LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Vrede

5 mei 2026

 

 

Felgroen stalen bushokje

Nergens in de dorpskern zie ik een bank
dan in het felgroen stalen bushokje, waar ik mag zitten
in het beschermende omhulsel dat ook zichzelf beschermt

tegen de bevrediging van vernietigen, geen aanleiding
dan kortzichtig gestook, onzorgvuldigheid.

Mijn uitzicht is gering, ik zie de tijden en aan de overkant
verrijst al een containerdorp voor vluchtelingen

als een geluid zich opdringt.
Wat begint als rustverstoring zwelt aan tot dreigend.

Verwekt in het jaar van vrede denk ik aan oorlog
en oorlogloos sterven. Maar over mijn fietstocht
vliegen de nieuwe straaljagers met een bijgeluid.

Waar lette ik niet op
en waar dacht ik dat het vanzelf wel goed zou komen?

Er is oud zeer om uit te breiden, er zijn verwaarloosde
heersers met drones als brommers in de lucht
er is ontwrichting met de diepe wens tot knakken

en almaar grimmiger is het gebulder
dat mijn cocon – gemaakt om niet vernield te worden – nadert.

© Marijke Hanegraaf
eerder gepubliceerd in Liter, nr 108, maart 2023
Verstrooide vrede

In het luchtruim geen lichtkogel te zien
het uitzicht rekt uit naar zonsopkomst
we duizelen ons door alledaagse dagen

Vingers gelijk aan ingekapselde krokusknoppen
tussen tarwespruiten van het ingezaaide land
waar bloei nog even op zich laat wachten

Wanneer raketten ingehouden
een peloton huiswaarts
de bomkrater een kraal voor kippen

dan delen we het platte brood
omarmen een teruggegeven leven
met in het achterhoofd opwaaiend as.

© Inge Nicole
ongepubliceerd
Een land zijn

Er moet een land zijn waar gebeurt zoals
bedoeld. Bomen kunnen nog altijd ruiken en
ottermoeders houden de handjes van hun slapend
kind vast. Koeien worden zeker twintig, varkens
weten de weg, het daglicht raak kant en wal, de
aarde blijft rul en de mens kijkt toe. Meer niet.
Niemand weet het beter

Er zijn geen honden met scherpe tanden nodig,
geen hekken. Niets hoeft geteld. Er is voldoende.
Niets wordt van modder voorzien. Tegenstellingen
zorgen voor groei. Bomen weten van schimmels,
zoals mensen van elkaar. Nergens zit iets achter,
zelfs het zwart is zonneklaar. Geen verhaal hoeft
te putten. Het gebeurt

voor je ogen. Was hier maar eerder gekomen. Het
had doden gescheeld, leed en pijn. Elke naam wordt
gekend en elk uitzicht geeft te raden. Je wist dat
je afdoende was, je zag de mussen onder het dak.
Misschien was dat al voldoende om thuis te komen,
hier waar je nu bent, waar je de weg kent, de deur en
de ruimte erachter.

© Margreet Schouwenaar
uit Hazenslaap, uitgeverij P, 2025
Caleidoscoop

Terwijl het lood zich heft om rood blauw te slaan
omsingelt paars een legioen uniformen

loeien sirenen door schalen en pijpen
die verstenen waar de aardkorst verhardt

maar ziedaar, vrijende zeepaardjes statig rechtop
glimlachen om het geneuzel van sprot

en aan een sneeuwpop met ogen koolzwart
die in de zon smelt tot pap

vergapen zich meisjes voor zij in bad gaan
om brandschoon blozend in te slapen

© Paul Roelofsen
uit En de vissen lispelen tegen het riet, U2pi, 2025
BLAST & BLOED

Wel eens hoor je een meisje met een mondharmonica
Zij doet van die kneedbewegingen zonder oponthoud
Likt aan druppeltjes van lente
& die genezen de greppels in de huid van de aarde
Je schrijft op in elkaar gevouwen vellen
Woorden als zonnebloem vlinder dansmuziek
Plukjes haar worden zacht als plukjes wol

BOEM een slag van de molen
BOEM een bruusk bulletin van waggelende mensenkinderen
Een omsingeling bloedplassen
Mistastende rook in de rukwind als abnormale spiertrekkingen
Je houdt een hand vast alle nijpende vingers worden rood
De napjesdragende bomen het gras de grond van het park
De papiersnippers worden rood als open snijwonden

Wel eens hoor je nog een keelgeluid
Een gorgelende man op een laatste kussen
Knevelverband bijna als een pakje om het hoofd
& hij doet iets in een morsdoekje
Je proeft poeder van puin op je tong
Je huilt
Je kijkt naar de ondergaande zon

© Koen Vlerick
die geluiden maar dan zachter

Zoals vroeger al dieren sliepen, achterovervielen in het zachte
gras, zich verscholen in stallen, hutten, achter

bomen, zo ronken zij nu zachtjes omdat ik het zeg, het donker
schemerig eerst, de lakens fris, de neusjes koud,

de oogjes pas dicht als we ook de dino’s hebben, de eendjes,
de uilen (maar die gaan niet slapen, zegt de een

bijna wanhopig), de koeien, de schaapjes met immer witte voeten.
Het ruisen dat volgt is van een verlaten zee, het

strand uitgestrekt en warm, stoelen ingeklapt, ijsjes op, een bijna
bereiken van de horizon, handjes ergens binnenin mijn

lijf, geen beest dat zich meer waagt in ons bereik, vrede op aarde,
sterren nu maar van stof. Ogen dicht voor opstuivend

zand, een enkele wangedachte (maar ze zijn dood), een stap op
een piepend kuiken tussen de deuropening, een zucht.

© Alja Spaan

Ook een offer.

Hij herkende het licht van ochtenden niet meer
sloop door aardedonker van kerker naar schacht
in ’t inktzwarte water dook de maan onder
grote vissen spiegelden zich in onderaards zilver
vlagen windstriem schoten door mist
stiletto’s flikkerend voor wondkoorts
steenworp van torenschans
gebroken bepoederde scherven
rook in parken.

Ergens begon een andere wereld
zonder bloedrand en linnen
waanzin of stofdroom
een andere kosmos wellicht voorbij
doorlopende duisternis
-buiten overdag-
maar zijn leven was ook een offer.
Voor vrede.

© Karel Wasch
eerder gepubliceerd in Nynade

 

 

foto © Alja Spaan, 22 mei 2017

     Andere berichten

Jan M. Meier

Jan M. Meier is sinds 2002 het pseudoniem van Jean-Marie Maes. Hij was redacteur bij de literaire tijdschriften Restant, Yang en Deus ex...

Tara Lyn Jansen

Tara Jansen (1996) is dichter, docent Nederlands en verbonden aan Poetrycircle Eindhoven. Haar poëzie komt voort uit een bittere noodzaak,...

Benoit Van der Cruysse

Benoit Van der Cruysse

Benoit van der Cruysse (°1986) woont in Antwerpen en schrijft graag sobere, psychologisch gelaagde verhalen en gedichten. Hij behaalde in...