LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Het commentaar van Marc Bruynseraede

22 mei 2026

Tweede lezing

door Marc Bruynseraede



Alja Spaan heeft met deze laatste dichtbundel gedichten geschreven die voor mij beklijven. En die bij een tweede lezing nog meer tot diepzinnige gedachten leiden. Ik wil op geen enkele manier aan Hans Puper zijn bespreking te kort doen; alleen denk ik enige facetten naar voren te brengen die een ándere kijk bieden op de gedichten die ik een diepe bodem vind hebben. De ‘simpele’ manier van schrijven is bedrieglijk-oppervlakkig.

De poëzielezer kent ondertussen wel de parlando-manier van schrijven van Alja Spaan: dicht bij de gesproken en eenvoudig-verstaanbare taal. Achter en onder de simpele woorden liggen echter poëtische bekentenissen verborgen, klaar om ontdekt te worden door de aandachtige lezer. Want simpele woorden herbergen soms allesbehalve simpele gedachten. De meeste poëzielezers weten intussen ook dat Alja Spaan ervaring heeft met de ouderenzorg en met poëzie voor en over mensen die aan de gezegende leeftijd toe zijn. Hoe deze mensen zich in hun levensavond gedragen en wat ze denken heeft ze uitvoerig beschreven in Het langzaam voorover vallen. Schoonheid, onmacht en ontwapenende overgave.

Het wordt natuurlijk andere koek als één van die mensen in de levensavond je eigen moeder is. En als de dochter bij die moeder gaandeweg haar scherp snijdende geest ziet uitwaaieren als een zwerm uitgelaten vogels. Plots stokt de communicatie en gaat over in éénrichtingsverkeer, met mijmeringen en overpeinzingen. Moeders zijn doorgaans goed geplaatst om hun kinderen te kennen. En omgekeerd geldt dezelfde regel. Toch kan die moeder, die je zo nabij is, tegelijk zo ver af zijn. Die moeder die, vroeger, achter het schild van haar scherpe aanwezigheid, zo’n moeilijk bereikbare vrouw blijkt te zijn geweest, die moeder is nu zo dichtbij is en zo afwezig. De vertrouwelijkheid van de conversatie slaat hier om in berusting. Het praten lijkt in het wilde weg wat woorden strooien: een uiting van gemis, melancholie of heimwee, en soms van onvervalste poëzie. Eenieder die een ouder mist heeft wel eens de neiging om hem/haar nog iets geestigs of onooglijks, iets vergeten of voorbij te willen meegeven; iets dat je alleen maar aan je eigen-moeder zou toevertrouwen. Echter, de kortsluiting in de conversatie treedt als spelbreker op en komt het gesprek verstoren. Dan krijgen de woorden een zweem van verdriet, verborgen achter onbekommerde luchthartigheid of tedere afwezigheid. De dramatiek wordt hier opgeroepen door herinneringen aan lang vervlogen tijden en ontroerende toevalligheden, akkefietjes uit de tuin, de kleerkast of het vensterraam.

de wereld

In haar koude wereld had ik haar willen spreken.
Ik zou naast haar zitten en gewoon

haar handen kunnen pakken, ze had niet losgelaten,
niet nog een keer.

Misschien was ik zelfs langer gebleven dan de
bedoeling was, ze had immers nu

niet kunnen zeggen dat er nog iemand op mij
wachtte of dat

de wind zou aanzwellen en de regen zou komen
en ik daar niet op gekleed was,

nooit voorbereid was op iets erger: haar de tocht
laat maken in die immense kou.

De gedichten van deze bundel nemen je mee in een samenwandeling langs Iets dat op een route leek en dat je compleet in de intimiteit van de relatie en de ontreddering onderdompelt. Ze stemmen tot nadenken over de relatie tot je ouders en je eigen toekomst. Tegelijk verschaffen ze toegang  tot die andere, wondere wereld, waarvan de kaart ontoegankelijk is voor de gewone burger en alleen maar met een poëtische instelling te begrijpen valt.

Overigens is die andere wereld zo een rijkgevuld universum van affectie, tederheid, en melancholisch gekleurde herinneringen dat hij onmogelijk samen te vatten is in een paar zinnen. Alleen de gedichten van Alja Spaan kunnen die rijkdom gestalte geven.

veilig

Als ik mijn mamma vraag of ze zo een beetje de hele dag
zit na te denken, ik houd haar hand en zit op het tafeltje
naast haar, antwoordt ze

dat dat een heel goed idee zou zijn als ze van te voren
geweten had dat ik zou komen, nu, zegt ze, weet ze niet
hoe het moet.

Ze maakt er een bezoekje van aan de plaatselijke supermarkt
maar nu ja, zegt ze, daar wordt geloof ik voor gezorgd
en ook de werkster dweilt

de vloeren, met andere woorden, knikt ze, komt het haar
wel bekend voor maar heel in de verte. Dat is niet zo erg, zeg
ik en wiebel

wat met mijn benen, ze heeft mijn tas op schoot en blijft
voelen aan het zachte van het leer, ze weet nog wel dat ze
een jas in die kleur had maar soms,

zegt ze, is groen niet gewoon hetzelfde groen, zoals in de
zomer, zegt ze, als ze naar mijn pappa lopen kan en niet
via het grindpad hoeft maar

onder de oude bomen door, die die niet meer gemaakt
worden, zegt ze. Ik knik, haar hand verdwijnt in mijn leer.
Ik zou eigenlijk, zegt ze, nu wel als eerste willen.

Op dit punt gekomen zouden we de aandacht willen vestigen op enkele vormtechnische aspecten van deze bundel. Hoe los de pen van Alja Spaan zich over de gemakkelijk leesbare taal beweegt met des te meer structuur kneedt ze vormtechnisch haar gedichten. Bij de aanvang van de bundel wordt gebruik gemaakt van de tweeregelige of drieregelige verzen. Verder gaat ze over op vier-, vijf- en zesregelige strofen, om dan over te schakelen naar tien- en elfregelige strofen. Bij het einde van de bundel valt de strofenindeling helemaal weg en maakt plaats voor ononderbroken poëtisch proza.

Heel typerend is ook de techniek die zij gebruikt om een versregel aan het einde van een strofe in het midden af te breken en te laten doorlopen in de eerste versregel van de daaropvolgende strofe. In een gedicht suggereert dit de stilte van de bedachtzaamheid of het zoeken naar het juiste woord. Als dat al gevonden wordt en de zin niet in een open vraag uitmondt.

Naar het einde van de bundel, wanneer ze in haar laatste teksten overschakelt naar poëtisch proza, als in het gedicht ‘Zo los als al die aarde rondom’, bereikt ze inhoudelijk etherische hoogten, losgezongen van alle knellende rede. Puur wijselijk associatief. Met een helderheid die uit de verwarring ontstaat.

Om die redenen is dit een bundel die verdient gelezen én herlezen te worden. En, na een tijdje, weer gelezen te worden.

____

Alja Spaan (2025). Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld. Uitgeverij P, 52 blz. € 19,50. ISBN 9789464757903

     Andere berichten