LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Emilie Dewitte – De Stolling

29 mei 2026

Hard en droog en breekbaar

door Jaap Bos



Iets dat zacht was en kneedbaar, en dat langzaam hard werd en uitdroogde, tot er een korst achterbleef dat een gat afdekte, totdat ook dat gat was verdwenen, en er alleen nog maar een herinnering achterbleef. Een stolling. Kan taal stollen? Kan je met taal ‘een stolling’ aanleveren, een gat afdekken, en een herinnering achterlaten? Emilie Dewitte, een Vlaamse dichteres, laat met verve zien hoe dat moet.

In ‘Luxury 5-bedroom sea view villas for sale in Oman’, bijvoorbeeld, schrijft de dichteres over een man die ze goed heeft gekend, wiens naam we pas in de verantwoording achterin de bundel leren kennen; een man die als constructiewerker in Oman heeft gewerkt aan de bouw van appartementen voor rijke sjeiks of ander bevoorrecht volk, en die tijdens de bouwwerkzaamheden is omgekomen, als een van de velen, zoals we weten. ‘Eerst komt de hittestress, dan de orgaanschade / staat in het rapport. De statistieken zijn een onderschatting. / Je lacht nog steeds.’ Het gedicht begint in de tegenwoordige tijd. De man zeult zakken cement, de dichteres zit thuis achter haar laptop en klikt rond op de pagina’s van het appartement. Ze gunt zichzelf de luxe om nog even in zijn nabijheid te verkeren. ‘Aan de telefoon klink je hoopvol, / je deelt een kamer, klaagt nooit.’ De man leeft nog, maar hij is al dood. Ze zoekt naar antwoorden op vragen die te evident zijn om te stellen, en overigens zijn ook de antwoorden evident. Wat valt er nog te zeggen? Halverwege het gedicht verandert de tegenwoordige tijd in de verleden tijd. ‘Wat achteraf de vraag blijft: heb je daar in zee  gezwommen? / Hoe koelde je ’s avonds af, hoe voelt 50 graden, hoeveel / liter water, hoe stalen ze je paspoort, hoe -’.

De stolling is een verzameling van 34 gedichten over dingen die zijn gebeurd, en over mensen die hebben geleefd en dingen hebben gezegd (of niet gezegd) en die hun sporen hebben achtergelaten in de herinnering, als ‘dunne schaduwen’, zoals ze zegt in een van haar gedichten. De taal van Dewitte is, zoals dat heet, ‘kaal’, zonder opsmuk, gespeend van effectbejag, gespeend van vals sentiment, maar integendeel uiterst precies en ik wil niet zeggen ‘koel’, maar koel komt toch in de buurt van wat ik wil zeggen. Misschien is ‘beheerst’ een beter woord.

Neem het gedicht ‘012’, over een eenzame jongen met een kat, die, zo moeten we maar aannemen, zelfmoord heeft gepleegd. Het was een jongen die niemand stoorde, niet opviel en ‘nooit thuiskwam’, zegt Dewitte raak. Hij heeft ‘een stem / die ook tocht kan zijn onder een deur’, en als hij maanden later dood wordt aangetroffen in zijn appartement heeft ‘niemand bij hun antwoord vragen’. Of neem ‘Jordy’, dat gaat over een dak- en thuisloze man die op een dag dood in zijn tentje in Gent wordt aangetroffen. Dewitte neemt het op zich om voor hem duidelijk te maken wie hij was: een ‘vogelvrije kunstenaar met aanstekergas,’ die het ‘aan zuurstof en geld voor brood ontbrak.’  Voor de hulpverleningsinstanties was hij een object van bemoeizorg, maar de dichteres weet: ‘Je zou het ze bewijzen, dat je de ontwerper was en niet / het uit te voeren plan. Niemand zou dit keer je vleugels knippen.’

Een gedicht dat ‘Voorwaardelijk’ heet, en duidelijk leunt op de ervaringen van Dewitte in het gevangeniswezen (ze werkt daar als leerkracht), brengt de ervaring van iemand die net uit de gevangenis is ontslagen in heel zijn kale essentie weer. Het gedicht bevat maar zeven strofen, waaronder de prachtige regels: ‘Wat blijft steken: dat vrijheid leegte is / als er geen muur om zit.’ Niet alle gedichten gaan zo duidelijk over iets of over iemand. Sommige gedichten behouden hun mysterie, geven een glimp van dat wat moet zijn gestold, maar ook niet meer dan dat. Ze nemen je mee naar een plek of een tijd waar iets is gebeurd. Je hebt het gevoel dat je deelgenoot van iets intiems bent geworden, maar wat dat is weet je niet zo precies. Die gedichten vind ik het krachtigst. Ze vervoeren mij het meest, misschien omdat ze mij als lezer gunnen dat ik mij ermee kan verbinden.

‘Eerst kwam de wind’ is een van die raadselachtige gedichten, dat opent met een scene waarin de gronden laag na laag na laag worden droog geblazen. Dan wordt een ‘wij’  geïntroduceerd. ‘De staat waarin we vruchten afsneden, / graaiden, gristen, uit elkaars monden stalen, / benauwde ons, alleen, die zorgen zijn we gaan begraven.’ Er gebeurt iets, iets onherroepelijks: ‘nooit viel het zwaarder, / nooit sloeg het tussen mensen dergelijke kraters.’ En tot slot heeft iemand hen gehoord, en volgen de aangrijpende strofen: ‘Iemand groter dan de som der jaargetijden heeft dit gedaan en / moet ons nu vertellen hoe we dit nog kunnen goedmaken.’

Het laatste gedicht dat ik wil noemen is getiteld ‘Hasankeyf’, en gaat over de gelijknamige Koerdische stad in Zuid-Oost Turkije, waar in 1915 een massaslachting heeft plaatsgevonden. De stad is een paar jaar gelden ten behoeve van de bouw van de Ilisudam onder water gezet. De historische stad werd weliswaar steen voor steen verplaatst, maar dat kon niet voorkomen dat een belangrijk stuk Turks cultureel erfgoed verloren is gegaan. Het thema stolling krijgt in dit gedicht een buitengewoon lucide karakter: ‘Iemand zei: een stad verplaats je op dezelfde manier als water. / Je verlegt stenen. Bepaalt omvang. Verlies // Je vraagt je af wat de arend vanop de minaret nog ziet. / Niet het huis van je overgrootmoeder, de winkel van je vader, de schapen, hun pad. / Misschien een dak, een kruin als een losgelaten hand / die nog net boven steekt / nadat het plan buiten zijn oevers trad.’

De stolling is magistrale bundel gedichten, geschreven door iemand die met trefzekere hand de taal naar haar gemoed weet te zetten.

____

Emilie Dewitte (2026).  De Stolling. Uitgeverij Weerwoord, 48 blz. € 21,99. ISBN 9789493456129

     Andere berichten

Laura Mijnders – Tussen vreemden

Laura Mijnders – Tussen vreemden

Hoe ze wortelen door Ellis van Atten - - De tweede bundel Tussen vreemden van Laura Mijnders, pseudoniem van Laura van Meijeren, verscheen...