LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Bloemlezing Poëziesterren – Dingen die licht geven

11 okt, 2023

‘Het hoofd op tafel begon te zingen’

door Herbert Mouwen



‘Dat poëzie weinig aantrekkelijk zou zijn voor jongeren is larie en apekool. Poëzie is het genre bij uitstek waarin taal zich haar speelsheid toont in plaats van louter functioneel. Poëzie is het leven voelen zinderen met al je zintuigen. Poëzie is hartslag, ritme, muziek. In gedichten vind je woorden die licht geven’. Als je jongeren de poëzie wil binnentrekken, dan moet je het op deze manier doen. Deze eerste alinea van de inleidende tekst op de bundel Dingen die licht geven die geschreven is door Carl De Struycker (Poëziecentrum) en Dirk Terryn (CANON Cultureel), heeft een overtuigend en wervend karakter.

De dichtbundel richt zich op de scholieren/studenten van het Belgische secundair onderwijs en is samengesteld in navolging van De Gouden Poëziemedaille en de daaraan gekoppelde publieksprijs, de Poëziesterren. Nederland kent voor scholieren/studenten van het voortgezet onderwijs een vergelijkbaar initiatief met de poëziewedstrijd Doe Maar Dicht Maar van het Poëziepaleis. Ook is er vanuit dezelfde organisatie de landelijke dichtwedstrijd Kinderen & Poëzie voor leerlingen in het basisonderwijs.

Dingen die licht geven bevat de twee winnende gedichten. Voor de eerste graad secundair onderwijs – dat zijn de eerste twee jaar, leeftijd 12/13 -13/14 jaar) – is dat het gedicht Twee rozijntjes van Mark Haayema. Hij is acteur, poppenspeler en kinderboekenschrijver. Er was een voorselectie van specialisten, daarna kozen de jongeren zelf de winnaar van dit gedicht waarin lichamelijkheid en oud worden centraal staan. De toon van het gedicht is aandoenlijk, maar niet sentimenteel. De illustratie met een oudere man en vrouw in een rozijnendoosje (‘100 g e’) is sturend voor de interpretatie van de jonge lezer.

Jullie hoeven niks te zeggen,
aan een blik heb je genoeg.
Je geeft het juiste antwoord
nog voor de ander jou iets vroeg.
Ooit samen als twee druiven
lekker strak in jullie vel,
nu twee rozijntjes in een doosje
met hier en daar een lel.
Alles van elkaar gezien,
al menig storm doorstaan,
twee gewelde rozijntjes,
de liefste die er bestaan.

Voor de tweede graad secundair onderwijs – leerjaar drie en vier, leeftijd 14/15 -15/16 jaar) is een titelloos gedicht van de Antwerpse auteur en illustrator Evangeline Agape als winnaar gekozen. Ze zoekt via vergelijkingen naar de betekenis van donker en licht en ziet een overeenkomst tussen ‘Mijn hoofd en de wintermaanden’ om tot de positieve conclusie te komen dat het blijven zoeken ‘naar dingen / Die licht geven’ het geheim is.

Alsof iemand plots
Op een lichtschakelaar heeft geduwd
Zo ineens is het donker

Je weet dat het komt
En toch verbaast het je
Mijn hoofd en de wintermaanden zijn daarin hetzelfde

Ik denk dat het geheim is
Blijven zoeken naar dingen
Die licht geven.

De 35 gedichten die deze bundel bevat, zijn wat vorm en inhoud betreft geheel verschillend van aard. Naar de jonge lezers toe zijn ze uitdagend en uitnodigend: het zal hen weinig moeite kosten om na het lezen van deze bundel hun voorkeuren uit te spreken of een lijstje met mooiste gedichten samen te stellen. Nog belangrijker is dat ze hierna verder gaan met het lezen van poëzie en dat ze voor zichzelf een bundel samenstellen met hun favorieten: hun eigen verzameld werk. Wellicht zullen de jongeren ook zelf gedichten willen schrijven: ze zullen de pen ter hand nemen of met behulp van een groot of klein toetsenbord hun schrijfsels vastleggen. Het lijkt me duidelijk dat als het gaat om stimulering of begeleiding van dit prille schrijfproces er een belangrijk taak is weggelegd voor de leerkrachten/docenten in het onderwijs. Spoken word of het voordragen van poëzie voor een luisterend en kijkend publiek verdient zeker aandacht en kan aantrekkelijk zijn voor jongeren. Een organisatie als Plint die poëzieposters uitgeeft, waar sommige scholen vol mee hangen, heeft ruimschoots haar waarde bewezen.

De samenstellers geven in de inleiding van de bundel aan dat er weinig young adult poëzie geschreven wordt. Daarom is de selectie jeugdpoëzie aangevuld ‘met gedichten voor volwassenen die ook jongeren kunnen aanspreken’. In Dingen die licht geven komen we o.a. de namen tegen van Maria Barnas, Eva Gerlach, Ingmar Heytze en Mustafa Stitou. Mooi is het titelloze gedicht van H.C. ten Berge uit de bundel Een kinderoog. De vroege jeugd van Xander Specht (2022). Het is een bundel over zijn vroege kinderjaren. De honger in de Tweede Wereldoorlog komt dichtbij in de vorm van een emotieloze, afgemeten dagboekregistratie met een wrang slot, maar de angst en het onderliggende leed zijn voelbaar: ‘Moeder met een hoofddoek / op de fiets naar boeren in de polder./ Ruilde kleding, lapjes stof // voor tarwe, bonen, raap / of rode biet. / Keerde uitgeput en laat // die dag terug, werd op de rijksweg / dicht bij huis door een gelaarsde mof / van fiets en voedselschat beroofd. // Kwam huilend en ontredderd thuis. / De angst sloeg toe, kroop / dicht onder de huid. // Wij likten lege borden af / en gingen vroeg naar bed.’

De dichtbundel is fraai uitgegeven en kleurrijk geïllustreerd door Leonard Coole. De prijs is laag te noemen. Dingen die licht geven is een bundel om voortdurend in te lezen en om gedichten met elkaar te vergelijken en telkens opnieuw nieuwe dingen in te ontdekken, ‘waar je blijboosbang van wordt’, want ‘niks is fout / en rijmen niet verplicht’ en ‘een gedicht / is vakantie van taal’, aldus Annemarie van de Brink, die o.a. bekend is geworden met haar oorlogsdagboek Oorlog in inkt, dat in 2021 met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury bekroond werd.

Soms maakt de vorm en de inhoud van een specifiek gedicht het schrijven van een recensie wellicht overbodig of in ieder geval minder belangrijk. Ingmar Heytze is een dichter die de juiste toon weet te vinden in het gedicht ‘Ik heb het tegen jou’. Het is een gedicht dat het wezen van de poëzie, ook in de poëzie voor jongeren, weet te treffen. Vooral de tweede strofe is raak en leerzaam.

Ik leef in een wereld vol zaken
die confetti maken van mijn aandacht:
kliko’s, kinderen, kleurstalen.
Alles los ik op, de godganse dag
los ik op zoals regen zich vermengt
met alle dingen waar ze op en in valt,
zo vermoeiend dat ze valt en valt
en vallen blijft.

Poëzie werkt anders. Het gaat erom,
denk ik steeds vaker, dat iets buiten ons
het woord krijgt, dat wij – ik heb het tegen jou –
twee kamers zijn waar taal praat met zichzelf.
Elk woord dat ik er verder over schrijf
is al te veel, te lullig. Iemand die maakte
dat hij wegkwam, dat is poëzie.

Het hoofd op tafel begon te zingen.
Zo had ik dit gedicht willen beginnen.

____

Dingen die licht geven, samengebracht door Poëziecentrum i.s.m. CANON Cultuurcel. PoëzieCentrum 60 blz. € 15,00. ISBN 9789056552312

     Andere berichten

Karel Wasch – Tegelijkertijd

Karel Wasch – Tegelijkertijd

Sentiment door Jan van Gulik - - Karel Wasch (1951) neemt ons in Tegelijkertijd mee op een reis ‘vol verwondering, melancholie, weemoed en...