LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Herman Leenders – Het voorland

15 sep, 2023

Het traag dansen in een grensgebied

door Tom Veys




Het voorland, de titel van deze bundel, kan een bestemming, een lot betekenen, een toekomst of een landpunt dat in zee uitsteekt. Of is het een avant-garde in gevoelens, een opgaan in een landschap, het begrijpen van een persoon, uniek en soms sinister? Herman Leenders debuteerde in 1982 met Mijn landschap, een beeldinventaris, een dichtbundel die in de Yang-poëziereeks verscheen. Zijn voorlaatste bundel Overstekend wild verscheen in 2020. Zijn werk is bekroond met onder andere de Hugues C. Pernath-prijs en de C. Buddingh’-prijs.

In ‘Voorzang’, het eerste gedicht in de bundel, wil de dichter de tijd stopzetten, daarin slaagt hij met verve: ‘stop zeg ik aan de zon / voor ze in de kruinen zakt / stop aan de wind / die achter de wolken jaagt’. Dit zorgt voor poëzie en het procedé van stopzetten komt in vrijwel alle gedichten van deze bundel voor. De gedichten zijn meestal interessante bespiegelingen bij welgekozen observaties. De dichter hanteert hierbij een knappe woordenschat en een eenvoudige zinsstructuur. De beelden worden, zoals eerder vermeld, knap samengebald in kwatrijnen en er zijn verrassende slotregels. Er kan een herkenbare zwaarte zijn.

Een voorbeeld:

Gedoemd

er staat een dode boom in het landschap
zo dood als een vogelschrik
een boom hoort niet kaal te zijn
als het hoogzomer is

een boom is geen mast
en de zee is niet groen
een boom is geen galg
een skelet moet in de grond

zijn takken breken maar de stam
gespleten toegetakeld en vermolmd
zal nog jaren in mijn blikveld
het lot tarten en de storm

Ogenschijnlijk lijkt dit een eenvoudig gedicht. In het eerste kwatrijn speelt Leenders met de assonantie van de oo-klank. Er is empathie met de dode boom. Verder is er een dynamiek tussen dood en leven, de dood is trouwens vrij aanwezig in deze bundel. Af en toe zijn er kleine vensters van hoop, een inzicht: ‘een boom is geen galg’. Op de achterkant van de bundel staat dat de gedichten zich afspelen in een ‘tussenin’. Als je hiermee rekening houdt, kan je het verlangen ontdekken van de dichter naar het voorland, hij bevindt zich in het grensgebied tussen land en zee, tussen hemel en aarde. In die zin is de titel van de vorige bundel, Overstekend wild, nog niet zo vreemd. Het donkere valt namelijk ook te ontdekken in de gedichten ‘Roemloos’, ‘Westhoek’ en ‘Doodsbed’ van deze bundel.

In persoonsbeschrijvingen is de dichter een meester. Hij omschrijft bijvoorbeeld sterk de overledene bij een uitvaart in ‘Geaard’. Het gedicht bestaat uit twee delen. Het is als het ware een schilderij van een zwaar leven. Leenders omschrijft ook vaak de rauwheid, zoals in ‘De velden van rouw en verdriet VIII’: ‘wij lopen ons vast in de modder / achter een waas van grijze smog / alleen de noodverlichting aan / als een godslamp’. Overigens schreef hij een mooi ode gedicht voor de overleden dichter Koenraad Goudeseune met als titel ‘Zwanenzang’. Het heeft de vorm van een vrij sonnet. In relatie met andere dichters kan Leenders excelleren, onder andere ook in bespiegelingen. De dichter speelt ook subliem in op het klassieke gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter Nicolaas van Eyck met ‘De tuin en dood’.

In ‘Adaptatie’ werpt de dichter exemplarisch een somber beeld op met een vraag of een stellingname op het einde van het gedicht. Qua woordenschat ontdekt de lezer verschillende werelden. De apocalyptische en symbolische beelden rijgen zich aaneen in dit gedicht.

Adaptatie

je moet het volledige leven omarmen
dioxines in moedermelk en zwarte walmen
de onkruidverdelgers en de kankers van vriend en vijand
het geruis op de horizon en het trillen van de glazen
het zwerfvuil tussen de hyacinten
en de plastic lompen in de prikkeldraad
de stormen en de hittegolven
de overstromingen en de bosbranden
de hoofse liefde zowel als de sekswerker
de stent en de colloscopie
de eindeloze opsomming en het mes van de acribie
de hongersnood en de orgie
je moet de armen maar wat rekken
en scheuren je mond
palen zijn even goed als takken om te landen

tussen ijzer- en betonweg
in een poel van roest en lisdodde
onder zoete wolken
staat een blauwe reiger
hij past zich aan
waarom jij dan niet

Herman Leenders heeft daarnaast oog voor de liefde in ‘Amor’. In een citaat haalt hij de mystieke dichter Hadewijch aan. Hier is dit de dichter op zijn best, in mystieke taal onthult hij zijn visie op de liefde. Hierbij ontsnapt de liefde aan elke definitie. De dichter beweegt zich op een dunne koord.

Amor

Haren name amor es: vander doot (Hadewych, Strofische gedichten)

zij heeft de zachtheid van een zeemvel
de veerkracht van siliconen
de souplesse van een zwerfkat
is warm als een elektrische deken
en glad als gesteven lakens
ruikt als wasverzachter
zuigt als een broeierig moeras
en meer van dat en alles tegelijk
als een pin-up prik ik het vast
a ontsnapt als een hagedis
en mort blijft achter in mijn hand
kronkelend om mij te verschalken

De ambivalentie tussen dood en leven, zwaar en licht, is een rode draad in de bundel. Er is soms een dreiging aanwezig. In ‘Stand van zaken’ maakt Leenders de ambivalentie duidelijk: ‘ik plantte geluk voort en verdriet’. Of zoals in ‘Koppel’: ‘de een zegt nee de ander ja / de een ja de ander ja maar (…) mensen denken wat een gekissebis / maar zonder vinden wij onze broedplek niet terug’. Opmerkelijk is dat de dichter in ‘Niemandsland’ misschien wacht op een reactie: ‘ik ben maar een lucifer / die door jou wordt aangestreken / terwijl jij als de vuurtoren brandt / opdat het schip niet strandt’. Leenders refereert overigens vaak aan Bijbelse beelden, zoals in het begin van de bundel: ‘de gedachte / kronkelt // zij is de slang / in het paradijs’. In ‘De tuin en de dood’ spreekt hij over een ‘Hof van Eden’. En dan het knappe themagedicht ‘Het voorland’ in de bundel. Daarin speelt een herkenbaar gevoel naar verlossing een rol: ‘alleen zij kan ons verlossen // door lachend te verschijnen’. De bundel eindigt met ‘Laatste avondmaal’ en ‘Hemelvaart’. In deze gedichten maken originele beelden een einde aan deze bundel. Er is telkens iets dubbels aanwezig in de gedichten. Misschien onderstreept dit net de poëzie in deze bundel. Er is het traag dansen op soms lugubere gedachten in een voorland.

De lezer staat voor een mysterie in ‘Hemelvaart’: ‘alles krijgt uiteindelijk het juiste perspectief / plassen worden handspiegels kruinen broccoli / iedereen blijkt van hem te houden hij heeft iedereen lief / de zon wacht hem op met allesverterende hartstocht’. Allesverterende hartstocht, het biedt wellicht een nieuw perspectief op deze bundel, net als de vaak toegankelijke beelden en de sprekende beelden in een taal die voorgelezen kan worden.

____

Herman Leenders (2023). Het voorland. De Arbeiderspers, blz. 62. € 19,50. ISBN 9789029547239

     Andere berichten

Joris Iven – Onderdak

Poëzie in alles, die de werkelijkheid vat door Kamiel Choi - - In wat voor soort gedichten kun je wonen? Moeten het ondoorgrondelijke...