LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Queen Charlotte wint de Karel Van de Woestijne-prijs voor poëzie

14 feb 2026

door Marc Bruynseraede

 

En dan hebben we het hier niet over Queen Charlotte De Witte, DJ technokoningin uit het Gentse, maar over Charlotte Van den Broeck, die de ene poëzieprijs aan de andere rijgt. Ze lijkt, qua succes, wel de Pommelien Thijs van de poëzie te zijn, zij het iets diepzinniger.

In het stemmige Sint-Martens-Latem, dat vroeger een stil, onooglijk dorpje was, waar schilders zich vestigden om ongestoord te kunnen werken en waar ook de dichter Karel Van de Woestijne enkele jaren neerstreek, werd onlangs de vierjaarlijkse poëzieprijs Karel Van de Woestijne 2025 uitgereikt.

Vijf genomineerde dichtbundels, uit de 220 ingezonden werken, verschenen tussen 2021 en 2024, kwamen daarvoor in aanmerking. De geselecteerde dichters en hun bundels waren: Maria Barnas met Diamant zonder r, Tsead Bruinja met Wat deed ik daar, Saskia de Jong met Het jaagpad op en af, Peter Holvoet-Hanssen met Goleman en Charlotte van den Broeck met Aarduitwrijvingen. Er werd door de gemeente tevens een publieksprijs ingesteld, om ook de gewone mens inspraak te geven in de doorgaans door specialisten beoordeelde materie.

De jury stond voor de moeilijke, om niet te zeggen verscheurende, taak om uit deze vijf knapste poëtische hoogstandjes de beste te kiezen. Want ook de genomineerden zijn poëtische prijsbeesten. Deze jury, samengesteld uit een eminent panel literatuurkenners, bestond uit: Dirk de Geest, Faculteit Letteren KU Leuven (Voorzitter), Yves T’Sjoen, vakgroep letterkunde RU Gent, Anja de Feijter, Afdeling Moderne Talen en Culturen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Anneleen de Coux, taalkundige, redactielid van Poëziekrant en medewerker aan het tijdschrift Deus ex Machina. Het moet gezegd: deskundigheid troef. Een gemeente als Sint-Martens-Latem is iets aan haar stand verplicht.

De pastorale landschappen in de Leiestreek, zo voortreffelijk in beeld gebracht door Gust en Léon Desmet, Valerius de Saedeleer en andere Latemse schilders, zijn vandaag de dag het decorum voor welgestelde burgers, met soliede behuizingen, Porsche en/of Bentley voor de deur. Niet dat wij de ingezetenen alhier hun brede voet misgunnen. Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Zo wordt in Sint-Martens-Latem nog geld aan cultuur besteed, zoals Voorzitter Dirk de Geest opmerkte in zijn openingswoord. Dat kan niet van alle gemeenten gezegd worden, laat staan, van de landelijke overheid die genadeloos in de subsidies voor cultuur schrapt en bespaart. Maar de bestuurders van Sint-Martens-Latem trekken de beurs open. Elders in de cultuur heerst er ‘geween en tandengeknars’. De Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde moet het met 180.000 euro minder doen in 2026 en dient fideel personeel te ontslaan. In 2027 krijgt de KANTL zelfs € 360.000 minder. De Staatsprijs voor Letterkunde – de Ultima’s – wordt koudweg afgeschaft, wegens ‘te duur. En dat, op het ogenblik dat het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn ophoudt te verschijnen. Want ook hier is in de subsidies voor de Stichting ‘De Lage Landen’ van cultuurbard Jozef Deleu gesnoeid.

Gelukkig is daar nog de Karel Van de Woestijneprijs, die aan zijn zevende editie toe is. Vorige laureaten waren Gerrit Kouwenaar, Leonard Nolens, Charles Ducal, Hans Tentije, Liesbeth Lagemaat en Anneke Brassinga.

Karel van de Woestijne’s werk staat voor kwaliteit, voor de verbinding van het aardse met het geestelijke. Dat bleek uit de lectuur van enkele van zijn gedichten. Evenwel, de akoestiek van de nieuwe raadzaal van het gemeentehuis, met het zo idyllische uitzicht op het kerkje van Sint-Martens-Latem, was niet bepaald bevorderlijk voor de goede verstaanbaarheid van de teksten. Dat gold ook voor de voorstelling van de vijf verdienstelijke genomineerden door Anja de Feijter. En later verloor eveneens het debat met de winnares Charlotte Van den Broeck met Yves T’Sjoen, er een beetje zijn helderheid door.

De jury, aldus voorzitter de Geest, was onder de indruk van de rijke oogst en hoge kwaliteit van de inzendingen: ‘De vele bundels laten zien dat poëzie vandaag wel degelijk leeft. Het tijdperk van de experimenten is zowat voorbij. Gezocht wordt naar nieuwe uitdrukkingsvormen, vaak met verwijzing naar sociale media. Traditioneel ingestelde dichters zoeken naar vernieuwende beelden, fragmentering van de zegging en het vinden van de juiste toon, om tot een poëzie te komen die vandaag meerstemmiger is dan ooit.’ 

Onder de gedichten die genomineerd waren voor de publieksprijs ging de keuze van het publiek naar het gedicht Grafschrift voor de levenden van Peter Holvoet-Hanssen. De dichter kwam persoonlijk zijn gedicht voorlezen en haalde daarbij het citaat van Paul Snoek aan: ‘Het ras der reuzen sterft uit’, wat verstaanbaar wordt in het licht van de gedichten uit zijn bundel Goleman.

Laureaat van de Karel Van de Woestijneprijs 2025 Charlotte Van den Broeck is met haar bundel Aarduitwrijvingen aan haar vierde bundel toe. Vanaf de start van haar literaire loopbaan wordt haar poëzie positief onthaald en geldt zij als ‘één van de belangrijkste talenten in onze literatuurschrijft recensent Dirk de Geest op Mappalibri.  Met Aarduitwrijvingen gaat zij op zoek naar de essentie van het bestaan. In een gesprek met Yves T’Sjoen legde zij uit hoe zij, in nauwe samenwerking met audiovisueel kunstenaar Jana Coorevits, landschappen als lichamen in beeld brengt; als metaforen van een lichaam en hoe de taal voor haar ook een lichamelijk karakter krijgt. ‘Ze ligt in het landschap. Het landschap verschuilt zich in haar’ citeert Dietske Geerlings op TZUM. Wat Aarduitwrijvingen ‘tot een indringende bundel maakt’ zo schrijft Piet Gerbrandy in De Lage Landen  ‘is vooral de zintuiglijkheid, de synesthesie van de taal. Hoe in een vouw (de omslag van de bundel) vrouw en zand samenvallen (…) in een oase van geborgenheid’.

Het kon niet anders of het aanstekelijk enthousiasme onder de professoren moest uitzwermen in bewondering naar eenieder, die de authentiek-vernieuwende poëzie van Charlotte Van den Broeck zal weten te waarderen. Poëzie dus, voor de fijnproevers: ‘loodrecht op het landschap van de taal’.

 

Aarduitwrijvingen, Charlotte Van den Broeck, Uitgeverij De Arbeiderspers

foto Raadzaal Sint-Martens-Latem bij de Karel Van de Woestijneprijs 2025 © Marc Bruynseraede
foto Peter Holvoet-Hanssen © Karine De Wasch
foto Debat tussen prof. Yves T’Sjoen en Charlotte Van de Broeck © Marc Bruynseraede
foto Charlotte Van den Broeck © Karine De Wasch

     Andere berichten

Hans Andreus honderd jaar

Hans Andreus honderd jaar

door Jan van der Vegt     Hans Andreus, 1959, foto © Edith Visser, collectie Literatuurmuseum   Het gedenken van een...

Over de dichter

door Hans Franse   Ik werk aan het afmaken van een nieuwe bundel: Luister rijke kijk dagen. In die bundel is een soort cyclus waarin...