LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Merlijn Huntjens – Onder mij de mat

2 feb 2026

Met hond en voorouders zweven boven de mat

door Anneruth Wibaut




Het debuut in boekvorm van Merlijn Huntjens gaat op het eerste gezicht vooral over een vechtsport, de titel geeft dat al zo’n beetje aan. Het is een niet veel voorkomend thema in de poëzie en het levert verrassend veel herkenningspunten op. Niet alleen in de vechtsport moet je kunnen incasseren en ontwijken, zul je vallen en opstaan en kan je winnen door te dansen, in het leven zelf is het niet anders. De derde strofe van het tweede gedicht, ‘Om en om ronde bewegingen’ verwoordt het zo: ‘voor een buitenstaander is het een gevecht / een vuist raakt een wang – maar van wie’. Voor de ingewijde is het dus meer dan een gevecht. Door de bundel heen wordt het trainen op de mat begeleid door het verschijnen en verdwijnen van een hond en van voorouders. Ook de trainer krijgt geregeld het woord. Gaandeweg worden een aantal aspecten van de sport me glashelder en komt de vraag in me op of daar altijd ook zo veel metafysica bij komt kijken als bij Huntjens?

HET HART SLAAT RUSTIG

voordat hij me vastpakt
en de lucht in werpt als een zak vlees
zegt mijn trainer:

ga breed staan
zet je schrap
maar ontspan als je eenmaal boven bent
anders breek je misschien iets

op de radio onder mij
hoor ik
dat het nummer flowers over houvast gaat

daar heb ik nu weinig aan

een gedicht is een elektrolyt

maar daar heb ik ook weinig aan

in de ijle lucht één meter boven de mat
regent het onafgebroken
begint het licht te flikkeren

[pag. 10]

Serieuze sporters weten waarschijnlijk meteen wat een ‘elektrolyt’ is; ik moest het opzoeken. Volgens Wikipedia en AI zijn het minerale zoutsoorten, zoals calcium en magnesium, die onder andere zorgen voor zenuwsignalen en spiercontracties in het lichaam. Ze regelen ook de zuurtegraad van het bloed. Tot aan het punt waarop deze onmisbare mineralen genoemd worden, gaat het in het gedicht over materiële zaken. We kunnen ons de vechter en zijn trainer voor ogen halen en de radio horen schallen. Doordat het geluid van de radio van onder komt, stel ik me een soort boksring op een verhoging voor in een zaal waar anderen hun dans- en stootbewegingen oefenen. Maar dan: ‘een gedicht is een elektrolyt.’ Niet vergelijkbaar ermee, maar eraan gelijk. Dus in de immateriële wereld van de taal regelt de poëzie de zuurtegraad, geeft zenuwsignalen door en zorgt voor samentrekking van de spieren. Als ik dat vertaal naar hoe een goed gedicht mijn stemming bepaalt, mij aan het denken zet en in beweging brengt, ben ik het daar hartgrondig mee eens.

In de laatste strofe gebeurt iets met de tijd. Doordat gesproken wordt van regen die onafgebroken valt en licht dat flikkert tussen het vallen en het op de mat terechtkomen, wordt de suggestie gewekt dat die fractie van een seconde wordt opgerekt tot een tijdloos ogenblik. Vooral door het woord onafgebroken lijkt het erop dat de ik de tijd stil kan zetten en met zijn bewustzijn een tel in een eeuwigheid kan veranderen. Zo wordt Onder mij de mat meer dan alleen een titel; het definieert ook een bewustzijnstoestand.

Dit vermoeden wordt bevestigd door hoe het volgende gedicht, ‘Coulombkracht’, begint: ‘ik zweef één meter boven de mat / intact te chillen rond veldbloemen’. De coulombkracht is de elektrische kracht tussen geladen deeltjes die elkaar kunnen aantrekken of afstoten. Met mijn gebrekkige inzicht in de natuurkunde lees ik hierin dat, als het evenwicht tussen aantrekken en afstoten perfect is, de tijdspanne tussen vallen en neerkomen kennelijk kan worden opgerekt. En als de chronologische tijd kan worden opgeheven, gebeurt er ook iets met de ruimte. Het filmische beeld van een gym met flikkerend licht en een schallende radio wordt vervangen door dat van een veld vol bloemen. Vier gedichten later lezen we hoe zelfs de hond de kunst van het zweven buiten de tijd beheerst:

JE KUNT MIJ STRAKS VAN HET PLAFOND PLUKKEN

mijn hond (ze ziet er krokant uit)
zweeft naast me
boven de met gras bedekte mat

onze snuiten raken elkaar
er valt bloemenzaad uit onze haren

het liedje dat opa neuriet
is een roep uit de verte

ik steek mijn armen omhoog
zijn stem een zwerm fotonen
die tegen mijn open handen botsen
ik groei en kreun als een plant

ik kijk voor het eerst naar boven
waar het liedje stationair rondzingt
heeft opa een zonnelamp voor ons opgehangen

[pag. 15]

Dat de hond een tijd fysiek aanwezig is geweest voordat ze verdween, wordt uit enkele andere gedichten duidelijk, zoals in ‘Wie draagt voortaan wie’ op pag. 27, dat begint met: ‘omdat mijn lieve hond weg is / is ze heilig geworden maar ik heb geen dier meer’ Overigens moest ik ook in dit gedicht weer iets opzoeken: fotonen zijn elementaire deeltjes die de elektromagnetische kracht dragen. Ze hebben geen rustmassa en bewegen zich in vacuüm met de lichtsnelheid voort. Licht, evenals alle andere elektromagnetische straling, bestaat uit fotonen. Zo ongeveer begrijp ik het en het leuke is dat ik dankzij deze gedichten meer belangstelling voor natuurkunde krijg dan ik op school had. Fotonen als dragers van de stemmen uit het verleden, als brug naar de voorouders. Het inzetten van wetenschappelijke begrippen voor ongrijpbare ervaringen, in de niet-tastbare werkelijkheid van herinneren en herbeleven, ja, daar kan ik wat mee. En dus is het tijd om de voorouders ten tonele te voeren:

HET ONDERHOUD VAN EEN TUIN

de voorouders in de vijver
hebben hun armen diep in de bodem gestoken
en vanuit daar zinken ze dieper de grond in
totdat ze een stuur vinden om vast te houden
en met vijver en al vertrekken

er bestaat een versie waarin ik ook samenval
met de vijver
rustig zink in zoetwater

er bestaat een versie waarin ik niet samenval
met de vijver
aan de waterkant zout het water in veeg

[pag. 32]

Van de eerste strofe slaat mijn fantasie op hol. Verdampen ze met vijver en al, die voorouders? Wordt de bodem onder het water een komvormig luchtschip waarmee ze vertrekken? Hoort het stuur dat de voorouders dieper in de grond vinden bij een soort onderaardse boot waarin ze het hier en nu achter zich kunnen laten? In elk geval lijkt de vijver een metafoor te zijn voor het verkeer tussen de materiële en de immateriële wereld. Het vervolg van het gedicht geeft me het vermoeden dat zoutwater, omdat het elektrolyten bevat, de brug kan vormen tussen die twee werelden, terwijl een vijver met zoetwater gedoemd is in het hier en nu te blijven. Ook in andere gedichten in de bundel is de vijver als het ware het kijkglas tussen wat was en wat is. Zoals in ‘Achtervolgingsleer van het licht’ op pag. 37, bijna aan het eind van de bundel. Het begint met: ‘of het ging zo: ik viel in de vijver / liep er een tijdje rond en / de hond liet me haar nest van bloemen zien’.

Bij het lezen en herlezen van deze bundel nam Merlijn Huntjens me bij de hand en toonde me verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld. Ik werd het spanningsveld binnen gevoerd tussen de uiterste lichaamsbeheersing die het trainen vraagt en een meditatieve houding. Ik verwonderde me onderweg over nieuwe woorden voor mij zoals ‘dojang’, ‘schravelen’, ‘foetelen’ en ‘fuchtelen’, en struikelde een enkel keertje over herhaalwoorden, maar het verhaal bleef me vasthouden. Dankzij de trainer bleef het concreet, de voorouders zorgden voor warmte en de hond voor vreugde.
___

Merlijn Huntjens (2025). Onder mij de mat. Uitgeverij De Harmonie, 45 blz. € 20,00. ISBN 9789463362443

     Andere berichten

Ann Van Dessel – Traagkracht

Ann Van Dessel – Traagkracht

Luchtige spiritualiteit door Taco van Peijpe - - In deze bundel geeft de dichter op lichtvoetige wijze uiting aan een meditatieve...