LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Wie zit er achter het podium (3)?

14 dec, 2023
door Monique Wilmer-Leegwater

Pieter heeft niet alleen het organisatietalent, maar ook het geduld en het plezier dat nodig is om deze aangename bende steeds maar weer een podium te geven. Dankzij hem komen we tot ons recht in zalen, bundels en mooie projecten en vinden we bovendien een breed publiek. Hij is daarmee van grote waarde voor de Nederlandse poëzie.’

Yanaika Zomer, stadsdichter van Den Helder

 

Pieter, we openen dit interview met enkele mooie woorden voor jou van de stadsdichter van Den Helder, Yanaika Zomer. Je bent erg actief in het organiseren van diverse poëziepodia en evenementen. Op je website zeg je daar zelf over: ‘ik zet de poëzie op het podium van je bestaan’. Kun je aangeven waar je zoal mee bezig bent/was de afgelopen tijd? Wat drijft jou om de poëzie en de dichters zo in het licht te zetten?
Ik vind dat poëzie een steuntje in de rug verdient. En ik hou van poëzie. Dus dan is het niet moeilijk. Ik was de initiator van het Stadsdichtersgala, dat zijn vierde editie beleefde. Geboren uit de gedachte dat Nederland veel stads- en dorpsdichters kent die een landelijk podium verdienen. En het sloeg aan. Ik ontdekte daarnaast dat Amsterdam een nieuw poetry-slam podium verdiende. Natuurlijk, Festina Lente is bekend, maar een metropool kan er best een wat grotere slam bij gebruiken – vandaar vorig jaar de toevoeging met de nieuwe loot aan het slam-firmament; Poetry Slam Vrijburcht. Dit jaar werd de winnaar van onze Poetry Slam Vrijburcht de winnaar van het NK: dus over een mooie line-up gesproken – we waren trots! Bij het organiseren van de Writers in Residence in het Muiderslot ging het weer over het bieden van en mooie inspirerende werkplek. En de poëzie-wedstrijd met Ajax deed weer vele supportersharten kloppen en naar de pen grijpen. Mijn drive is steeds: een podium aan dichters geven – en ik zie dat die daar elke keer weer blij mee zijn. Je merkt dat bijvoorbeeld de winnaar van het Gala van vorig jaar, Yanaika Zomer, er een enorme carrière-slinger door heeft gekregen. En dan wint Nicole Kaandorp namens onze slam ook nog het NK Poetry Slam. Dan zijn we wel blij.

Wanneer begon je met het organiseren van poëziebijeenkomsten? Moet je er een goed netwerk voor hebben of gewoon veel doorzettingsvermogen en lef?
Dat is vanaf het Stadsdichtergala. In mijn tijd als Stadsdichter van Gouda ben ik begonnen met het organiseren van poëzie-evenementen waar ik veel weerklank voor vond: de verkiezing van een Junior Stadsdichter, de dichters van dienst bij eenzame uitvaarten, en dan ook nog het Gala. Sindsdien heb ik het nooit meer losgelaten. Vooral omdat de dichters zelf het waanzinnig leuk vinden om elkaar weer te treffen. Ze willen elkaar weer zien. Nou, dan organiseer ik toch weer wat? Dat vereist wel wat doorzettingsvermogen maar bij een goed idee gaat het altijd vanzelf rollen.

Dat regelen en organiseren kost best veel tijd lijkt me, hoe combineer je dat met andere dagelijkse bezigheden, je baan bijvoorbeeld? Krijg je ook hulp van anderen?
Het is avond- en weekendwerk. Maar ik doe het nooit alleen. Bij het Stadsdichtersgala trekken dichters Jeffrey van Geenen, Chris Bellekom en Kim van Egmond mee aan de kar, en Poetry Slam Vrijburcht doe ik samen met slammer Sander Ausems. Je hebt ook inhoudelijk goede mensen nodig. Sander boort een geweldig netwerk aan van slammers. Wietse Hummel kent veel oud-stadsdichters en Yvette Neuschwanger uit Schiedam brengt alle dichters in kaart. En op andere momenten zoek ik gelegenheids-samenwerkingen met uitgeverij Gopher (Ajax) en uitgeverij Palmslag (Stadsdichtersgala) of met radio-presentator Margriet Vroomans (’t Liefste Kind). Ik regel graag. En dan is het fijn als er toppers zijn die inhoudelijk een bijdrage regelen. Dus al zet ik zelf iets op: het kan nooit zonder ondersteuning.

Wat onderscheidt jouw podium/podia van dat van een ander?
Bij elk evenement hoor ik weer: wat een warme ontvangst. Wat een liefde. Zowel bij Poetry Slam Vrijburcht als bij het Stadsdichtersgala is dat een van de redenen van het succes en het geluk. We zorgen ervoor dat de dichters welkom zijn, dat het podium de pers-aandacht krijgt die het verdient, dat dichters in de schijnwerpers komen, en dat ze daarna gemotiveerd weer verder kunnen bouwen aan hun eigen optredens. Na het gala doe ik er veel aan om de winnaars te helpen ook in de pers te komen: in de regio pers, bij de radio en de omroepen: ze verdienen het en ik geef graag een zetje. En ik vind dat er altijd een bundel bij hoort. We moeten alles vastleggen. Dus dan geeft bijvoorbeeld Uitgeverij Palmslag weer een festival-bundel uit.

Hoe kom je aan inkomsten voor je podia of red je het zonder financiële middelen?
Nee – je hebt financiën nodig. Dat is deels op basis van entree heffen, en deels sponsoring door bijvoorbeeld de gemeente Gouda, de gemeente Amsterdam of de Rabobank of een faire beloning door het Muiderslot aan de dichters. Het is nog wel erg sappelen. Vandaar dat we volgend jaar meer subsidie aanvragen. En bij ons betaalt het publiek toegang. Hoe kun je anders prijzengeld regelen, en een goede zaal huren waar slammers ervaring kunnen opdoen?

Wat is voor jou een goede Spoken Word artiest, waar let jij op? Wat is belangrijker, de tekst of de voordracht?
Het een kan niet zonder het ander. Een tekst die niet zo briljant is, kan met een overtuigende voordracht toch een geweldig effect hebben. En een geweldige tekst kan ook veel indruk maken, ook al is de voordracht mummelend en kwetsbaar. Maar ja – ik zou nooit gokken op een van de twee. Een geweldige tekst die indrukwekkend wordt voorgedragen: dat is natuurlijk een dikke plus. Ik merkte dat op het afgelopen gala: een van mijn favorieten kwam niet uit de verf. Op zijn YouTube filmpjes is de voordracht snijdend, cynisch, humorvol. Maar op het gala weifelend, niet zeker – waarschijnlijk een slechte dag. Jammer!

Wat zijn je toekomstplannen?
We willen het gala naar landelijk niveau trekken. Dus we gaan in gesprek met Leiden over de organisatie volgend jaar. De winnaar, Zoë van de Kerkhof, neemt daarmee het gala mee terug naar huis. Net als het songfestival: de stad van de winnaar krijgt de organisatie binnen. Daarnaast bereid ik me al voor om Poëzie in Carré te kunnen organiseren in 2026: zestig jaar na de eerste editie in 1966. Ik heb daarnaast nog een project rondom het straatnamen-gedicht van K. Schippers, en ik heb een samenwerking met Artis als concept klaarstaan. Ik hoop vooral dat andere organisatoren van poëzie evenementen met mij de handen ineen willen slaan. Wat de Amai doet: briljant. Moeten we maar eens mee praten. Ik wil harder, sneller, groter. Laat mij als poëzie-pooier maar de Jan Smeets van de poëzie worden. Kansen en plekken creëren. Mooi genoeg.

Welk gedicht wil je met ons delen?

Er zaten nagels in

Ik schaf het antwoord af
Je dansen, handen, bruine laarzen
van de markt, het zacht toiletpapier,
je wijn die ruikt naar mest en je manieren hier.

Er zat een vleug van seks in het bouquet dus
ging het boven los. Ik bad je van ‘t behang te blijven.
Maar ‘t was vergeefs. Er zaten nagels in.

Ik vroeg je naar verkering.
Jij zei: ‘Het is al uit.’

© Pieter Stroop van Renen

 

     Andere berichten

Interview Gerard Scharn

‘Helaas is het zo dat poëzie alleen gelezen wordt door poëzieliefhebbers.’ - door Alja Spaan - Gerard Scharn (Gemert, 12 oktober 1946) is...

Interview Rozalie Hirs

Interview Rozalie Hirs

'De lezer is ook maker' door Cora de Vos       Componist en dichter Rozalie Hirs (Gouda 1965) ontving op 21 januari van dit...