Pol Bracke

Taal vormt voor Pol Bracke (Wetteren, 1966) de rode draad doorheen zijn loopbaan: hij was jarenlang actief als journalist en als hoofdredacteur van een hr-vakblad, en ook bij zijn huidige werkgever HOGENT is hij vooral bezig met redactioneel werk. De poëzie die hij sporadisch schreef, bleef op de gelegenheidsbundel Een Werkelijkheid uit 2007 na, vooral binnenskamers. Pas in 2020 besloot hij om zijn gedichten met het grote publiek te delen, met resultaat: in oktober van dat jaar publiceerde Meander enkele van zijn gedichten en hij werd kort nadien ook genomineerd voor de Zeef Poëzieprijs. Een dichtbundel kon niet uitblijven en Er is geen plan zag in juni 2021 het levenslicht – de bundel werd in Meander positief gerecenseerd door Marc Eyck.

Pol Bracke is in zijn vrije tijd eveneens saxofonist en songschrijver en creëerde rond een selectie van gedichten uit Er is geen plan een theatervoorstelling waar woord, muziek en beeld in elkaar samenvloeien. De voorstelling ging in februari 2022 in première in cultureel centrum Nova in Wetteren.

 




MENENPOORT
Drie sonnetten
(1)

Inlandse droogte proefde bekend in de mond
ze dronken op dromen ze hadden geen vijand
beminden onhandig op Australische grond
Paxton, Pearce, Peebles, Perkins, Perry

Nooit eerder gehoord over Vlaamse velden en gure zuidwester
vervreemd in hun kleren met brandende huid in het zuur van het slijk
hielden ze woord en deden geen uitspraken over het grote gelijk
Walden, Walsh, Watson, Watts, Way

Ze bestonden enkel verscheurd ver van vrouwen en moeders
verzwolgen door polders geen rest om te rouwen gevonden
Floyd, Ford, Gatsby, Grant, Grey

Alleen hun namen verdwenen niet en gutsen gewond uit de stenen
als verontrustende verzen van een donker avondgebed
Allwood, Ashby, Banner, Barnett



(2)

Kompanen die onmerkbaar aanmanen tot zwijgen
de eigen naam lang niet gehoord en
bij het wachten aan de poort orde bewaren
met duizenden bij elkaar die nergens huizen

Ze kennen de ritus met koperen psalm
en zijn sacraal herhalen om de tijd
even vast te zetten in de laatste noten
en hun galm die duister doet dralen

Het is een schraal weerkaatsen van troost
op hun gegroefde karakters die gebrul van granaten
en makkers in grachten vol gif niet willen vergeten

Zich niet meer bewust van waar ze zijn achtergelaten
hoe ze heten en wat hun onverteerbare hunker naar rust
nog kan stillen: Hart, Hayes, Hepburn, Hill



(3)

Liever hadden ze klein geleefd zonder erehaag
om held te zijn volstond een eigen tuin
waar niemand veldslagen herdacht
en waarin je kon vervagen anoniem en traag

Liever dichtbij gebleven wat arbeid in het achterland
geen vragende partij voor vlaktes overstroomd
met brandende wonden in een eigen taal
en een vijand onbekend ergens op het noordelijk halfrond

Liever geen klaroen elke avond tegen achten
die hun namen groet want hun lijven zijn ze kwijt
hun bonte jongensdromen nergens opgelijst

Liever geen monument waar is geweten dat Lake en Lamb altijd
Lane voorafgaan en waar verliezen nooit echt went
waar je niet kan kiezen voor een leven dat je mag vergeten
DICHTGEGROEID

particulier met wederzijdse toestemming
verloren ze zich in de beperking van elkaar
ze wierpen alles in de schaal, ongeremdheid
afgebakend in hun kleine soevereine staat

maar ze hadden te lang weggekeken
de grond van hun privédomein verschraalde
de weg geraakte dichtgegroeid
de houdbaarheidstermijn verstreken

met drang naar evenwicht in een spagaat
balanceerden ze gewrongen, weken vaak onhandig af
van de juiste toon en liepen wankel uit de maat

ze verdwaalden vermoeid in de leegtes van het spreken
en manoeuvreerden zich onhoorbaar klem in een luisterstand
voor een requiem dat ze zelf stemloos componeerden
INDRUK

naast elkaar blootsvoets zand masseren
beheerst het nat opduwen dat de oceaan vergat
en gewillig in de zachtheid aan de rand
een gezonken indruk achterlaten

wat is het meer dan trappelen ter plaatse en
met stil gebrek in monden uitkijken naar later
dat verloren ging en naar de golven
waarin hoop misschien nog zal terugkeren

maar natuurlijk beter weten want water
slaat soms wonden. Het wist de sporen
en rondt het land met afstand af

niet langer binnen handbereik vergeten ze
aan welke kant ze stonden en slagen
er niet in om hun plek nog te traceren
DRAAIBOEK

voortaan moest zijn thuiskomst licht zijn en traag
ze zou zelf het draaiboek schrijven voor een dag
vrij van minuten die tijd in de weg staan
een dag die geen schoenen verdraagt

ze zou met verte terugkeer sublimeren in een stip
en in gele zomerjurk met bloemenprint op de dijk kijken
hoe die transformeert tot schip en bij het binnenvaren
ongegeneerd zwaaien als een kind

hij moet langzaam aankomen bijna verlegen
geen landingsbaan die snelheid strak markeert maar iets
met aarzeling om het gemis tijdig weg te kunnen vegen

geen tarmac waar hij niemand is in zwarte wagens
en waar hij niets meer heeft om aan te geven
alleen zijn ingepakte leven
Geplaatst in Gedichten.