LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Jacobus Bos

30 mrt, 2024

Jacobus Bos debuteerde in 1969 met een verhalenbundel en ontving in 1974 de Anna Blamanprijs voor De dagelijkse geest. Zijn poëziedebuut Mijn blauwe evenbeeld uit 1987 werd genomineerd voor de eerste C. Buddingh’-prijs. Sinds Wie vliegt die vliegt (2002) publiceert hij zijn poëzie bij Wereldbibliotheek.

 

Soms

Soms denkt hij dat hij zeewier is.
Leeft en zweeft in de golfslag van de zee
waar licht van de zon hem weet te vinden
in een windvlaag die van water is.

Soms staat hij doodstil op een plein
waar een mensenzee probeert hem mee
te sleuren maar blijft onwrikbaar staan.

Soms ligt hij op een bodem van mos
in de ruisende schemer van bomen
die een gesloten hemel voor hem zijn
die hij met zijn ogen dicht kan zien.

Soms houdt hij zijn adem zo lang in
dat het zwart en stil wordt om hem heen
en komt dan langzaam weer tot leven.
Nachtmuziek

Een zwaardvis viel uit een boom
en zocht hevig flapperend vergeefs
de weg terug naar zee terwijl de zon
zich een weg uit het noodweer vocht.

Elders dobbert een piano op het water.
Glanzend als een plak zwart ijs waar
de golfslag even Mozart op speelt.

Een man met een hoefijzer wierp het
omhoog en ving het op en wierp het
met een enorme klang rond een paal
van staal die nog lang na bleef trillen.

Later is het nacht en fladdert een vleermuis
om een lantaren tot een uil hem het duister
in grist en de stilte zich weer herstelt.
Zijn kortstondige zeereis

Tussen slangen en schapen door klom hij
tegen de helling op van steen en rots
als een man die te voet een oceaan overstak.

Soms liet de vergetelheid iets glippen
dat hem aan zijn kindertijd deed denken.
Een vleug of een glimp of de herinnering

aan het water waar hij in verdronk
tot hij bijkwam op een scheepsdek van staal
waar een motor onder hem daverde.

Niet veel later weer overboord gezet.
Compleet met reddingsvest en strohoed op.
Pijnlijk strak over zijn oren getrokken.
In vervreemding ingebed

Zodra hij stilstaat begint hij te rennen
als een man die met mijlpalen gooit
alsof het speren of verkeersborden zijn.

Dwalend over een landweg van hitte en zand
tussen velden vol heide en adders en hazen
en de krijs van een vogel die daar op jaagt.
Man met een gezicht als een legpuzzel.

Man die uit een kloof naar een bergtop klimt
als de zee steeds driester aan land komt
en ravijnen ontstaan waar ze niet waren.
Als een windvlaag de aardkorst optilt.

De man haalt zijn zwembroek uit zijn tas
en legt die in de zon in het gras.
Soms bolt de stof en waait haast het water in.

     Andere berichten

Haliastur

Haliastur (1964) is een recent pseudoniem. Leeft in Gent. Schrijft poëzie. Publiceerde onlangs op De Schaal van Digther, zeer binnenkort...

Kinderpoëzie (VII)

Kinderpoëzie (VII)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Kinderpoëzie (VI)

Kinderpoëzie (VI)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...