LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Klassieker 277 : Runa Svetlikova – Een spiegel ziet zichzelf niet

20 jan, 2024
door Joost Dancet

Meander Klassieker 277

Joost Dancet bespreekt ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’, een gedicht van de Vlaamse dichter Runa Svetlikova (°1982) over spiegels, lekkere drankjes, gebroken glazen … en jezelf kwijtraken.


Een spiegel ziet zichzelf niet



Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is

weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos

maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en

de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten

misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.




Runa Svetlikova (°1982)
uit: Drieëntwintig tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden. En een postscriptum.
uitgever: Uitgeverij Marmer, 2018.

Analyse

Het gedicht ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’ staat zowat halverwege de tweede bundel van Runa Svetlikova Drieëntwintig tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden. En een postscriptum (2018). De grappige paradox van deze aforistische titel intrigeert de lezer. Ook en misschien nog meer de lezer die in deze bundel titels van gedichten achter de rug heeft die (min of meer) klinken als echte tips: ‘Kijk alles in de bek’, ‘Vergeet niet dat je een deur hebt’ en ‘Er zijn altijd redenen om te blijven / gaan’. Een spiegel spiegelt wie erin kijkt een werkelijkheid voor, maar inderdaad een spiegel ziet zichzelf niet. Het is meteen ook een personificatie: de spiegel wordt voorgesteld als een kijkende persoon. Is dit een tip om je demonen aan de lijn te houden: de wijsheid dat je als mens jezelf niet kent?

Het korte gedicht dat volgt, bestaat uit 5 tweeregelige strofes. De verzen ogen even lang, maar er is geen (regelmatig) metrum en al zeker geen eindrijm. De poëtische krachttoer van dit gedicht is – lijkt mij – dat één metafoor over het hele gedicht uitgesmeerd wordt. Als je jezelf ziet als een drank die je voortdurend in het glas van een ander schenkt, als je jezelf op die manier wegcijfert, dan valt zo’n glas vroeg of laat om – door je eigen schuld dan nog! En is het onmogelijk om de brokstukken te lijmen en jezelf terug te vinden.

Er komt dus geen spiegel voor in het gedicht. De metafoor van het glas verwijst dan wel letterlijk naar de spiegel omdat ze beide gemaakt zijn van glas, de figuurlijke overeenkomst moet je als lezer zelf zien te vinden. Een leuke vondst van de dichter. Hoe ik het zie: je kunt in de relatie met een andere zijn als een spiegel – altijd ten dienste van de ander, jezelf wegschenken dus. Maar dat gaat ten koste van jezelf. Een spiegel ziet zichzelf niet: een spiegel kent zichzelf bijgevolg niet. Op die manier raak je je identiteit kwijt. Of zie jij als lezer een andere verrassende overeenkomst?

Opvallend in dit gedicht – en alle gedichten in de bundel – is het gebruik van de je-vorm. Het lyrisch ik spreekt hier niet tegen en over de mens in het algemeen (en dus ook niet tegen en over de lezer), noch tegen een andere persoon waarmee de ik een intieme relatie heeft. De goede raad van het dichterlijk ik is voor zichzelf bedoeld. Mag ik schrijven haarzelf? Van de dichter mag het blijkbaar wel. Op haar website gebruikt Runa Svetlikova hetzelfde persoonlijk voornaamwoord om over de ontstaansgeschiedenis van deze bundel te schrijven.

“Je publiceert dan eindelijk dat debuut en denkt héh héh. Nu heb ik mijn leven echt op de rails. Ik ben er.
En dan ontploft je relatie en navigeer je plots het mijnenveld van het co-ouderschap, werkt in een sapjesfabriek om aan een inkomen te komen, ga je neer met zware rugklachten, blijkt er ongemerkt een nieuw lief naast je te lopen, blijkt het toch verbazingwekkend donker in je hoofd, win je een heleboel prijzen, staat op mooie podia, kan je absoluut geen woord meer uit je pen krijgen, word je gevraagd om schrijfles te geven, geniet daar immens van, krijgt huidkanker, bent gelukkig met je lief en ongelukkig met je lijf, krijgt handenvol liefde van alle kanten en voelt je toch eenzaam, en schrijft uiteindelijk uit pure miserie dit boek, een rauwe, ongecensureerde neerslag van het soort periode die iedereen wel eens meemaakt. Vliegen in de lucht en neerkomen in de kak zeg maar, en je afvragen of je ooit nog wel opstijgt. (…)”

De dichter laat in haar gedichten dus een lyrisch ik – haar alter ego – zichzelf goede raad en tips geven. In ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’ doet de ik dat op een schampere toon – ergens tussen ironie en sarcasme in – met overdrijvingen, zowel in positieve zin: ‘even ben je alles’ – ‘weet je precies’ – ‘schitter je moeiteloos’, als in negatieve zin: ‘voor je jezelf / met brede gebaren omstoot’ – ‘het klamme donker in’ … Zo over je eigen demonen spreken kan/moet deugd doen!

Mag ik het gedicht nu wat trager herlezen? De dichter speelt immers vers na vers een prachtig poëtisch spel met haar lezer.

Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is

Het eerste vers is al even raadselachtig als de titel – oplossen dat doe je als mens niet, dat moeten we dus niet letterlijk opnemen, maar hoe dan wel? De rest van het vers schept geen helderheid, ook als na het enjambement de zin compleet is, met het woord ‘schenken’, is het nog niet helemaal helder. Schenken en oplossen hebben beide wel te maken met vloeistoffen, maar hebben ook nog wel andere betekenissen. Even kijken op woorden.org:

“Oplossen
1) het antwoord bedenken voor een probleem – ‘een kruiswoordraadsel oplossen’
2) (een stof) door een vloeistof laten opnemen – ‘Los eerst de suiker op in de melk.’
3) (van een stof) zich vermengen in vloeistof – ‘Zout lost gemakkelijk op in water.’

Schenken
1) geven – ‘iemand aandacht schenken’, ‘Ze schonk haar hele vermogen aan de kerk.’
2) (een drank) in een glas of kopje gieten – ‘Er wordt hier helemaal geen alcohol geschonken.’”

In het tweede deel van de tweede versregel krijgen we een direct gevolg van wat er gebeurt als je jezelf toch ‘laat schenken’: heel even beteken je alles voor de andere mensen, die ‘gulzig’ zijn.

weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos

Je weet feilloos de vinger op de wond te leggen – mooi dat die figuurlijke uitdrukking er niet helemaal staat! Het enjambement aan het einde van deze regel laat de lezer ook weer tevergeefs raden naar wat er nu zal komen – ‘een schijfje / stilte’. De stiltes die je in gesprekken met anderen bewust laat vallen, vergelijkt de dichter met een schijfje citroen of sinaasappel in een glas. Omdat je jezelf als een drankje wegschenkt en oplost in het glas van die andere, ben je even de ster, je schittert moeiteloos in de gesprekken.

maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en

Maar nu komen de negatieve gevolgen van dit wegcijferen van jezelf aan bod. De lezer moet eerst nog over een nieuw enjambement om te begrijpen dat je voor je het weet jezelf ten gronde richt – je stoot zelfs zelf het glas van die ander om (waarin je zo moeiteloos schitterde). En dan is de lezer weer klaar voor een volgend enjambement:

de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten

Nu blijkt hoe rampzalig het allemaal voor je wordt als je jezelf wegcijfert: het glas is in scherven (‘kapot’), de drank is verspild en druppelt van de tafel op de grond – de woorden ‘kieren’, ‘druipt’, ‘klam’ en ‘donker’ zorgen voor een wel bijzonder negatieve bijsmaak. En nu blijken er ook nog wel meer mensen aanwezig of toch hun ‘schuifelende voeten’, maar wat hebben die ermee te maken?

misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.

De hele scène die de dichter als metafoor oproept, speelt zich blijkbaar af in een café of bar, en nu pas blijkt de aangesprokene een vrouw die na dit faliekant afgelopen gesprek afdruipt en wel haar ‘handtas’ terugvindt, maar nooit meer zichzelf – haar ‘eigen vorm’.

De vermenging van figuurlijk en letterlijk taalgebruik in de laatste strofe is (wrang) grappig, een procedé dat de dichter ook in de titel van de bundel gebruikt. Dat je wel je handtas kunt vinden, maar niet jezelf, is de laatste spottende, sarcastische opmerking van de spreker. En zoals ik hierboven schreef is die spreker een ik (de dichter zelf) die aan zichzelf (een vrouw die zich altijd opnieuw wegschenkt en wegcijfert) tips geeft. Zelfspot als therapie om je demonen in bedwang te houden, dus.

Jaja, Runa Svetlikova weet een heerlijke, dichterlijke cocktail te brouwen van haar eigen demonen!

Joost Dancet
Dankjewel Marianne, Koen en Katrien voor het kritisch lezen en herlezen.

Extra
In de ‘Aantekeningen’ achteraan in de bundel staat er ook een foto als bewijsmateriaal bij dit interessant biografisch weetje:

“Toen ik bezig was aan deze bundel werd me voor een interview gevraagd in mijn oud werk te graven. Tot mijn verbazing vond ik de volgende haastig bij elkaar gekrabbelde regeltjes:
Als water pas ik mij aan / aan de vorm van het glas / waarin ik mij bevindt (sic).
Gezien de archeologische laag waar ik het uit opgroef, moet ik ergens tussen de dertien en zestien jaar geweest zijn. Dat betekent dat ik het oerbeeld van ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’ al een jaar of twintig over alle hobbels, door alle hoepels heen met me meedroeg.”

 

Woord & stem: Runa Svetlikova
Muziek en film: Mark Neys
Meander Klassiekers

In deze rubriek bespreken we elke maand een bijzonder gedicht, dat de tand des tijds heeft doorstaan. Of zal doorstaan. Sinds 2000 zijn in deze reeks ruim 200 analyses verschenen. Klik hier voor recente klassiekers, en hier voor een overzicht van de klassiekers vanaf 2000 – heden.

Reageren op deze bespreking?

Neem contact op met de redactie: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Zelf een bijdrage leveren?

Mocht u zelf ideeën hebben voor een bespreking, neem dan tijdig contact met ons op: Xklassiekers@meandermagazine.nlX (verwijder de hoofdletters X uit dit adres)

Joost Dancet, redacteur Meander Klassiekers

     Andere berichten