Marius Atmoredjo – loslaten zullen ze nooit meer

Tastbare verhalen in dichtvorm

door Herbert Mouwen



De gedichten in de bundel loslaten zullen ze nooit meer van Marius Atmoredjo zijn geïnspireerd op verhalen van zes generaties Javanen in Suriname. Marie Atmoredjo, de moeder van de dichter, vertelde ze aan haar nog jonge zoon Marius. Het vertellen van verhalen was een orale, traditionele kunst die van ouders op de kinderen werd doorgegeven. In de moderne tijd heeft deze kunstvorm de strijd moeten aangaan met het boek, de film en de televisie, maar de vertelkunst heeft dit armpje drukken niet verloren. De eerste helft van de bundel loslaten zullen ze nooit meer bevat de latere poëtische verbeeldingen van deze verhalen. Als lezer krijg je het gevoel alsof je door een historische beeldatlas bladert bij het lezen van deze strofische, vrij dynamische gedichten. Beeldend kunstenaar Robert Bosari heeft de voorkaft van de bundel en de gedichten zelf voorzien van fraaie, zwartwit tekeningen. De uitgave is een mooi vormgegeven kleinood geworden. De bundel opent met het gedicht ‘Tastbaar’. De eerste strofe luidt:

Het enige en tastbare ligt in mijn hand
Haar foto met een nummerplaat op haar borst
genomen ergens in een depot
op een ver eiland
met haar naam erop
waarschijnlijk gekregen van haar moeder
misschien omdat die zo mooi klonk
Sarinah

Op de achterflap staat dat de ‘verhalen beginnen bij de tewerkstelling van de overgrootmoeder van de dichter, wanneer zij als contractarbeidster vanuit Java in Suriname aankomt en gaan daarna over haar kinderen en kleinkinderen die in Suriname en Nederland wonen.’ Deze haast onderkoelde wijze van beschrijven, van registreren treffen we ook aan in de andere gedichten van deze bundel. Het effect is dat achter de woorden en zinnen van de gedichten een schat aan emoties schuilgaat die bij het lezen loskomt. De ‘foto met een nummerplaat op haar borst’ van overgrootmoeder Sarinah is de enige tastbare herinnering aan het familieverleden van de dichter. Tevens is deze openingsstrofe een eerbetoon aan haar. Ze heet Sarinah, dat is een naam die verwijst naar de oudtestamentische naam Sara die vorstin betekent. Verhalen die mondeling van generatie op generatie zijn doorgegeven, zijn in principe niet tastbaar, totdat ze worden opgeschreven en dat heeft Marius Atmoredjo met subtiel geschreven gedichten op fraaie wijze gedaan.

Ik heb geluk dat ik nog kan vertellen
wat ik in deze mijn heb beleefd
één vriend heb ik
zijn kist helpen wegdragen
anderen snakten naar lucht
toen hun longen werden verstikt door fijnstof
en velen waren onverklaarbaar ziek
toen zij deze rode aarde verlieten

Deze tweede strofe uit het gedicht ‘Onze bauxietmijn’ heeft een fascinerende opening. De ik-figuur, die in de eerste strofe met zijn dochter ‘Aan de rand van de oude ondergelopen krater van een bauxietmijn / staat’, vind dat hij geluk heeft, omdat hij nog kan vertellen wat hij in de bauxietmijn beleefd heeft. Hij mocht de doodkist van zijn vriend helpen wegdragen, constateerde dat anderen naar lucht snakten en dat velen onverklaarbaar ziek waren geworden. De enigszins cynische toon verdwijnt in de derde en laatste strofe, omdat de ik-figuur accepteert dat zijn zware leven nu eenmaal zo gelopen is. Hij vraagt zijn dochter om een afscheidsritueel met het water uit de krater en met de rode bauxietaarde: ‘en sprenkel dit water / over mijn laatste rustplaats dicht bij mijn kontjo’s [kameraden] / en leg een brokje rode aarde op het hoofdeind’.

Het thema voedsel loopt als een rode draad door de gedichten die zich afspelen in Suriname. In ‘Onze bauxietmijn’ maakt de ik-figuur dit thema concreet. Hij heeft de zware bauxietwinning ‘getrotseerd / zodat we onze kinderen van brood konden voorzien’. In ‘De hut van Mbah Sari’ eet Sarinah ‘met een glinsterende aluminium lepel / van een emaillen bord / versierd met rode bloemetjes’. Het vervolg van dit gedicht gaat over de voedselbereiding in de morgen en in de avond. In ‘Ambèn’ [eenvoudig bed van bamboe of hout] ‘liggen twee jonge kinderen / aan moeders leeggezogen borsten’. In ‘Puntbrood’ denkt de jonge ik-figuur op weg naar school voortdurend aan wat voor brood hij voor zijn 6 cent zal kopen. De ik-figuur is in ‘Bitawiri’ [bladgroente] dit gerecht beu, zijn jongste broer zegt dat hij zich moet verbeelden dat hij vis eet ‘en hou het vol tot de regentijd begint / dan zijn er vissen in de zwamp / in overvloed’. Al met al kan geconcludeerd worden dat het krijgen of kunnen kopen van voedsel een dagelijkse zorg was.

Een ander opvallend thema is groei. In het gedicht ‘Blindelings’ in het tweede deel van de bundel, dat zich hoofdzakelijk in Nederland afspeelt, zegt een ‘grijze hengelaar’ die behoort tot het ‘vergezicht’ van de ik-figuur, dat twee zwanen ‘in tijden van kou en wind / zijn trouwe metgezellen zijn’. De laatste strofe:

Op de vraag hoe oud ze zijn
antwoordt hij:
een fragiel kind dat op jou lijkt
voedde hen elke dag
nu volwassen geworden
groet het mij vaak

In ‘Schud-me-niet’ is de groei gekoppeld aan het jaargetijde: ‘Heb geduld / de zomer komt eraan / dan ben ik / op mijn mooist’. En in ‘De beste bessen’ krijgt de ik-figuur bezoek van vreemde vogels die de plantenbak van de rode rozenstruik en het balkon blauw kleuren met hun uitwerpselen. Daarna gebeurt het volgende: ‘In de plantenbak / groeien ongemerkt een paar plantjes / met stekels aan hun takjes / na een tijd komen er blauwe vruchten aan’. Dit gedicht bevat een bijzondere weergave van een groeicyclus.

De titel loslaten zullen ze nooit meer – het is de laatste versregel van het gedicht ‘Zondagochtend’ – krijgt al lezende voor mij een dubbele betekenis. Het woord ‘ze’ verwijst naar zowel de personages die in de gedichten acteren als naar de verhalen waarop ze gebaseerd zijn. De personages zijn naamloos, uitgezonderd Sarinah die de oermoeder in deze bundel is. Eén keer wordt ze ‘Mbah Sari’ [Oma Sari] genoemd. De andere personages in de bundel worden naamloos aangeduid, zoals ‘een pezige mijnwerker’, ‘mijn schoolmeester’, ‘mijn vrienden’, ‘De oude man’, ‘Een grijze hengelaar’ en ‘mijn seniore onderbuurvrouw’. De muzikaliteit van deze poëzie is groot. Het is duidelijk dat de klankrijkdom en de speelse ritmiek die ook kenmerkend is voor de orale literatuur in deze gedichten terugkomt. Atmoredjo’s bundel loslaten zullen ze nooit meer verdient als unieke Surinaams-Javaanse poëzie een prominente plaats tussen de vele, markante uitgaven die de Surinaamse vertelkunst de laatste decennia heeft voortgebracht. Denk maar aan de verhalen over de spin Anansi. De bundel past ook in de discussie over de verwerking van het slavernijverleden in Suriname en andere overzeese gebieden, een woordentwist die dan weer begripvol dan weer grimmig is. In ‘Blindelings’ dicht Marius Atmoredjo: ‘Nu mijn omgeving / steeds in omvang krimpt / behoort dit tot mijn vergezicht’. Dit is voor elke lezer een strofe om over na te denken.
____

Marius Atmoredjo (2022). loslaten zullen ze nooit meer. In de Knipscheer, 52 blz. € 16,50. ISBN 9789493214705

Geplaatst in Recensies.