze weet hoe de zorg om
wat er buiten gebeurt vanbinnen werkt.

Ach lieverd, de dingen gebeuren omdat
we niet weten hoe ze werken.

Het is goed geluid te vermijden, zegt ze.
Dingen die niet kunnen
zouden geen geluid moeten maken.

Het verkeerde hart is volgens de achterflap een bundel waarin alle personages op zoek zijn naar aandacht, sommigen op een onderdanige, andere op een narcistische manier. Door de kakofonie van al deze stemmen laat de bundel zich lezen als een moderne roman.

De bundel valt op door de zilveren omslag met vogelveren. De ondertitel belooft familiaire fictie, in beide betekenissen van het woord: fictie die gaat over familierelaties en fictie waar we ons allemaal in kunnen herkennen. Er zijn drie afdelingen.

In het eerste gedicht, ‘Natuurlijke afloop’ (blz. 11) wordt de opstelling van de bundel meteen duidelijk: ‘Ik vind dat jij moet gaan. Jij moet blijven. Er is te veel aan de hand. / Jij moet blijven. Het minste wat ik moet willen. // Ik weet dat de wereld allang / aan deze tuin, aan deze hardnekkige villa onttrokken is.’ De lezer is getuige van de overpeinzingen van een ik-persoon over een relatie die op de klippen is gelopen.

Zo beginnen veel romans. De vraag is wat de poëtische benadering hier toevoegt. Hoe weet Baeke de taal zo zorgvuldig in te zetten dat de betekenisdimensie die zich weet te onttrekken aan het regime van proza, voelbaar wordt? Ik vind een voorlopig antwoord halverwege het gedicht: ‘Er is iets / wat er niet eens is, betekenis, net als het dier dat langzaam groeit, in dit lief- / hebbende meisje, de wolken die langs de hemel jagen, de zon op het gras, de / honden in het huis opeens, de overtuiging die tot deze vrouw, die tot mij komt / onder het geweld van haar mijn geweten.’

‘Haar mijn geweten’ tart de grammatica, en toch weten we precies wat ermee wordt bedoeld. We kunnen dat proberen uitleggen in lange, meanderende prozazinnen zoals een familiedramakoning zoals Jonathan Franzen ze opschrijft: delen geliefden hun geweten en is dit het lastigste object om na een breuk te ver-delen, veel lastiger nog dan cd’s en de favoriete recepten van je overleden schoonmoeder? Poëzie is verbeelding die aanzet tot meer verbeelding, in dit geval van uw recensent.

In het tweede gedicht worden kinderen ten tonele gevoerd: ‘Als ik het aan de jongens vraag, zeggen ze // er is niets aan de hand, veel gebeurt er niet’.

En ook daar overstijgt deze bundel zijn denkbeeldige prozaversie, door de prachtige lyriek: ‘Op jou geen techniek, liefje, ik blijf vanzelf al / in je ingewanden, in het zweet van je ziel hangen.’

Halverwege de bundel verlies ik de draad. De indrukken blijven zich opstapelen en ik moet veel moeite doen om ze voor me te zien. Ik raakte uitgeput bij de poging al die beelden met elkaar in verband te brengen, zoals ik dat zou doen bij het lezen van een roman. Kan uit een vuistdikke roman poëzie gedestilleerd worden zonder de lezer te veel te overweldigen?

De vele verhaalflarden (de ik rijdt in een auto of busje, zit op kantoren of in vijfsterrenhotels, bezoekt begrafenissen, hoort artillerievuur) beklijven niet en de karakters van Samantha, Eddy en de Beslisser blijven vrij vaag. Wat moeten we moet een zin als ‘Ik kan zo dadelijk zeggen, maar je kunt het niet horen, Beslisser, dat jouw lichaam in het mijne welkom is, dat ik water kan worden als jij je woestijn voelt.’ (blz. 37).

Tot slot kijk ik naar uit het titelgedicht ‘Het verkeerde hart’ (blz. 30). Het gaat over de moeder van de ik en begint Nijhoffiaans: ‘Mijn moeder was op straat om God te spreken.’ Er volgt gekeuvel waarin ze ‘een doekje over de verlossing’ halen en de moeder misschien het verkeerde hart naar de straat heeft gebracht. ‘Gods ware aard is medelijden, zegt Angela’ lezen we dan, ‘medelijden ook met ons verlangen / naar een toekomst, naar de verlossing / die voor mevrouw gereserveerd is.’ Het is een gedachte die in een roman zou kunnen worden scherp gesteld. Door de poëtische afkorting komt mij het hier voor als onnodig cryptisch. Dat is jammer, want op meerdere plekken in de bundel schemert goede lyriek door dit postmoderne epos. Luister maar naar het ritmische ‘Danst de avond, dansen mijn zinnen / praat ik in zinnen niet eens tegen wie.’ (blz. 35) Weer tart de dichter de grammatica en weer leidt dat tot poëzie.

Het verkeerde hart is een bundel die heel veel wil zeggen en zo de lezer het gevoel geeft flarden te lezen van een enorm epos. Je zou eigenlijk lekker voor willen gaan zitten voor de scènes, de dialogen en de interactie tussen de personages, die een goede romancier nauwkeurig kan schilderen in zinnen die een halve pagina beslaan, maar eer je eenmaal vertrouwd bent met de situatie, gaat het alweer over iets heel anders. Dat is jammer, want het gedicht ‘Ik bel mijn moeder’ blijft een prachtig gedicht.
____

Jan Baeke (2022). Het verkeerde hart familiare fictie . De bezige Bij, 76 blz. € 22,99. ISBN 9789403154718

Geplaatst in Recensies.