LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Robbert-Jan Henkes – Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!…

17 nov, 2023

De taal als werkplaats van finesse en losbandigheid

door Kamiel Choi




Kindergedichten vertalen kan verslavend zijn, en dat merk je goed in het nieuwe boekje van Robbert-Jan Henkes, een uitgroei van zijn grote boek met Russische kinderpoëzie Bij mij op de maan. Het boekje Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!… is geen dichtbundel, maar neemt de lezer bij de hand langs een veertigtal Russische kindergedichtjes die in de loop der tijd vertaald zijn in het Frans, Engels, Duits en Nederlands. Henkes citeert veelvuldig de vertalingen van zijn voorgangers en is met kritiek niet mals. Dit zorgt soms voor hilariteit, maar leidt op andere plekken af van de taalkundige boodschap.

We hebben dit uitgebreide vertaalverslag waarschijnlijk te danken aan het feit dat veel van de gedichten van de Russische Meester Daniil Charms afkomstig zijn, de absurdistische dichter die in 1942 de hongerdood stierf in Sint Petersburg. De literaire wereld is het erover eens dat Daniil Charms een onnavolgbare stijl heeft, maar wat houdt ‘charmsiaans’ precies in?

Daniil Charms staat bekend als een absurdistische dichter, die bijvoorbeeld een gedicht schreef over een man met rood haar die uiteindelijk helemaal niet bleek te bestaan. Zijn volwassen kortverhalen wisselen scènes van armoede af met bizarre taferelen, waarbij ook bekende Russische schrijvers zoals Poesjkin, Gogol en Tolstoj worden opgevoerd. Charms’ manuscripten werden bewaard en na zijn dood uitgegeven en in vele talen vertaald. Toen in de jaren 1930 het Stalinistische regime steeds restictiever werd, zocht Charms zijn toevlucht in kinderliteratuur. Hij vertaalde Wilhelm Busch’ Max en Moritz en publiceerde in verschillende tijdschriften tot hij in 1941 gearresteerd werd voor het verspreiden van een ‘lasterlijke en defaitistische stemming’.

Henkes spreekt gewichtig (of tongue-in-cheek) van het Charms Research Project (CRP) om vast te stellen of een gedicht van Charms’ hand is, en koppelt dit aan een Cursus Charmsiaans vertalen (CCV). Hij wil de lezer in staat stellen om zelf gedichten in de stijl van Daniil Charms, en zelfs gedichten die stilistisch in gebreke blijven, over te zetten naar verzen in ‘simpel, grappig, onverwacht, goedlopend Nederlands’ (blz. 14) die onvervalst Charmsiaans klinken.

Dit is een ongewone (en dus dappere) publicatie, maar bij weinig vertalingen heb ik het gevoel dat ze staan als een huis. Op bladzijde 40 staat als vertaling van ‘de vooruitziende hond’ bij een prent van een hond die op een houtstapel klimt om bij een vensterbank te komen waar een pan kip op staat, dit vers van Liesbeth Elseviers:

Ik pik die kip, als ik niet val.
Als ik niet val, pik ik hem snel.
Ik pik die kip, ik pak hem al,
Als ik niet val. Ik wist het wel.

Dit kun je lekker meezingen. Ook Henkes’ vertaling houdt zich staande: ‘Nu moet ik het niet verknallen… / Ik wist het wel, dat ik zou vallen!’

Een ander leuk gedichtje is ‘De prettige reis’, bij een prent van een egel met een knapzak aan een stok over de schouder, die haar vermoeide kind aan de andere kant van de stok balanceert. Er was een oudere Engelse vertaling die de prenten netjes uitlegde. Henkes was daarvan niet gecharmeerd:

‘Laat die kleintjes godnondeju eindelijk eens een keer de klere krijgen en hun kop houwen en luisteren en maak er gewoon voor je eigen plezier iets leuks van. Maak iets wat je eigen talige goedkeuring kan wegdragen en zet ze geen doorgekookte meelspijs voor als je dat elf ook niet zou eten. Dus niet gaan educeren en zéker niet lief willen zijn. En al helemaal niet speels of leuk.’ (blz. 99).

Zelf maakt hij ervan:

Ferm gaan de schreden
– Mijn voetjes zijn stuk!
Mama tevreden,
Gelukkig de uk.

Dit loopt en rijmt lekker. Als we het woord uk nog niet hadden, zouden we het hiervoor moeten uitvinden.

Helaas kom ik dit niveau niet vaak tegen in de bundel. In totaal bespreekt Henkes veertje versjes en probeert hij tot een Charmsiaanse vertaling te komen omdat het Nederlandse taalgebied wel wat niet-moraliserende kinderversjes kan gebruiken. Soms slaagt hij daarin, zoals in het titelgedicht dat is afgedrukt op de kaft: ‘Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes’ bij een prent van een viertal kuikentjes die door een kachelpijp wandelen, waarna hun moeder hen niet meer herkent. Het verhaaltje wordt niet uitgelegd, zoals in sommige eerdere Duitse vertalingen, en loopt metrisch goed. Maar er zijn ook vertalingen waar ik het lekker mee oneens ben, zoals ‘de ondersteboven bokken’: ‘Twee bokken op de brug / stoten stomp-stomp-stomp. / Twee bokken van de brug / vallen in de plomp.’ Het resultaat loopt niet zo lekker als het Russisch:

на мосту два козла
Стукнулись рогами
и упали два козла
в речку вверх ногами

Maar dat is juist het leuke. Het boekje is heel informeel in het beschrijven van de motivatie voor de vertalingen en als lezer begin je vanzelf mee te denken. Het voelt alsof je in een gezellig café met de vertaler aan het keuvelen bent. Je vraagt je soms af waarom dat in zo’n prachtig vormgegeven boekje moet worden afgedrukt, maar je wil heel graag verder lezen. Het gaat erover dat de versjes niet uitleggerig mogen zijn, geen moeilijke woorden mogen bevatten, dat het rijm op belangrijke woorden moet liggen, dat het metrisch geen rommeltje moet zijn en dat het nooit uitroeptekens mag bevatten. Henkes legt in zijn op de Russische schrijver Tsjoekosvki gebaseerde geboden uit dat je niet schijterig moet zijn en dat de versjes een reactie van de kinderen moeten uitlokken. Durf, daar gaat het om.

Helaas houdt de vertaler zich daar niet altijd zelf aan. Ik kom veel rammelend metrum tegen, en rijmwoorden die er niet echt toe doen. Maar uiteindelijk is het oordeel aan de kinderen, die hebben met hun onvooringenomenheid een beter oordeelsvermogen voor dit genre.

Misschien is ons taalgebied, zoals de auteur in zijn conclusie schrijft, inderdaad 14 gedichten die bijna zeker van de hand van het grote genie Daniil Charms zijn, rijker? En wanneer we allemaal de kneepjes van het Charmsiaans vertalen onder de knie krijgen, kan dit genre flink worden uitgebreid en de stichtelijke domineespoëzie uit de opvoedkunde vervangen door de heerlijke absurdistische levenskijk van de vroege Sovjettijd.

Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!… is een vrolijk boekje, soms op het ballorige af, dat soms overtuigend inzicht geeft in de werkwijze van een poëtische vertaler. Van de Charmsiaanse vertalingen ben ik niet altijd gecharmeerd, maar de manier waar op ze zijn gepresenteerd geven je heel veel zin om zelf ook aan de slag te gaan.
____

Robbert-Jan Henkes (2023). Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!…M10boeken, 176 blz. € 25,00.ISBN 9789493332027

     Andere berichten

Joris Iven – Onderdak

Poëzie in alles, die de werkelijkheid vat door Kamiel Choi - - In wat voor soort gedichten kun je wonen? Moeten het ondoorgrondelijke...