‘De basis van alle kunsten is kijken en je verbazen’
door Annet Zaagsma
Froukje van der Ploeg is dichter en woont en werkt in Amsterdam. Ze publiceerde vier succesvolle dichtbundels bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam: Kater in 2006, Zover in 2013, Dit is hoe het ging in 2016 en Nachtvangst in 2020. Haar werk wordt regelmatig gepubliceerd in literaire tijdschriften en in bloemlezingen. Ze ontving de Hollands Maandblad Poëziebeurs en werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. Met grote regelmaat is ze te gast op festivals en ze schrijft ook in opdracht. Ze studeerde audiovisuele vormgeving aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Daarna volgde ze de vakopleiding aan de Schrijversvakschool waar ze in 2002 in de richting poëzie afstudeerde. In de zomer van 2025 verscheen haar vijfde bundel Soms blijft iets bij uitgeverij Querido.
foto © Lionne Hietberg
Wanneer ben je begonnen met het schrijven van gedichten?
Ik wilde journalist worden vroeger, en ik schreef voor de schoolkrant. Ik was nooit zozeer met taal bezig als wel met creativiteit in het algemeen, knutselen, fotografie, interviews voor de schoolkrant. Als je creatief bent kun je altijd meer dan dat ene ding. Uiteindelijk paste poëzie het beste bij me. Daar kwam ik achter op de Schrijversvakschool. Het is compact en hoe druk je leven ook is, het kan altijd. Voor een roman heb je meer zitvlees nodig.
Welk gedicht heeft je recentelijk geraakt en waarom?
Lastige vraag, het zijn vaak losse zinnen die me raken of in mijn hoofd rondhangen zoals anderen liedjes in hun hoofd hebben. Zoals ‘Ik ben een vrouw en in mijzelf genoeg’ van Radna Fabias uit gieser wildeman. Als ik hummig ben om iets, kan die zin in mijn hoofd vallen. Een studente schreef ooit een lang episch gedicht waar uiteindelijk een universum uit een ei stroomde; ik kan dat beeld dan nog lang in mijn hoofd hebben.
Je bent behalve dichter ook docent aan de Schrijversvakschool. Wat is het belangrijkste dat je je leerlingen in het vak Poëzie meegeeft?
Ha ja, kom maar lessen volgen. Maar mijn eerste les poëzie gaat over dit gedicht van K Schippers:
Bij Loosdrecht
Als dit Ierland was
zou ik beter kijken.
Dat is de basis van alle kunsten vind ik, kijken en verbazen. Dat is het: goed kijken en dat opschrijven.
Tot nu toe heb je vijf dichtbundels gepubliceerd. Zie je een bepaalde ontwikkeling in je werk sinds je eerste bundel?
Mijn werk is denk ik iets toegankelijker geworden, ik schrijf iets eenvoudiger dan eerst. Tegelijkertijd schrijf ik vanuit steeds meer perspectieven. Als je begint met poëzie of met schrijven ligt het vaak dicht bij jezelf, liefdesverdriet, een overleden oma, dat soort dingen. Hoe meer je schrijft hoe meer wereld je toevoegt.
Je nieuwste bundel Soms blijft iets werd in Meander gerecenseerd door Peter Vermaat. Hij stelt: ‘Ze schrijft haar gedichten in een weinig ritmisch en meestal klankarm parlando, waarmee ik niets heb, en benadert haar onderwerpen op een manier waarvan mogelijk een vogel af en toe opvliegt, maar waarmee je de zee niet van eb in vloed dwingt, laat staan dat de zwaartekracht zich er iets van aantrekt.’ Anderen bekijken je werk juist met een heel andere blik, in een recensie van dezelfde bundel in NRC schrijft Maria Barnas: ‘Ik zou kunnen zeggen dat er niets opvallends gebeurt in Soms blijft iets. Ik zou ook kunnen zeggen: Alles wat Froukje van der Ploeg (1974) in haar vijfde dichtbundel beschrijft is opzienbarend.’ En: ‘De gedichten van Van der Ploeg suggereren dat wat het leven betekenis geeft niet de gebeurtenissen zelf zijn, maar de manier waarop we deze met anderen delen.’ Hoe verhoud jij je tot beide perspectieven?
Tja, ik rij paard, en met springen zie je precies hoeveel balken je eraf gooit. Dressuur is een jurysport, daar ben je ook afhankelijk van wat de jury van je paard vindt bijvoorbeeld. Poëzie is net zoiets, sommige mensen zien erin wat ik bedoeld heb, anderen zien dingen die ik zelf niet zo zie. Op middelbare scholen zeg ik altijd: wat jij in het gedicht ziet is goed. In principe probeer je ruimte te geven aan de lezer om er zelf een eigen interpretatie aan te geven. Ik was natuurlijk wel erg blij met de NRC-recensie.
De bundel Soms blijft iets bestaat uit zes afdelingen, die op één na allemaal een brief aan een zekere Imke bevatten. Is Imke een bestaand persoon, kun je daar iets over vertellen?
Imke is een Fries paard waar ik op reed in Duitsland, daar komt de naam vandaan. Ik heb bij Imke een goede vriendin in mijn hoofd, ze is dominee en reisde vroeger veel. We spraken al jong over levenslessen en hoe dat moet, leven. Ik laat haar in mijn gedichten nog steeds reizen, spreek haar soms overzee aan, soms is het de ik die reist. Alles wat ik me afvraag, zet ik in die brieven en soms laat ik haar antwoorden.
–
–
Lieve Imke,
–
We lieten ergens sleutels achter
het leek ondanks de leegte nog steeds op ons huis
Een vriendin zei dat tranen een luxe zijn
misschien is dat zo, ik staar door het raam
waar ik niet meer woon, het bad ligt op haar kant in de woonkamer
–
Hier doen huizen huizen na, een wijk een wijk
tussen steen en asfalt, alleen het rood
van de stoplichten verkleurt niet. Grijs woont hier
groene strepen gras ingekleurd aan het einde van een zwart wit film
over een tijd lang geleden. Misschien is dit mens zijn
dozen uitpakken op een plek waar de muren
–
eerst lucht waren, langs de buitenrand
van de snelweg, neutraal hingen wolken
waar nu ramen zijn, ronde balkons om een binnentuin.
–
Ik kan het aanvullen met zachte woorden, planten
mijn kater slapend op een kleed, lievelingsboeken
mijn kind, toewijding, ademen.
Wat me opvalt is dat een gedicht van je over femicide de titel Femicide heeft. Daar is geen speld tussen te krijgen. Hoe belangrijk vind je het dat je poëzie duidelijk en toegankelijk is, ten opzichte van de ruimte die je je lezer geeft voor interpretatie?
Het was een gelegenheidsgedicht voor internationale vrouwendag een paar jaar geleden, en het was naar aanleiding van een onderzoek in de Volkskrant. Ik ging de cijfers uitrekenen en dacht: mannen lopen veel meer gevaar in een donker park dan wij vrouwen. Vrouwen lopen vooral thuis gevaar. Zo ontstond het gedicht. Fiets gerust door het park, jouw gevaar woont thuis.
In principe wil je de lezer altijd veel ruimte geven voor interpretatie en geen pamflet schrijven.
–
Neem altijd de kortste route door het park
kijk, je ogen wennen aan het donker zie
scherp de sterren boven de bomen, de egel
in de bosjes, slapende mannen zonder dak
–
De maan fietst met je mee want de dood
wacht voor jou nooit in dit park
87 procent van je gevaar woont in huis
zit op je bank, je vriend of bijna ex
–
Je vader, broertje, buurman. Zij willen
bezit van je nemen weten waar je was
met wie je sprak, wat je zei, fiets verder
door vergeten wijken van een stad
–
En leer nieuwe vrouwen kennen
in je klas, in de kroeg, als je rent
langs het water en neem soms een man mee
door het bos want met jou zijn ze veilig.
Zet je bewust schrijftechnieken in?
Nee, ik heb kunstacademie gedaan, geen Nederlands. Ik kan dichten omdat ik kan monteren. Ik maakte vroeger documentaires, daar leer je 3 uur materiaal terug te brengen naar 15 minuten. Dat doe ik nog steeds, ergens de kern uit halen.
In 2025 mocht je voordragen in de Nacht van de Poëzie. Wat heeft dat je gebracht?
Een geweldige nacht. En een roze jurk, en geweldig haar. Het was heel leuk. En heel echt allemaal. Querido is mijn nieuwe uitgeverij. Ik ben echt enorm blij met ze en daar staan was een gevoel van het is gelukt, ik heb een nieuwe bundel, uitgeverij, ik sta hier, dit is echt.
Wat kunnen we de komende tijd qua poëzie van jou verwachten, waar ben je zoal mee bezig?
Ik ga een bundel in brieven schrijven, ik hou enorm van brieven. Als mensen nog brieven zouden schrijven in plaats van zo kort op elkaar reageren zouden veel dingen vriendelijker zijn denk ik. Ga maar na: je schrijft woedend iets op, dan moet je nog het adres zoeken, envelop, postzegel, naar een brievenbus, tegen de tijd dat je er bent denk je, laat maar, zo erg is het nou ook weer niet.
En in brieven kun je meteen ergens beginnen, je hoeft niets uit te leggen omdat de lezer je al kent. Het is een fijne vorm, ik kan er veel in kwijt. Buiten dat kan ik dan ook makkelijk verschillende stemmen aan het woord laten. Zoals mijn oma schreef aan haar zuster in Portugal terwijl ik huiswerk maakte en ook subtiel alle roddels erin verwerkte.
–
–
Ik vraag me af hoe het is om een Godin te zijn
sprinkhanen uit te storten over een land
als ze me te weinig eren, vergeten offers
te brengen op dagen dat het te goed gaat
–
Kikkerplagen, alle eerstgeboren jongens
onvruchtbaar, druivenoogsten mislukken, laat
zure wijn als water van bergtoppen stromen
kijk hoe de zee ademt, gooi dode vissen op een stad
–
Plak continenten als een puzzel weer aan elkaar
gebruik een bergketen als lijm, strooi tenslotte
nieuwe rassen over onvruchtbare aarde, kijk
hoe de verwarring nog eeuwenlang aanhoudt.



