LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Paul Meeuws – Aanblik

6 feb, 2023

‘In een sprekend geheel’

door Herbert Mouwen




Paul Meeuws (1947) debuteerde op latere leeftijd als dichter met de bundel Geluiden, waarmee hij genomineerd werd voor de Cees Buddingh’-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut in 2017. De bundel ging over muziek en geluiden, in relatie tot thema’s als geboorte, liefde en ouderdom. Zijn tweede dichtbundel ‘gaat over kijken, over het proeven met de ogen, over het aftasten van een portret en het verkennen van een landschap door de lijst van een schilderij’, zoals de tekst op de achterflap aangeeft.

In deze bundel is voortdurend sprake van een thematische driehoek van (1) zintuiglijk kijken – (2) het beeldende kunstproces zelf dat zich ontwikkelt tot een eindproduct en (3) het verwoorden ervan. In het gedicht ‘Landschap’ gaat de dichter aan de slag met een nauwkeurige waarneming die een verrassend resultaat heeft.

Ik moet jou zien samen te brengen
in een sprekend geheel,
zien klimmen en dalen
en traag zien veranderen
in hoe je dat doet.
De koppigheid van jouw lenigheid
wil ik zien.

Soms verdwijn je tussen de huizen
Ik volg een denkbeeldige stip
op muren en ramen open en dicht,
de brokstukken van een ruïne,
een bosschage, een brug.

Voor het donkerste deel wacht ik af.
Daar slaapt alle kunst.
Ik moet je zien opstaan en opbloeien,
uiteenvallen, verwaaien.

Ik moet je zien doodgaan,
mijn aardkleuren aanspreken.
Daarin zal ik jou zo zichtbaar begraven
dat je behouden blijft binnen de lijst.

Het laatste gedicht van deze afdeling ‘Bacon / Schnabel / Van Gogh’ heeft o.a. het schilderij ‘Zelfportret op weg naar Tarascon’ van Vincent van Gogh als onderwerp. Francis Bacon (1909-1992) heeft over dit portret een reeks schilderijen gemaakt en Julian Schnabel maakte A eternity’s gate, een film over de laatste jaren van Vincent van Gogh in Auvers-sur-Oise, waarin hij psychische problemen had, met zijn geloof worstelde en zijn vriendschap met Paul Gauguin steeds moeizamer verliep. Dit waren voor Meeuws inspirerende bronnen. De openingsverzen naar aanleiding van dit ‘Zelfportret’ zijn treffend: ‘Daar gaat Van Gogh / in zijn gevangenis / die zich met hem verplaatst, // nagekeken / met zijn veldezel, spieraam en tubes vol / naar licht snakkend pigment.’

Na een eerste lezing van de bundel vraag ik me af of de dichter, die ook beeldend kunstenaar is, mij meeneemt naar zijn eigen atelier of dat ik met hem op excursie ga om in musea het werk van andere schilders die hij bewondert te bekijken. Bij een tweede lezing wordt mij duidelijk dat Paul Meeuws bundel zich richt op beide aspecten. De ‘Aantekeningen’ kunnen gezien worden als een belangrijke leeswijzer. De bundel bestaat uit negen afdelingen en bij aantal daarvan geeft de dichter belangrijke achtergrondinformatie over dichters, specifieke schilderijen, een museum of zijn wijze van werken. De genoemde bronnen leiden tot een beter begrip van de gedichten, wanneer je als lezer er kennis van neemt. Online zijn vrijwel alle bronnen beschikbaar.

De tweede afdeling ‘Museumbezoek’ is gebaseerd op de documentaire In het licht van de argwaan (2020) over de Belgische kunstenaar Luc Tuymans, die zich aan het begin duidelijk positioneert als een eenzame schilder die gekozen heeft voor een ‘zelfgekozen isolement’ die voortdurend twijfelt. De schilder heeft in het Palazzo Grassi in Venetië een tentoonstelling gehad van eigen werk en ter plekke een aantal fresco’s gemaakt. De ik-figuur in het gedicht bezoekt ‘Zaal na zaal’ de tentoonstelling. Deze afdeling bestaat uit twee genummerde gedichten. De opening van het eerste gedicht is boeiend:

Waar het gelukt was het leven in een kunstwerk te laten passen
zocht ik naar leemtes, iets onzekers en onafs als ikzelf.
Maar hoe vind je iets dat uit donker bestaat en zijn inkt
hooguit prijsgeeft aan een gedicht
dat het opnieuw oproept?

De beeldende kunst wordt in het tweede gedicht aan de dichtkunst gekoppeld. Er ontstaat een heftige strijd tussen deze twee, die leidt tot verwarring bij de ik-figuur: ‘Ik durfde niet meer te kijken. / Ik kon alleen nog maar kijken.’ De ik-figuur gaat verder met zijn bezoek ‘alsof de schilderijen mij aanstaarden en ik / een van hen werd, aan blootstelling ten prooi.’

‘Christina’s world’ is de vierde afdeling in Aanblik, die bestaat uit tien sonnetten. In de ‘Aantekeningen’ verwijst Paul Meeuws naar het beroemde schilderij van Andrew Wyeth (1917-2009), een realistische landschapsschilder, die met een grote precisie verlaten plaatsen in Pennsylvania en Maine schilderde en daarin één enkele figuur plaatste. Het derde sonnet beschrijft dit schilderij. In de andere negen sonnetten verwerkt hij ook elementen uit andere schilderijen. Het oeuvre van Wyeth is dermate groot dat het ondoenlijk is andere schilderijen in deze negen sonnetten te herkennen. Echter, ook zonder de achtergrondkennis van deze schilderijen, is ‘Christina’s world’ een van de mooiste sonnettenreeksen is die ik ooit gelezen heb. De beeldtaal is oorspronkelijk, de beschreven waarnemingen zijn exact en gedetailleerd, het lichtmotief is op verrassende wijze weergegeven en de sfeer doet negentiende-eeuws Amerikaans aan. De manke vrouw in ‘Christina’s World’ was Anna Christina Olson, een van Wyeth’s muzen. Ze woonde in South Cushing, Maine, vlakbij het vakantiehuis van de schilder, die daar veel verbleef. Ze was gehandicapt vanaf de taille tot haar voeten en verplaatste zich hoofdzakelijk kruipend. Het laatste sonnet eindigt aldus:

Er loopt een pad over zee, een catwalk van licht.
Laat mij zijn zoals je mij weergaf, zonder gewicht
en niet mank en toch liggend met mijn gezicht

naar de einder. En pas als jij genoeg hebt van mij
sta ik op zonder hulp, stap uit jouw beroemd schilderij
en warm de melk, voor jou en voor mij.

Aanblik is een rijke bundel. Alle afdelingen hebben de lezer veel te bieden. Zo is in de afdeling ‘Aanblik’ de ik-figuur aan het werk met verschillende materialen en dat levert een achttiental bijzondere gedichten op die ingaan op de gebruikte materialen en de toegepaste stijlen. In ‘Letzter Frühling’ wordt de ouderdom voelbaar en zichtbaar: ‘Jongzijn groeide met ons mee als een verlaten nest, / hoog en warrig tussen dorre takken.’ De bundel heeft een motto dat de titel van bundel recht doet: ‘Dies heißt Schicksal: gegenüber sein / und nichts als das und immer gegenüber.’ Het motto is afkomstig uit de achtste Duineser Elegie van R. M. Rilke. Inderdaad, Paul Meeuws gaat geen enkele confrontatie met het werk van andere, voor hem inspirerende, beeldende kunstenaars uit de weg. Aanblik is een prachtige dichtbundel. Het zou me niet verbazen, wanneer deze bundel in 2023 een of meerdere poëzieprijzen in de wacht sleept.
____

Paul Meeuws (2022). Aanblik. Wereldbibliotheek, 80 blz. € 22,99. ISBN 9789028452848.

     Andere berichten

Michiel J. Ris – Broersgedicht

Het gedicht is machtiger dan de mitrailleur door Jeroen van Wijk - - Michiel J. Ris (1998) is dichter, schrijfcoach en amateuracteur. In...