Wat Maakt Een Gedicht Goed? (65)

door Frans Terken

 

Wat Maakt Een Gedicht Goed?

Een gedicht dat me meteen treft, de woorden als ook beelden, als ik er helemaal door meegenomen word, dat ontroert of dat er een lichte euforie ontstaat, maakt voor mij een gedicht goed. De beeldspraak die een dichter gebruikt, die niet zozeer cliché is, het kan één zin of regel zijn, die me nieuwsgierig maakt naar meer, en dan niet meer uit het hoofd gaat.
Een voorbeeld, bij Iduna Paalman gebeurde dat al in de titel van haar bundel De grom uit de hond halen (een regel uit haar gedicht Audit), het liet me niet meer los. Dat gebeurt bij meer dichters die ik lees, te veel om te noemen.

Wat niet wil zeggen dat ik direct een gedicht hoef te begrijpen om het goed te vinden. Het is wat me aanspreekt, het gebruik van klank, ritme, originaliteit, spelen met de taal, de wijze waarop er vorm is gegeven, het zijn elementen waar ik aan hecht.
Meegezogen worden in de verbeelding die de dichter neerzet, diepere lagen vinden, die aan het denken zetten, of dat er een andere wereld opengaat, dat de taal gaat zingen, en ik als het ware ga ‘Reizen in het hoofd’, het kan mijn dag goedmaken.

Ook kan een gedicht aanleiding zijn om er mee aan de haal te gaan, het kan bij mij een dichterlijke reactie oproepen. Zo ontstond o.m. een dichtwisseling met Joop Scholten, wij schreven van 2008 tot aan zijn overlijden in 2018 een reeks van 165 gedichten.

Of dan elk gedicht ‘goed’ is, is wellicht niet zozeer aan de dichter, eerder aan de lezer. Bij dichters is twijfel over een gedicht, of het goed is, niet onbekend. Maar een sprekend gedicht, soms een ‘gouden’ zin of regel, dan heb je mij.

 

Frans Terken is dichter.

foto © Alja Spaan, 2014

Geplaatst in Column.