LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Leren van de natuur in de poëzie van Leo Herberghs

26 mrt, 2023
door Pieter Sierdsma

Leo Herberghs door Peter Baltus

De natuur lijkt tegenwoordig geen onderwerp meer dat voor veel schrijvers van belang is. Misschien omdat we er niet meer tussen leven en het als wat georganiseerde lapjes grond buiten ons gezichtsveld is geraakt, zoals Jacques Bloem noteerde in zijn gedicht De Dapperstraat: ‘En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant. Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’ De aandacht ligt nu vooral bij de eigen wereld. De natuur, groter dan onszelf is wel sterk aanwezig in de gedichten van Jacques Hamelink, Herman ter Balkt en Hans Tentije. Landschappen, rivieren en een zeekust spelen een enerverende rol in weerbarstige confrontatie met de mens en zijn tijd. De Amerikaanse dichter Walt Whitman brak in 1850 dit terrein open met zijn bundel Leaves of Grass. De natuur is een alles omvattende stroom, uitgaand van terugkeren naar jezelf : ‘I sing the body electric. The armies of those I love engirth me and I engirth them.’

Leo Herberghs (Heerlen, 1924-2019) was journalist voor een aantal Limburgse dagbladen. Hij schreef kinderboeken en beschouwend proza maar bouwde vooral een dichterlijk oeuvre op gewijd aan de natuur. Mede door zijn gekozen positie buiten de literaire wereld werd de kwaliteit van zijn poëzie pas laat erkend. Het uit lange gedichten bestaande vierluik  Avond, Ochtend, Middag en Nacht, als passages van een leven, dat hij schreef toen hij in de zestig was, vond veel lezers. Gedichten van Herberghs werden vertaald in het Frans, Duits en het Spaans. Een muzikale vertolking voor zangstem en piano componeerde John Slangen op de zeven verzen van Heilig Weer. Het gedicht Herfst in Mechelen werd verfilmd. Bredere erkenning kreeg Herberghs bij de benoeming tot Limburger van Verdienste en significanter in de Leo Herberghs Poëzieprijs die sinds 2014 wordt toegekend.

De natuur kan van een grote omvattende harmonie zijn of van een eigenzinnig voortwoekerende macht. Bij Leo Herberghs is het een poging het geheim te ontsluieren waarin de elementen van bomen lucht en veld zich hullen. Een criticus noemde Herberghs ‘een notulist van het veronachtzaamde’. Voor de wandelaar is zijn filosofie goed te vatten. Hij stapt erin, op zijn qui-vive, en wordt beloond. De bomen zijn van een lang leven. De luchten aarden in een wisselende stemming en de avondstilte opent een diep vergezicht: donker:  heel dicht op mijn lip / rust het woud. / het druppelt. / het is japan  / met zijn bloesems / het is zo te zien / het is zo te horen / de wolk stokt. / de wolk tilt /  in het donker / de zee op. / het wordt donkerder

Dit gedicht uit de vroege bundel Lessen in landschap is zoals de overige van een korte structuur Het tast als het ware een mystiek verband af. Van grotere kracht en lenigheid is Herberghs latere poëzie. De natuur omvat als een stroom het leven op een dynamische wijze zoals bij Walt Whitman. In het gedicht Ochtend gaat het vooral om een zeeschap, een lichaam dat zich steeds weer aanbiedt als verjonging van het zelf, maar dat ook een even sterke, bijna lijflijke bedreiging kan zijn. In ieder geval is het een ‘volstrekte deelgenoot’ tot aan het eind: ‘tot een niets voltooid’. Het gedicht Ochtend is een epos over het leven, van een opgaan en een neergaan, dat door Herberghs taal vol vindingrijke metaforen een avontuur wordt.

 

ochtend ik sta bij het lichtende water
gered van de nacht, gereed voor de afvaart
de zee die voor mij ligt moet ik over
de zee dood en tegelijk leven

maar de golf waar ik overheen moet varen
wil met honend geschreeuw mij overladen
watervlakten, voor mij uitgeschoven
toornen met verbolgen zeemeeuwen

bang maakt de zee mij. deze schaamteloze
die zich ontbloot, deze luidkeels naakte
dit laag lichaam van water rijst omhoog
onder de kromme ochtendhemel

de zee is een oud man die in zichzelf praat
nauwelijks nog is hij de golven de baas
en hij struikelt wanneer hij wil lopen
en hij is krom en slecht ter been

nee, een jongen is het, zijn opgeblazen
wangen zeggen: kijk, ik jaag met mijn adem
de golven op en ik houd ze zo hoog
tot zij tussen de wolken gaan zweven

 

 

Bronnen :
Leo Herberghs, Wikipedia
Leo Herberghs, Lessen in landschap, uitgeverij Holland, Haarlem, serie De Windroos, 1968
Leo Herberghs, Ochtend, Plantage – Gerard & Schreurs, Leiden, 1990
Afbeelding : Museum Valkenburg

     Andere berichten

Kunst en afgunst

Kunst en afgunst

door Rogier de Jong     Afgunst Afgunst, adder, is geduldig, haar beet verraderlijk. De overvloed aan stenen, gras en...

Waar een busreis toe leiden kan

door Marc Bruynseraede   In de jaren zeventig kwam ik in contact met Ton Luiting, dichter-journalist bij De Gooi- en Eemlander en...

Heeft u pech, dan heeft u geluk

door Jan Loogman   De redactie van het ANWB-magazine De Kampioen heeft onlangs de lezers gevraagd gedichten in te sturen over hun...