LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Lies Gallez – honger, heteronormativiteit & het heelal

29 mei, 2023

Stel je het volgende voor…

door Herbert Mouwen




Na haar opvallende debuut met de verhalenbundel Het water vangen (2021), waarmee ze drie literaire prijzen won, komt Lies Gallez nu met honger, heteronormativiteit & het heelal. Het is haar eerste poëziebundel en de titel geeft aan dat de bundel een opbouw kent van drie afdelingen. De gedichten hebben een prozaïsch karakter en ook de strofevormen zijn wat betreft de buitenbouw en binnenbouw opmerkelijk.

De afdeling ‘honger’ bestaat uit veertien lange gedichten met formeel breed uitgewerkte strofen. Hoofdletters gebruikt Gallez niet, interpunctie is wel in de gedichten aanwezig. De gedichten zelf zijn in het algemeen onderzoekende teksten weergegeven in lange opsommingen met veelal licht ironische titels. Het openingsgedicht is een handleiding voor mensen die geen troost kennen. Het opent met ‘stel je het volgende voor’ en je mag zelf kiezen om welke reden je verdrietig bent:

———– je lievelingskat kwam onder de banden van een snelle auto terecht, je
hart staat op het punt te breken, de bladeren vallen te snel van de bomen, al het
fruit in supermarkten is eenzaam.

Zo is het: verdriet kent geen grenzen en heeft vele varianten. Alle fysieke en emotionele mogelijkheden om je te troosten worden in het gedicht onderzocht, alsook de rol van ‘de ander’ daarbij. Het aantal opgesomde mogelijkheden is te groot om hier te vermelden. In de slotstrofe is de conclusie: ‘troost is ook langzaam naar de ander toe bewegen. troost is de ander’. Veel strofen uit de gedichten bestaan uit stapelingen van ideeën, tellingen, herinneringen, wensen, vragen en voorwerpen. De gedichten zijn geschreven vanuit een ik-perspectief en wellicht is dat ook de verklaring van de titel ‘honger’ van deze afdeling, namelijk in de betekenis van honger hebben naar. Ook past de dichter het zelf-reflecterende je-perspectief toe, zoals in ‘Waterziek’: ‘als de depressie ijskoud water is, dan is het tegenovergestelde daarvan, wat je het / ‘gelukkige leven’ noemt, een bubbelbad.’ In een gedicht over herinneringen stelt Gallez: ‘je kindertijd past in een pink, zo weinig ruimte heb je ervoor nodig.’ Het eerste deel van deze versregel wordt herhaald in de laatste strofe en sluit af met de zin: ‘je bent al die tijd blijven krimpen, net zo lang tot je / op een dag in een nachtmerrie verdween.’ Het herhalen van een korte inleidende versregel van een strofe – soms met een kleine variant – is kenmerkend voor de poëzie van Gallez. Het gaat om zinnen als ‘je zegt niemand dat je dood wil.’, ‘wens een hand op je voorhoofd’, ‘je bent misschien depressief’ en ‘ben je al bang?’. Deze stijlfiguur benadrukt het poëtisch karakter van de teksten.

In de tweede afdeling ‘heteronormativiteit’ verschuift het perspectief naar een we-perspectief. Lies Gallez vergroot de kring waarin ze verkeert. Het neologisme heteronormativiteit betekent dat heteroseksuele geaardheid de maatschappelijke norm is. Zij stelt dat ter discussie. In deze afdeling krijgt de liefde een vooraanstaande plaats en komt corona nog even om de hoek kijken. Liefde en corona worden met elkaar verbonden, zoals in de ‘Wallenverzamelaar’:

op een dag moeten we de grens over, maar hoe gaat dat in tijden van corona? we
moeten een wattenstaafje in onze neus laten duwen, moeten wachten, moeten
negatief zijn, terwijl ik alleen maar gloei van je.

Als het gaat om het beantwoorden van vragen die Gallez in een gedicht aan zichzelf stelt, dan gebruikt ze enkele malen de vorm van meerkeuzeantwoorden, die ze zelfs nummert met a, b, c en d. Het lijkt alsof ze de opsommingen in deze afdeling nog zakelijker en directer wil opschrijven dan ze al zijn. In het gedicht met de nieuwsgierig makende titel ‘De correlatie tussen knikkende hoofden en de norm’ komen het aangeven van een beginsituatie, de vraag, de reflectie daarop en de vier a-b-c-d-antwoorden in één verbinding samen:

je zit in het café met bier. over het algemeen ben je gelukkig. iemand werpt een
vraag in je schoot: wanneer wist je eigenlijk dat je ook op vrouwen viel?

(ja, wanneer weten we dat? en hoe weten we dat? want dit voorzichtige voelen is
niet genoeg. voor dit gesprek met bier, voor dit café, voor deze wereld, voor deze
dronken gezichten moet je het ook weten.)

Hierna komen vier antwoorden, telkens ingeleid met het woord ‘misschien’ en een andere dag van de week. Op deze wijze houdt Gallez het inhoudelijke toeval in de antwoorden in stand. Na dit gedicht ontwikkelen de gedichten zich tot pure opgesomde reeksen, die uiteindelijk ontdaan zijn van elke vorm van beeldspraak en begripsomschrijvingen. De gedichten worden lijstjes met erupties, die niet lijken op enige vorm van poëzie. In ‘Hoe er zo lesbisch mogelijk uit te zien’ staat de volgende strofe met de volgende instructieve tekst:

iemand zegt: ik bedoel, je ziet er niet lesbisch uit.
‘hoe zie ik er zo lesbisch mogelijk uit?’
enter
google zegt: wear your hair short.
google zegt: wear jeans.
google zegt: wear the right jewelry.
de spiegel zegt: je ziet er te hetero uit.
error, error, error.

Na het lezen van deze afdeling blijven de nodige vragen over. Waarom heeft deze tweede afdeling deze opvallende ontwikkeling? Wil Gallez de lezer laten ervaren dat de hedendaagse poëzie ook behoefte heeft aan andere inhouden in combinatie met andere, nieuwe vormen? Het gebruiken van Engelstalige citaten in het gedicht ‘To cure your sexuality from wet pussies’ is dat informatie voor de lezer, een basistekst om een mening te geven of toch ‘gewoon’ poëzie? Antwoorden dienen zich vooralsnog niet aan. Het slotgedicht van de afdeling ‘Essentialia’ is vanwege zijn stellingname een van de beste van de bundel. Dat moet gezegd worden! Of misschien wel: hardop voorgelezen worden!

In de derde afdeling ‘het heelal’ keert Lies Gallez terug naar het type poëzie van de eerste afdeling. Echter, de kring is alweer ruimer geworden: uiteindelijk is – na ‘Opnieuw de wereld’ – het heelal het gebied. Er is nu ook ruimte voor klimaatproblematiek. De afdeling eindigt met ‘Hommage aan het heelal’. Nu komen alle voorgaande perspectieven aan bod. Drie stel-je-voor-gedichten (‘Stel je voor 1.0, 2.0 en 3.0’) vallen op in deze afdeling, maar ze verrassen niet meer. Ze zijn krachtelozer dan het openingsgedicht. Het gedicht ‘Op een dag sterft de zin’ bevat interessante gedachten over ‘de zin van het leven’ die telkens een herformulering krijgt, die eindigt met de constatering ‘ik begin iemand te zijn’. Aan het slot van de bundel worden de lezer, medewerkers van de uitgeverij, vrienden en familieleden bedankt. Ook de geliefde van Lies Gallez, die tevens een huwelijksaanzoek krijgt.

Haar verhalenbundel Het water vangen (2021) heeft op mij meer indruk gemaakt dan haar poëziedebuut. De gedichten zijn wat de vorm en de presentatie van de inhoud betreft teveel van hetzelfde. Het continue stapelen levert mijns inziens te weinig poëzie op. Inhoudelijk kan ik moeilijk een lijn ontdekken; dat lukt me enigszins in de derde afdeling. De verbeelding krijgt in de tweede afdeling (doelbewust) te weinig plaats, ongetwijfeld om de zeggingskracht van de teksten te vergroten en directer te maken. In de eerste en derde afdeling roepen de stel-je-voor-gedichten wel verbeelding op en dat leidt tot een diepere inleving en beleving van de lezer van de poëzie. In het gedicht ‘Steunwieltjes’ in de eerste afdeling begint de tweede strofe als volgt: ‘je wenst een hand op je voorhoofd. een aanraking is huid, kippenvel, de deur / naar de ander. die openen gaat zo voorzichtig als fietsen met steunwieltjes.’ Ja, dat mis ik.

____

Lies Gallez (2023). honger, heteronormativiteit & het heelal. Querido, 72 blz. € 20,00. ISBN 9789021476629

     Andere berichten

Daan Doesborgh – Moet het zo

Zo moet het door Ivan Sacharov - - Wat verwacht men eigenlijk van een recensent? Daar zijn allerlei opvattingen over. Maar ik denk dat het...

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Schouwen vanuit de aardse omgeving door Hans Franse - - Jan van de Ven moet een bescheiden man zijn die zijn verbondenheid met het land...