Biografie Theo van Doesburg – Ik sta helemaal alleen

Seismograaf van de avant-garde

door Herbert Mouwen




Theo van Doesburg is een leidende figuur in de avant-gardistische kunst van de eerste helft van de twintigste eeuw. Ondanks het gebrek aan bronnen hebben de auteurs Van Faassen & Renders van de biografie Ik sta helemaal alleen veel gegevens kunnen verzamelen, met name uit zijn persoonlijk archief en zijn briefwisselingen. De werkelijke naam van Theo van Doesburg is Emiel Küpper (1883-1931). Vanaf 1902 hield hij een dagboek met aforismen over kunst en godsdienst bij, niet over zijn dagelijkse leven. Hij kwam uit een middenstandsmilieu, zijn ouders waren van Duitse komaf. Het echtpaar ging in Utrecht wonen en kreeg zeven kinderen. Emiel Küpper werd vernoemd naar een overleden broertje. Zijn vader had een fotografisch atelier dat in 1884 failliet ging. Zijn pseudoniem Theo van Doesburg is de naam van zijn latere stiefvader. De onderwijsloopbaan van de jonge Theo is onduidelijk. De leerplicht voor het volgen van lager onderwijs ging pas in 1901 in. Als kunstenaar was hij een autodidact. Zijn vroege schilderwerk is geïnspireerd op het werk van Vincent van Gogh en op dat van Kandinsky en Mondriaan.

Drie huwelijken

Zijn leven is het best te schetsen aan de hand van zijn drie huwelijken. Eerst is Van Doesburg gehuwd met zijn muze Agnita Feis, die twee jaar ouder is dan hij. Hij spreekt haar aan met: ‘Mammie’. Ze is lerares handwerken in Apeldoorn, heeft belangstelling voor kunst en schrijft ook. In 1908 heeft Van Doesburg zijn eerste ‘Tentoonstelling van teekeningen en schetsen’ in de Haagse kunstkring. Tijdens zijn militaire dienstplicht in Tilburg raakt hij verliefd op Helena (Lena) Milius. Zijn huwelijk met Agnita Feis verslechtert, wat leidt tot een scheiding in 1917. Als kunstcriticus begint hij vanaf 1912 te publiceren in Eenheid. Over de jaren voor 1912 schrijven Van Faassen & Renders dat het in zijn dagboeken vanaf 1902 wemelt ‘van halfbakken observaties over kunst, maar die bleven vooralsnog privé.’ In 1917 trouwt Van Doesburg met Lena. Geleidelijk raakt zij thuis in de kunstenaarswereld door de vele bezoeken die ze afleggen, o.a. bij Piet Mondriaan. Al snel ontmoet Van Doesburg Nelly van Moorsel, die zijn nieuwe geliefde wordt. Lena komt dan in de rol van ‘grootmoedige, zichzelf opofferende vrouw’ terecht, ‘die ondanks de teloorgang van haar huwelijk met veel inzet en liefde een belangrijke rol bleef spelen in het leven van Van Doesburg.’ Van Doesburg gaat met Nelly naar Weimar, waar hij een aanstelling aan de Bauhaus-school van Walter Gropius hoopt te krijgen. De situatie tussen Van Doesburg, Lena en Nelly is complex, maar van een ménage à trois is geen sprake. De scheiding tussen Van Doesburg en Lena Milius vindt plaats in 1923. De bronnen die de biografen gebruiken voor gegevens uit Van Doesburgs privéleven zijn divers. Hij correspondeert veel en schrijft kritieken over tentoonstellingen. Ook woont hij lezingen bij die hij o.a. in Eenheid bespreekt en hij publiceert essays. Over zijn latere levensjaren zijn meer schriftelijke bronnen beschikbaar dan over zijn jonge jaren. Toch is niet altijd duidelijk waarom Van Doesburg in zijn kritieken tot een oordeel komt, omdat (betrouwbare) bronnen ontbreken.

Je kunt je als lezer afvragen wat voor karakter Van Doesburg had. Deze biografie is één grote opsomming van weerstand bieden, ruzie maken en meedogenloze kritiek hebben op alles en iedereen. Dat zijn artikelen niet altijd in tijdschriften werden gepubliceerd, zat hem dwars. Een andere vraag is of zijn karakter geen remmende werking op zijn ontwikkeling als kunstenaar heeft gehad. Deze biografie is een opeenstapeling van negativisme. Dat valt de biografen niet kwalijk te nemen, want die citeren voortdurend uit Van Doesburgs correspondentie, zodat de lezer direct geconfronteerd wordt met zijn opvattingen.

De Stijl

De eerste aflevering van het tijdschrift De Stijl verscheen in 1917. Het was een tijdschrift voor beeldende kunst en wilde ‘eene bijdrage tot de ontwikkeling van het nieuwe schoonheidsbewustzijn’ zijn. Het tijdschrift moest de samenleving veranderen, niet in dienst staan van de samenleving. Van Doesburg, die de enige redacteur was, heeft het niet over ‘invloed’, maar over ‘stuwkracht’ van De Stijl. Hij publiceerde diverse manifesten en eigende zich het leiderschap van de Stijl-beweging toe; dat veroorzaakte reuring onder medewerkers en sympathisanten en een komen en gaan van hen. Ook al schreef hij in 1917 nog aan zijn kompaan Anthony Kok: ‘Berlage en anderen die hun steun aan den Stijl beloofden hebben zich teruggetrokken. Ik sta helemaal alleen!’, toch groeide De Stijl uit tot een internationaal tijdschrift, waarvan weliswaar de financiële positie wankel bleef. In januari 1929 was het mede door de concurrentie van andere tijdschriften afgelopen met De Stijl, maar het had Van Doesburg ruimte gegeven om zijn eigen werk te publiceren.

I.K. Bonset

Voor de poëzieliefhebber is ‘Een groot aanvalsplan’ het belangrijkste hoofdstuk van de biografie. In mei 1920 publiceert Van Doesburg in De Stijl onder het pseudoniem I.K. Bonset het gedicht ‘X-beelden’ uit de reeks ‘Kubistische verzen’ van 1913-1919. Hij introduceert het begrip automatiek, dat verwant is met het dadaïstische, surrealistische écriture automatique en noemt zijn teksten ‘sprookjes’ en ‘fabelen’. Om ‘over eenigen tijd de nederlandsche literatuur’ te kunnen ‘bekogelen’ is voor Van Doesburg De Stijl nodig als tijdschrift om te kunnen publiceren. Dat ging in kranten, weekbladen en in tijdschriften als De Gids en De Beweging moeilijker, stellen de biografen. De opvatting dat ‘de persoon van de kunstenaar (“mij”, “ik”) op de achtergrond raakt of zelfs verdwijnt’ is te zien in het door de biografen geciteerde gedicht:

Een zware bierkar, met daarvoór een bier-
karrepaard gaan over den houten op-
haalbrug. De kar is volgeladen met tonne-
tjes. Het paard gaat met ingehouden
stap over den houten wipbrug:
——– planke – planke; – planke – planke;
——– planke – planke, plots;
——– planke, plonke, plets;
——– plots – plits – plots – plits
——– prrrrrrrrr…
Zoo is de nieuwe poësie.


Dit klankgedicht zou al in 1906 door Van Doesburg geschreven zijn. Als dat zo is, dan was Van Doesburg zijn tijd ver vooruit. Apollinaire, Van Ostaijen, Schwitters en Stramm volgden pas later met dit genre gedichten.

Als dichter blijft Van Doesburg een merkwaardige figuur. Zo schrijft hij niet alleen zelf gedichten, maar hij bewerkt ook gedichten van tijdgenoten, zoals een klankdicht van Anthony Kok en het gedicht ‘Stad’ van Henrik Scholte, die behoorde tot de jongerengroep van het tijdschrift De Vrije Bladen. In de biografie zijn beide versies te lezen:

Henrik Scholte

 

Horizon. Ineens

chaos van water met een groene pruik,

wilde ouverture van een weg. Nog een en drie,

wortels tot een gebouw, dat bloot en zeer banaal

zijdelings werd neergezet, zijn stuit

de buffer van zijn eigen schaduw. Uit.

Theo van Doesburg

 

Horizon.

Waterschans.

Groene pruik.

Wilde ouverture.

1 en 3

Wortels bloot gebouw.

Stuit.

Schaduwbuffet.

Uit.

Het eigen commentaar van Theo van Doesburg op zijn bewerking die hij in 1923 maakte, is helder. Hij spreekt over ‘naturalistische ballast’ die overboord gegooid moet worden en stelt verder: ‘De pen van den modernen dichter, bestaat voor het grootste gedeelte uit een snoeimes. Steeds maar weer couperen, castreren, snoeien, totdat slechts datgene overblijft wat inderdaad beeldt.’ Zijn poëzie wordt sterk bekritiseerd en zelfs met hoongelach ontvangen. Van Doesburg vindt dit een vorm van tegenwerken en ‘steriele spot’. In januari 1921 schrijft hij een artikel met de titel ‘De nieuwe woordbeelding’, maar zijn beoogde bundel ‘Nieuwe woordbeeldingen’, die volgens de biografen ‘Van Doesburgs meesterproef’ moest worden, is nooit verschenen.

Tot slot

Net als veel moderne biografieën, die de laatste jaren verschenen zijn, is Ik sta helemaal alleen erg gedetailleerd, maar de tekst is vlot geschreven en het boek is voor de belangstellende lezer een toegankelijke kunst- en cultuurstudie. Van Doesburg was geen politiek geëngageerde kunstenaar. Hij bleef weg van stromingen als het communisme en fascisme. Wel lazen de biografen in een brief de opmerking dat ‘een beetje fascisme’ misschien goed voor Nederland zou zijn, maar uit zijn levensloop en carrière blijkt duidelijk dat voor hem het estheticisme veel belangrijker was dan een politieke stellingname. De poëzie van Theo van Doesburg en zijn opvattingen over de dichtkunst hadden in deze biografie meer aandacht mogen krijgen, hoewel hij een kunstenaar en criticus was die zich meer richtte op de beeldende kunst en de architectuur. Theo van Doesburg was een moeilijke man die met iedereen – ook met zijn beste vrienden – ruzie kreeg. Aan het einde van zijn leven in 1931 stond hij er helemaal alleen voor. Alleen zijn vrouw Nelly van Moorsel (1899-1975) heeft hem tijdens zijn leven niet in de steek gelaten. Na zijn dood waakte zij over zijn artistieke erfenis. De twee reeksen kleurenfoto’s in de biografie geven een fraai overzicht van zijn beeldend werk. Daarnaast zijn er veel zwart-witfoto’s opgenomen van locaties, personen en geschriften die de tekst van Van Faassen & Renders ondersteunen. Het boek bevat een uitgebreid notenapparaat en een zorgvuldig samengestelde lijst van secundaire literatuur. ‘Seismograaf van de avant-garde’ is een terechte typering van Theo van Doesburg. Seismos betekent aardbeving in het Grieks, hij heeft inderdaad de kunstwereld flink opgeschud.

____

Biografie Theo van Doesburg (2022). Ik sta helemaal alleen. Door Hans Renders en Sjoerd van Faassen. De Bezige Bij, 742 blz. € 59,99. ISBN 9789403134314.

Geplaatst in Recensies.