LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Josse Kok – Schulp

26 jun 2026

Omdenken in poëzie

door Tom Veys



Op één of andere manier doen veel gedichten van Josse Kok denken aan ‘Omdenken’, de website die je anders leert kijken naar de maatschappij of de wereld: ‘Omdenken benadert een probleem als ruwe energie; frustratie die zijn vorm nog niet gevonden heeft. Je gebruikt de energie van het probleem voor iets nieuws.’ De dichter geeft in de bundel vorm aan dat omdenken.

Aansluitend is er een passende quote van Kathleen Kelly uit ‘You’ve Got Mail’ als motto voor Schulp: ‘Sometimes I wonder about my life. I lead a small life. Well, not small, but valuable. (…)’

De gedichten van Kok zijn vaak gedachtewentelingen, bespiegelingen die je regel per regel kan ontdekken. De bundel is een opeenstapeling van inzichten die taal vindt in proza- en poëzieregels. Verrassende inzichten vind je alvast in het openingsgedicht dat als titel een asterisk heeft. Het gedicht ‘*’ verscheen in een eerdere versie met de titel ‘Tenzij’ in Het Liegend Konijn 2020/1.

*

Het ligt anders. Als de cactus wel iedere dag
water nodig zou hebben, was je hem vergeten.
Als twee dooiers stollen, lekken ze niet meer.
Ramen zemen moet je laten doen, maar als je
het zelf kon had je het ook niet gedaan. De duif
die tegen het raam vliegt als het raam schoon is
en jij die dan zoekend naar beneden kijkt alsof je
ooit naar buiten zou gaan om een versufte duif
te redden. Het ligt anders. Waar je in gelooft
moet je niet zelf weten, je kunt niet anders dan
het zelf niet weten. Een klavertjevier zegt niets
over het hebben van geluk, maar je glimlach
als je het plukt is geen plantaardige reactie.
Het ontstaan van een gat is eerder een bewijs
van overvloed dan van gebrek. Het ligt anders.
Met een grote bek kun je alleen meer eten
als je minder zou praten. We hebben onszelf
nog steeds niet in de gaten, lopen als spoken
door elkaar heen, zijn veel vaker samen dan
alleen maar voelen ons eenzamer dan ooit
tevoren, het echoot tussen onze oren als
we elkaar vragen om wijsheid, we willen
zo graag een positief en louterend bericht.
Ik ben bang dat het anders ligt.

Opvallend is dat de dichter bijna altijd vanuit een ik-perspectief spreek. Je kan hier spreken van een lyrisch ik, want het ik-perspectief kan veel breder worden gezien. Via het lyrische ik word je meegezogen in een andere wereld: ‘Verlangen is geen organisme / dat mij vult, ik kruip gaten in / tot ik begrijp hoe zij ontstaan.’ Uit ‘Oermoet’.

In ‘Autopsie’ haalt de dichter de binnenwereld naar buiten en vice versa wordt de buitenwereld naar binnen gehaald. Dit zijn bijzondere bewegingen: ‘Al wat sneuvelt dompel ik onder / in de formaline van mijn nostalgie. / Ik kruip in kadavers, lik de wonden / en noem camouflage accessorising.’ ‘Accessorising’ betekent overigens ‘het aanbrengen van accessoires om de uitstraling te versterken of om de decoratie te verduurzamen.’

De titels van de gedichten zijn meestal sleutels om de poëzie goed te begrijpen. In het gedicht zelf wordt de titel dus sterk uitgewerkt. Wellicht werkte de dichter lang aan de ideeënwereld die in Schulp te ontdekken valt.

In het gedicht ‘Eclips’ kan bijvoorbeeld de eclips een beeld voor de mens zijn, een lyrisch ik dat uitzwermt. De titels van de gedichten vragen je om na te denken over begrippen.

ECLIPS

Steeds beter verdwijn ik.

Ik verdwijn in kantlijnen, in constellaties,
in gevulde theaters, in het kuiltje van je wang.

Ik verdwijn in exaltaties, o laat me verdwijnen
in een klanktapijt, een wildernis, een lichtval.

Vrees niet, ik ben nog net aanspreekbaar,
verkruimel stukje bij beetje, teleporteer

naar waar het draaglijker is, veiliger is,
waar ik vervuld raak van de drijfveer

om er ooit volledig te zijn.

In Schulp vinden veranderingen plaats die vorm krijgen in poëzie. In ‘Metamorfose’ is er een zoektocht: ‘Ik heb nooit iemand neergestoken. / Ik weet niet wie ik word na een delict. / Ik wil mijn andere helft leren kennen, / samenvallen met wie ik nog niet ben. // Ik word bewogen door een stem / die proclameert dat ik potentie heb. (…)’

De opmerkelijke beelden in Schulp vragen aandacht, daarom is een trage lezing noodzakelijk, beeld voor beeld, stap voor stap. De taal zit goed en gaat hand in hand met de gedachten, de taal omhult dan passend de gedachten in een parlandostijl. De gedichten en gedachten zijn misschien als een schulp, breekbaar, maar ook glanzend.

Er is dus een poëtische authenticiteit te ontdekken in de gedichten van Kok, een fragiliteit die zowel hartelijk als gruwelijk kan zijn. Misschien doen de dichtregels soms denken aan een tragikomedie. De tragiek kan immers vaak een glimlach ontlokken.

WAAGSCHAAL

Op een scherm lees ik
dat mijn verhaal niet
langer beschikbaar is.
Ik open een bestseller
en weiger mee te leven
met de barokke protagonist.
Ik zet een gameshow op
en geef het foute antwoord.
Mos is geen vergeten groente.

Onder mij schuift een luik open.
In mijn tuimeling hoor ik violen
alsof ik de cliffhanger ben.
Eerst timide, voorzichtig.
Dan dreigend, aanzwellend.
De pauken breken mijn val.

De klassieke muziek
Heeft een prachtige term
voor het woord aanzwellend
die niet is blijven hangen
omdat ik die taal niet spreek.

Doorgaans google ik zoiets
maar ik heb net mijn tijdelijke
internetbestanden verwijderd
omdat jij langs zou komen
en iedere onverwachte
pop-up funest kan zijn.

Verschillende gedichten geven daarenboven een inkijk op de maatschappij. Dit wordt duidelijk in ‘Horror vacui’, een Latijnse term die vrees voor het lege (het vacuüm) betekent. In de filosofie staat horror vacui ook voor de onzekerheid van de mens.

HORROR VACUI

Het is belangrijks om in jezelf
een lege ruimte te bewaren,
vertel ik de opgezette marter
van het kringloopcentrum.

De wereld wil je continu vullen
als een traag druppelende kraan.
De marter zwijgt instemmend.

Een vrouw tikt mij op de schouder
om te vragen of het wel goed gaat.

Dit bedoel ik dus, fluister ik richting
het dier. Ze klimt zo mijn schedel in.

In de kraaloogjes van de marter
welt een oud verdriet.

In enkele gedichten wordt de burgerlijke maatschappij op de korrel genomen. In ‘Galgje’ wordt bijvoorbeeld de bureaucratie in vraag gesteld, meer nog, ze wordt aan de kaak gesteld: ‘Het begraven van bureaucraten is een vruchtbare hobby. / Er groeien olmen uit hun restanten, immense olmen / ten behoeve van rupsen en steenuiltjes. Laten we klimmen / in de toppen en vieren dat we begraven hebben.’

Bij maatschappijkritische poëzie zou je in de valkuil kunnen trappen om de wereld enkel als negatief te ervaren. In de gedichten worden ook enkele lichtpunten meegegeven, zoals in ‘Warhoofd’: ‘Hoop is een lief ding, zorg er goed / voor, koester het aan de borst / ook al staren de schedels je aan.’ Een schitterende allusie op ‘Hope is a Thing with Feathers’, een gedicht van Emily Dickinson. ‘Warhoofd’ verscheen in een eerdere versie op de website van Revisor.

Naar het einde van de bundel toe worden de gevoelens iets meer benoemd en er worden aanwijzingen gegeven: ‘Durf te luisteren en je hoort de ganzen / die moedig naar het zuiden vliegen.’

In deze bundel is tot slot een authentieke dichter aan het woord die je in gedachten wentelt. Hij spreekt die gedachten lyrisch uit. De combinatie van ontdekken en benoemen vindt een evenwicht in erkenning en herkenning.
____

Josse Kok (2026). Schulp. Uitgeverij Opwenteling, 51 blz. € 19,50. ISBN 97890633820 8

     Andere berichten