LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Martijn den Ouden – Visioenen

13 dec, 2023

‘Dit is geen gedicht / dit is een hersenstorm’

door Æde de Jong




Visioenen is de vijfde dichtbundel van Martijn den Ouden (1983). Den Ouden is dichter, beeldend kunstenaar en predikantszoon. Zijn eerdere werk werd door critici en jury’s van poëzieprijzen goed ontvangen. Den Ouden werd voor Een kogelvrije zomer (2017) genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs en Melktanden (2010) werd door de Stichting Poëzieclub betiteld als ‘het boeiendste debuut van het jaar’. De verwachtingen van deze vijfde bundel zijn dus hooggespannen.

De lezer kan de bundel het beste in één zitting lezen, de hele trip in één keer ondergaan. Hoe cliché het ook klinkt: bij het lezen wordt men door een stroom beelden overvallen en meegevoerd. Het is moeilijk om die reis stukje bij beetje af te leggen. Daar leent deze poëzie zich slecht voor. Wie uitstapt, is de draad kwijt. Wie dat niet doet ook, trouwens. Toch dient de gifbeker in één keer leeggedronken te worden.

In de bundel zijn afwisselend de ik, zijn vriend Jimi (in de figuur van de overleden gitarist Jimi Hendrix), een koor – zoals de reien in toneelstukken – en ‘het gedicht / de vrouw / de god’ aan het woord. De bundel is dan ook een tamelijk ongestructureerde meltingpot van indrukken, wat natuurlijk bij het genre visioenen hoort. Het is daarom misschien goed om het onderscheid tussen visioenen en hallucinaties scherp te hebben. Visioenen hebben een voorspellende component en zijn religieus van aard. Net als hallucinaties zijn deze voor anderen niet zintuiglijk waarneembaar, maar voor degene die hallucineert/midden in een visioen zit zijn ze de werkelijkheid (op dat moment). Visioenen zijn meestal voorbehouden aan profeten, hallucinaties kunnen iedereen gewenst of ongewenst overkomen.

Het onderscheid tussen visioenen en hallucinaties wordt in de bundel niet zo scherp gemaakt. Jimi krijgt visioenen, dat wordt duidelijk benoemd: ‘(…) wanneer Jimi een visioen krijgt / begint zijn neus te bloeden’ en ‘god probeert mij stellig / als spreekbuis te gebruiken’ (al is het niet duidelijk dat Jimi dat zegt, maar hij werd eerder al ‘spreekbuis’ genoemd). Jimi transformeert ‘bij heldere hemel’ van een gitarist in ‘de spreekbuis van god’ (een legitiem visioen dus, geen hallucinatie). De ik, die hier nog niet ‘de dichter’ heet – misschien zijn de ik en ‘de dichter’ niet eens dezelfde sprekende instantie … – vertelt hoe zo’n visioen in zijn werk gaat:

nou luister

een onzichtbare kracht
smeet Jimi van zijn kruk
joeg hem bokkend en stotend
over de keukenvloer
door de hal
en smakte hem tegen de voordeur
waar zijn gitaar versplinterde

ja die mooie Fender Strat uit ‘59

via het plafond kaatste Jimi terug
naar de keuken

daar werd hij met zijn tere lijf
KNALHARD
op de keukentafel gesmeten

waardoor het tafelblad scheurde
en de poten een stuk uit elkaar gingen staan

(…)
de neus van Jimi bloedde
nog heviger

als een fontein klaterde het
op de grond
en toen begon hij te praten

Het lijkt wel een scène uit The Exorcist. De (daadwerkelijke) visionaire tekst die Jimi uitspreekt, is een citaat uit Ezechiël 24: ‘alzo zegt de Heere HEERE: / wee der bloedstad! / ik zal ook den brandstapel groot maken!’

Maar Jimi heeft ook psychische problemen: ‘Jimi is veel te emotioneel / en hij wordt als psychotisch bestempeld’. Iemand – wie is niet duidelijk – zegt dan ook: ‘mijn zuivere bedoeling is / de keel te zalven met wijn // niet om de profeet uit te hangen.’

De stijl en de interpunctie dragen aan deze ondoordringbare beeldenbrij bij. Van Ouden gebruikt geen hoofdletters en geen punten. De enige aanwijzing dat we met meerdere gedichten te maken hebben, is dat de poëzie soms halverwege de bladzijde stopt en op de volgende pagina weer verdergaat. Thematisch zijn de eenheden niet genoeg afgebakend om van – enigszins – losse onderdelen te kunnen spreken. Daarvoor is het ook te onduidelijk wat er gebeurt. Althans, de lezer kan goed volgen wat er gebeurt, maar de rode draad is ver te zoeken. Die is er niet of nauwelijks, want de dichter en Jimi doen ook maar verslag van wat ze ‘binnenkrijgen’, van wie dat dan ook mag zijn. Na de lectuur weet je niet zo goed wat je gelezen hebt. Je blijft met een losjes aan elkaar geplakte reeks indrukken achter, alsof je net een experimentele Italiaanse film uit de jaren 60 hebt gezien. De puzzelstukjes passen niet aan elkaar. Wie na het lezen van bovenstaande duiding in de war is, zal tijdens de lectuur van Visioenen weinig meer houvast vinden. De sprekers in de bundel weten het zelf ook niet meer: ‘een gedicht / is dit allerminst’, luidt het, maar enkele regels later heet het: ‘dit gedicht / deze vrouw / de god’.

De galg en de strop

Soms is de poëzie wat jolig, en dit is eerder flauw dan ludiek. Van Ouden is op zijn best wanneer de poëzie morbide wordt, wanneer hij de lezer bloederige visioenen en dood en verderf voorschotelt:

ik moet
mijn blik afwenden nu

de galg
de strop

doemen op
in deze
onfrisse waan

Ene Thierry ‘is – sorry dat ik het zeg – niet goed bij zijn hoofd’, voegt ‘het gedicht / de vrouw / de god’ (dat is ook een sprekende instantie) eraan toe. Dit veel te makkelijke verwijt – ongeacht of er een kern van waarheid in zit – durfde Van Ouden blijkbaar niet door ‘de dichter’ (ook een sprekende instantie ) te laten uitspreken. Het staat een dichter vrij om zijn poëzie als platform voor polemiek of engagement aan te wenden en dat gebeurt ook veel in moderne poëzie. Maar het is maar de vraag of poëzie zich daar goed voor leent. Zo’n kunstgreep maakt een gedicht kortstondig ‘actueel’, en daarna voor de eeuwigheid gedateerd, in het beste geval een informatieve weerspiegeling van de tijdgeest. En dat is zonde, want goede poëzie is tijdloos.

____

Martijn den Ouden (2023). Visioenen. Querido, 120 blz. € 20,00. ISBN 9789021482965

     Andere berichten

Kira Wuck – Koeiendagen

Kira Wuck – Koeiendagen

Luchtige melancholie door Onno-Sven Tromp - - Als ik de titel lees van de nieuwste bundel van Kira Wuck, krijg ik meteen een goed humeur....