Inge Braeckman – Terra Toscana

Beschrijven om te bedwingen

door Hettie Marzak




De vijfde bundel van Inge Braeckman, Terra Toscana, is te lezen als één lang gedicht, bestaande uit een reeks van achtentwintig zevenregelige gedichten zonder titel, geschreven rondom het sterven van de vader van de dichter. De bundel is ook als eerbetoon aan hem opgedragen. Braeckmans vader stierf geheel onverwacht in 2020 aan de gevolgen van een onschuldige kijkoperatie. In haar gedichten roert zij echter niet aan de doodsoorzaak, maar voornamelijk aan wat het overlijden van haar vader voor haar betekent, zowel in de dagen voorafgaand aan zijn sterven en ten tijde van het gebeuren, als in de dagen daarna, tot zij alleen achterblijft.

Als motto voorin de bundel heeft Braeckman gekozen voor een strofe uit het lied ‘The Light Will Stay On’ van The Walkabouts, waaruit al duidelijk blijkt hoe haar liefde voor haar vader blijft bestaan. De eerste versregel van het allereerste gedicht drukt de angst uit die wij allen kennen: het gerinkel van de telefoon midden in de nacht, de boodschapper van slecht nieuws.
De rit naar het ziekenhuis, de hoop nog te kunnen zeggen wat je zeggen wilt, maar het is te laat: ‘Ik wrijf over je arm, met de sporen van / de zon, vol leven nog, terwijl je gelaat me iets anders vertelt.’ Als ze later terug naar huis gaat, zoekend naar de uitgang, volgt ze de richting Turkoois. Veel ziekenhuizen hebben het gemakkelijk gemaakt voor bezoekers om de afdelingen te vinden waar ze zijn moeten door gekleurde strepen en pijlen op de grond aan te brengen; de bezoekers hoeven dan alleen maar de rode of de groene kleur te volgen door het ziekenhuis in plaats van te zoeken naar naambordjes of nummers. Dat Braeckman de kleurlijn Turkoois volgt, hoeft geen toeval te zijn: de turkoois zou een heilige steen zijn, die de levensadem symboliseert, die ons leert dat alles een reden heeft en die helpt om de cycli van het leven te doorgronden.

In korte, staccato zinnen benoemt Braeckman de feiten die erbij komen kijken als iemand gestorven is: ‘Ik wil naar je toe. Je zien. Weten hoe je ligt. Je gelaatsuitdrukking / bevoelen.’ Alsof ze zich verbijt om haar emoties te bedwingen, om dicht bij de realiteit te blijven en niet verder te kijken. Ze legt een witte roos op zijn hart. Thuisgekomen volgt ze oude rituelen:

Ik heb de spiegels afgedekt, ik slaap met open ramen zodat je
wanneer je maar wil binnen kan komen, je te rusten kan leggen
war je maar wil. Ik laat alle deuren binnenskamers open zodat er
ruimte is om te bewegen. Je op een zetel, een stoel dichtbij me
kan zitten zolang je wil. Ik herinner me dat ik een paar dagen geleden
door een auto bijna overreden ben, in de zee onlangs net niet verdronken
ben. Alsof er iemand geofferd moest worden.

Zo probeert ze zin te geven aan de dood van haar vader, zoals we naar redenen zoeken voor iets dat onverklaarbaar blijft. Proberen iets te begrijpen is het begin van iets beheersen en het onder controle krijgen van iets dat buiten onze bevatting ligt.

Een blanco pagina in de bundel scheidt de dagen in de gedichten. Braeckman beschrijft wat ze doet, wat er gaat gebeuren, zonder daarbij haar emoties te vermelden. Die moeten door de lezer zelf worden gevonden in deze samengebalde, ingehouden gedichten die bol staan van het niet getoonde verdriet. De dochter wil doen wat hoort en vindt troost in de rituelen die horen bij het sterven: ‘(…) Ik heb / het Boek meegebracht. Ik steek de kaars aan achter je hoofd en ga naast je staan. En zeg dat ik je niet meer / aan mag kijken omdat het nu om jou gaat. (…)’. Ook schrijft ze: ‘Ik doe mijn masker bij je uit alsof ik thuiskom.’ In eerste instantie wordt er misschien een coronamondkapje bedoeld, dat twee jaar geleden nog verplicht was als je buiten de huiselijke kring kwam, maar even goed kan het ’t masker van de zelfbeheersing zijn, dat deze dichter zo wanhopig vastbesloten draagt. maar als we oog in oog met de dood staan, zijn we wie we zijn en helpen maskers niet.
Op een linnen doek legt ze wat aarde uit Toscana, waar haar vader zo van hield en waar ze samen waren, zandkorrels die ‘(…) de adem van het landschap / daar in zich dragen.’ Minutieus geeft ze de details van haar handelingen weer, als een bezwering:

Ik kom bij je aan. Haal de lintjes van het linnen.
Leg het zand op de waakstoelen voor je klaar.
De kaars achter je hoofd. Je voeten zijn naar de
deur gericht. Er is tijd. Ik herhaal en herhaal
en herhaal. De kaars tikt af en toe even tegen
het glas. Ik waak als je nog bezoek krijgt. En
herhaal en herhaal en herhaal.

Het lichaam van haar vader wordt in een witte lijkenzak getild en in de kist gelegd. De boor, die vijzen uit het hout haalt, maakt ‘Het ergste geluid dat ik mijn / leven ooit gehoord heb.’ Buiten lijken ‘de wereld en de mensen (…) niet te bestaan.’
In een volgend gedicht wordt gerefereerd aan het sterven van Christus, met de dorst die de vader had, een paraplu die tot driemaal toe op de grond valt, een stigma onder de tenen, een scheur in het rouwkleed. Is het toevallig dat dit gedicht afgedrukt staat op pagina 33, de leeftijd waarop Christus stierf?

De natuur weerspiegelt de gevoelens van de dichter en laat zien wat zij zelf niet aan de buitenwereld wilt tonen: het heeft gestormd, er liggen overal afgerukte takken en bladeren, de wind raast om het huis. Alles in de natuur doet aan de vader denken: een rups die vlinder wordt, het naderen van de lente. Het besef dat het leven verder gaat dient zich aan en wordt afgewisseld met het verdriet dat geen logica kent, maar de dichter als dochter overvalt.

Het laatste gedicht in de bundel wijkt qua vorm af van de andere: het is opgebouwd uit zeven distichons en twee losse regels die elk op een aparte bladzijde staan. De inhoud is een terugblik en een samenvatting van het voorgaande, van het gehele proces van het afscheid nemen van de vader. ‘Ik heb je tweemaal begraven.’, zegt de dochter. Een keer in de aarde van Toscana, die zij in de kist gelegd heeft, en een keer in de urn. Hij blijft echter de Zon in haar leven waar zij zich naar wil richten.

Inge Braeckman is een dichter van de details. Een eerdere bundel van haar, In de eerste uren Zomer, werd besproken door Meanderrecensent Johan Reijmerink. In Terra Toscana komt het zorgvuldig benoemen van vooral de handelingen en in mindere mate de waarneming voor als een manier om zich te beheersen, maar ook om niet te vergeten. Van de Franse schrijver Julien Green is de uitspraak ‘Car, hélas, nous mourons trois fois: la première, dans notre chair; la seconde, dans le coeur de ceux qui nous survivent, et la troisième, dans leur mémoire, qui est notre dernier tombeau, et le plus glacial.’ (Wij sterven driemaal: de eerste keer in ons vlees, de tweede keer in het hart van hen die ons overleven en de derde maal in hun herinnering die ons laatste graf is en het ijzigste.)
Beter twee keer begraven dan drie keer gestorven. Met Braeckmans indringend en indrukwekkend verslag van de handelingen van een dochter bij het sterven van haar vader zal dat derde graf haar vader bespaard blijven.
____

Inge Braeckman (2022). Terra Toscana. Uitgeverij P, 43 blz. € 16,50. ISBN 9789493138735

Geplaatst in Recensies.