Aline Serverius is klinisch psychologe en master na master in de ontwikkelingssamenwerking. Schrijven is haar dagelijkse revolte tegen chronische pijn. Met haar pen doet ze een poging om wat krom is in haar binnen- en buitenwereld een beetje rechter te trekken.
Waan
–
liever was ik in de waan gebleven
–
de noten op jouw zang kraakten er
nog teder onder mijn zwevende voeten
–
de nachten ademden behoedzaam
zandkastelen met vlaggetjes en al
–
mijn dansbenen stonden er nog niet
zwijgzaam bij
–
in de schaduw van jouw lippen
was nog niet gekerfd dat jouw ooit
zo verleidelijke benen hun danstalent
ook beproefden op andere vloeren
dan de mijne
–
liever was ik in de waan gebleven
–
waar een kille avond met gemak
een vleugje zomer kon lachen
–
mijn benen nog geen grote klompen ijs
–
liever was ik in de waan gebleven
–
de noten op jouw zang kraakten er
nog teder onder mijn zwevende voeten
–
de nachten ademden behoedzaam
zandkastelen met vlaggetjes en al
–
mijn dansbenen stonden er nog niet
zwijgzaam bij
–
in de schaduw van jouw lippen
was nog niet gekerfd dat jouw ooit
zo verleidelijke benen hun danstalent
ook beproefden op andere vloeren
dan de mijne
–
liever was ik in de waan gebleven
–
waar een kille avond met gemak
een vleugje zomer kon lachen
–
mijn benen nog geen grote klompen ijs
diamagnetisch
–
het onuitgesprokene hangt als een donkere
sluier over onze ontmoetingen
–
we ontmoeten elkaar maar raken
elkaar niet zoals magneten met gelijke polen
–
zo cirkelen wij om elkaar heen
in een eeuwigdurende dans
–
tussen dichtbij en veraf ligt een land
ondoorwaadbaar uitgestrekt als een
–
kat die op haar rug languit spinnend
ligt te dobberen in een zee van
warme dekens
–
jij aan haar staart
ik aan haar kop
we geven beter op
–
het onuitgesprokene hangt als een donkere
sluier over onze ontmoetingen
–
we ontmoeten elkaar maar raken
elkaar niet zoals magneten met gelijke polen
–
zo cirkelen wij om elkaar heen
in een eeuwigdurende dans
–
tussen dichtbij en veraf ligt een land
ondoorwaadbaar uitgestrekt als een
–
kat die op haar rug languit spinnend
ligt te dobberen in een zee van
warme dekens
–
jij aan haar staart
ik aan haar kop
we geven beter op


