door Janine Jongsma
Ik heb al heel wat prijsuitreikingen bijgewoond van poëziewedstrijden en ze hebben allemaal een andere aanpak. Wedstrijden worden gehouden door heel Nederland en Vlaanderen. Soms is de reistijd zo lang dat je er een overnachting aan moet vastplakken. In de regel kom je alleen opdagen als je genomineerd bent. Dan maak je er een leuk uitje van. Ik weet maar al te goed dat alles staat of valt met de organisatie van een wedstrijd.
Er zijn prijsuitreikingen die een hele happening zijn. Met bomvolle zalen, een goed programma, muziek en stralende winnaars die hun gedichten voordragen en daarna moeten poseren voor de pers. Bij de uitreiking van de Raadselige Roos krijgen de winnaars bloemen, trofeeën, oorkondes en boekenbonnen. De organisatie van de poëziewedstrijd Stad Oostende gaat nog een stap verder, zij delen grote geldprijzen uit. Alle deelnemers gaan sowieso naar huis met een strak uitgevoerde wedstrijdbundel. De organisatie van wedstrijden van deze omvang is een geoliede machine. Zij kunnen bouwen op een jarenlange ervaring. Toch kan een intieme en goed georganiseerde prijsuitreiking met minder aanwezigen en zonder poespas net zo leuk zijn. Ook na zo’n uitreiking ga je met een voldaan gevoel naar huis. Het gaat tenslotte niet om de prijs, maar om de eer.
Soms weet je niet wat je te wachten staat bij een prijsuitreiking. Ik heb weleens op een avond gestaan voor een donkere bibliotheek waar helemaal bovenin één raam spaarzaam verlicht was. Je moest maar zien hoe je boven kwam. Aangekomen stonden er een paar klapstoeltjes tussen de rijen boeken. Er waren twee mensen van de organisatie. Iedere genomineerde droeg zijn gedicht voor, de winnaar werd bekendgemaakt en dat was het dan. Het was de meest sobere uitreiking ooit.
De meest belabberde prijsuitreiking die ik ooit heb meegemaakt, staat in mijn geheugen gegrift. Deze wedstrijd is inmiddels na negen jaar opgehouden te bestaan, toch zal ik de naam niet noemen omdat ik ter verdediging van de organisatie moet zeggen dat het de eerste keer was dat ze een wedstrijd uitschreven en een prijsuitreiking organiseerden.
Het begon veelbelovend. In een prachtig museum werden we verwelkomd, er was koffie met gebak. In de hoek van de zaal zag ik de bossen bloemen al staan. Ik vroeg me wel af waarom er zoveel bloemen stonden, maar dacht er verder niet bij na. Zoals gewoonlijk bij het plaatsnemen in de zaal was iedereen vol verwachting. De jury was aanwezig en bestond uit drie leden, volgens mij hadden zij ook de organisatie op zich genomen. Na de inleiding nam een jurylid het woord en vertelde dat de jury zeer trots was dat ze een grande dame van de poëzie bereid hadden gevonden om als onafhankelijke voorzitter de drie beste gedichten te selecteren. De grande dame werd met applaus begroet en het enthousiaste jurylid gaf haar meteen het woord, blij dat hij van het podium kon stappen.
Vanaf dat moment ging het faliekant mis.
De grande dame nam de microfoon over en begon plompverloren te praten over een gedicht en waarom ze dat zo mooi vond. Het publiek zat wat onrustig te schuifelen, we keken elkaar allemaal vragend aan, wat is hier aan de hand? Waar heeft ze het over? We haalden onze schouders op en wachtten af. De grande dame ging nu een ander gedicht analyseren, ze citeerde strofen, sprak over metaforen en legde ons de verbanden uit. Nu keek het publiek elkaar geërgerd aan, wij waren tenslotte niet bekend met dit gedicht. De zaal gonsde van ongenoegen. Werden hier nu werkelijk tussen neus en lippen door de winnende gedichten bekendgemaakt? Onder de bespreking van het derde gedicht besefte ik dat de grande dame in de wilde weg was begonnen met het voorlezen van het juryrapport. Op het laatst maakte ze bekend wie van deze drie de eerste prijs kreeg. De dichter mocht naar voren komen en kreeg een hand en een bos bloemen. Ik kan me niet herinneren dat de nummers twee en drie ook naar voren werden gehaald. Het zou best kunnen, wel weet ik nog dat de winnaar op het podium op de achtergrond bleef staan.
Terwijl het publiek elkaar nog steeds hoofdschuddend zat aan te kijken en niet te spreken was over deze gang van zaken, werden plots de vele bossen bloemen naar voren gebracht. Iedereen richtte zich op, zouden de genomineerden dan tenminste nog een bosje bloemen krijgen?
Maar nee, dat was ijdele hoop want nu begon pas voor de jury de échte prijsuitreiking! Er waren bloemen en een dankwoord voor de vormgever van de bundel en hij werd feestelijk naar voren gehaald en op de schouders geklopt. Hetzelfde gold voor de mensen die de bundel hadden gedrukt. Woorden van dank en bloemen waren er ook voor de leden van de jury: wat een onderneming was het geweest, wat een prachtige bundel was hieruit voortgekomen en wat hadden ze het goed georganiseerd! De spanning bij hen was eraf en ze waren opgetogen en trots op elkaar. Daarna kreeg uiteraard de grande dame een zeer lovend dankwoord en een bos bloemen.
Wij als toeschouwers waren verbijsterd. Wij waren niet meer dan figuranten die dienden als klapvee voor deze opgetogen club mensen die zichzelf op de borst klopten. Het drong blijkbaar niet tot hen door dat wij als deelnemers deze wedstrijd mogelijk hadden gemaakt en dat het de bedoeling is om de winnaars in het zonnetje te zetten. Het was een pijnlijke en gênante vertoning, maar ergens had hun amateurisme ook wel iets aandoenlijks. Linksachter op het podium stond nog steeds onze winnaar, hij had een stalen uitdrukking op zijn gezicht.
In de hele commotie stond plots een man op uit het publiek en riep: ‘Zou de winnaar zijn gedicht nog kunnen voordragen?’
Hij kreeg bijval uit het publiek: ‘Ja, waar blijft het winnende gedicht?’ De juryleden ontwaakten uit hun euforie en haalden snel de winnaar naar de microfoon. Uiteindelijk hoorden we dan toch het gedicht, het was een juweeltje dat terecht had gewonnen.
Toen we de zaal verlieten ving ik flarden van gesprekken op: ‘wat een beschamende vertoning’, ‘geen enkele aandacht voor de winnaars’, ‘wat een eigenpijperij was dit’ enz. Het was ook een regelrechte aanfluiting geweest, maar al snel zag ik de humor ervan in en kon ik er hartelijk om lachen. Het was een heel bijzondere prijsuitreiking! Op de terugweg kon ik eindelijk de gedichten lezen van de drie winnaars (en kijken of ze met het plaatsen van mijn gedicht geen fouten hadden gemaakt).
foto © Alja Spaan, Alkmaar, 30 maart 2022
–

